Damrak effent weg voor fusie met optiebeurs

AMSTERDAM, 6 OKT. De Amsterdamse effectenbeurs wordt vergaand gereorganiseerd om de slagvaardigheid te vergroten en de weg te effenen voor een fusie met de optiebeurs.

Het facilitaire bedrijf van de beurs dat onder meer het handelssysteem beheert en de tak die zich bezighoudt met de afwikkeling van transacties worden ondergebracht in twee nieuwe vennootschappen. Die worden vervolgens in een holding geplaatst met een eigen directie en raad van commissarissen.

Op deze holding zal het structuurregime van toepassing zijn. Daardoor zullen de leden van de Vereniging voor de Effectenhandel geen directe zeggenschap meer hebben over de regelgeving met betrekking tot de handel en de genoteerde fondsen. De Vereniging - hoeklieden, banken en commissiehuizen - blijft wel verantwoordelijk voor de regels voor leden (toelating, toezicht) en voor het controlebureau. Beursvoorzitter baron B.F. van Ittersum maakte vanmorgen bekend dat het bestuur hiertoe heeft besloten. De maatregelen zijn gebaseerd op een advies van een commissie onder leiding van oud beursbestuurder F. Hoogendijk.

In een toelichting op de herstructurering, die overigens in december nog goedgekeurd moet worden door de ledenvergadering, sprak Van Ittersum over “de meest fundamentele verandering sinds de oprichting van de vereniging in 1876”.

De herstructering is ingegeven door de snel toenemende concurrentie tussen de Europese kapitaalmarkten. Om daarop slagvaardig in te spelen moet een eind komen aan het primaat van de Vereniging, waarin de besluitvorming doorgaans zeer moeizaam verloopt. Reden daarvoor is dat binnen de Vereniging ieder lid één stem heeft. Daardoor heeft een grote bank formeel evenveel zeggenschap als een klein hoekmanshuis met enkele tientallen werknemers. Deze besluitvorming vertraagde onder andere de invoering vorig jaar herfst van het nieuwe elektronische handelssysteem.

Met het omvormen naar een vennootschap wordt nu ook een belangrijke belemmering uit de weg geruimd voor een fusie met de optiebeurs (ook een vennootschap). Van Ittersum beklemtoonde het belang van samengaan door te wijzen op het zogeheten one-stop-shopping. Met het aanbieden van een geïntegreerd produkt (aandelen, obligaties, valuta's en derivaten) is volgens de beursvoorzitter een belangrijk concurrentievoordeel te behalen. Vooral institutionele beleggers (die de bulk van de beurstransacties voor hun rekening nemen) hechten daar belang aan.De twee nieuw op te richten vennootschappen krijgen een eigen vermogen van 45 miljoen gulden. De leden van de Vereniging krijgen daarin via een nog uit te werken verdeelsleutel 50 procent van de aandelen. De resterende 50 procent is voor de ene helft te koop voor genoteerde ondernemingen en voor de andere helft voor institutionele beleggers.

Het overige vermogen van de Vereniging (circa 250 miljoen gulden) is bestemd voor financiering van het toezicht en eventueel als garantievermogen voor de vennootschappen. Het bestuur van de Vereniging krimpt in van 16 naar 5. Zowel de hoekmannen, banken als commissiehuizen krijgen een zetel, evenals de genoteerde fondsen en de beleggers. Van Ittersum blijft voorzitter.

De Raad van Commissarissen van de holding, aldus Van Ittersum, zal het vetrouwen moeten genieten van de aandeelhouders.