Dopingcontroles voor kandidaten Olympische Spelen

ATLANTA, 6 OKT. Het NOC*NSF wil dat alle olympische kandidaten geregeld op dopinggebruik worden getest. Volgens chef de mission André Bolhuis, die met een Nederlandse delegatie in Atlanta verblijft, ontbreekt het aan “een effectief en goed instrument om onze atleten dopingvrij naar de Olympische Spelen te krijgen”. De voormalig hockeyer noemt de nieuwe aanpak “revolutionair”.

Nederland was recentelijk niet verwikkeld in een dopingaffaire. De laatste sporter die positief werd bevonden was discuswerper Erik de Bruin in 1993.

Volgens NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen wordt deze stap vooral gedaan in het kader van “de kwaliteitsverbetering” van de totale Nederlandse sport. “Het is onze plicht om dit te doen”, zegt Bolhuis. “Het zou een ramp zijn als in Atlanta iemand van ons wordt betrapt. Zoiets is fataal voor de uitstraling van de hele ploeg. Het zou afbreuk doen aan de prestaties van de andere sporters.”

Bolhuis zegt dat ook het Internationaal Olympisch Comité (IOC) verlangt dat een land een goede dopingcontrole uitvoert. Daaromtrent zijn van hogerhand nog geen eisen gesteld, maar die zullen volgens de chef de mission niet lang op zich laten wachten. Ook de Nederlandse politiek, onder leiding van staatssecretaris Erica Terpstra, heeft zich uitgesproken voor een krachtig anti-dopingbeleid.

Het is het NOC*NSF tegengevallen dat slechts zes van de 24 nationale sportbonden een eigen dopingbeleid hebben. Het gaat daarbij om atletiek, boksen, krachtsport, triathlon, wielrennen en ijshockey. Bolhuis spreekt van “een huiverig beleid van de bonden”. De financiën voor een gedegen dopingbeleid zijn er. Uit de bijdrage van de SNS, de nationale sporttotalisator, is er voor 1995 vierhonderdduizend gulden gereserveerd. “Maar daar wordt veel te weinig gebruik van gemaakt”, aldus Bolhuis. “Het is jammer dat hiervoor zoveel geld moet worden uitgegeven. Maar het kan niet anders. We weten dat er ook bij de Olympische Spelen nog steeds doping wordt gebruikt.”

Het NOC*NSF biedt de bonden de mogelijkheid om de dopingzaken van hun leden zelf te blijven regelen. Maar wie dat niet wil of niet kan, is aangewezen op de overkoepelende organisatie, die nauw samenwerkt met het NeCeDo, het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken. Bolhuis: “Ik denk dat iedereen er wel van overtuigd is dat dit moet gebeuren. Als een bond niet wil meewerken, is dat een reden om achterdochtig te worden.” Wie weigert mee te doen, mag niet naar Atlanta, is het duidelijke dreigement.

Alle 'olympische' bonden hebben deze week een brief van het NOC*NSF gekregen. Binnenkort zal tevens met alle kandidaten voor Atlanta worden gesproken. Het is de bedoeling dat sporters ook op onverwachte momenten buiten de wedstrijden worden getest op dopinggebruik. Aan het einde van het jaar moet er een begin worden gemaakt met het nieuwe beleid.