CAO-lonen met 0,5 procent gestegen

ROTTERDAM, 6 OKT. Werknemers hebben vorig jaar op basis van CAO-afspraken hun loon gemiddeld met 0,5 procent zien stijgen. Dat de bruto-uurlonen in totaal met 1,8 procent stegen, is vrijwel alleen te danken aan incidentele loonstijgingen op basis van promotie of leeftijd.

Dat blijkt uit het rapport 'Arbeidsvoorwaardenontwikkeling in 1994', opgesteld door de Inspectiedienst van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. In 1992 en 1993 stegen de bruto lonen nog gemiddeld met 4,4 en 4,2 procent.

Als gevolg van de gematigde looneisen die de Nederlandse vakbeweging de laatste twee jaar bij CAO-onderhandelingen heeft gesteld, is het belang van collectieve verhogingen steeds meer afgenomen. In 1993 werd de stijging van de bruto lonen voor de helft veroorzaakt door individuele loonsverhogingen (op basis van bijvoorbeeld dienstjaren of promotie), in 1994 maakten deze verhogingen tachtig procent uit van de totale loonstijging.

Ook in 1995 leiden de CAO-afspraken tot een gematigde loonontwikkeling, zo blijkt uit een tweede rapportage van de Inspectiedienst. Op dit moment bedraagt de gemiddelde collectieve loonstijging dit jaar 1,4 procent. Dat cijfer is gebaseerd op 98 CAO's, waarvan iets meer dan de helft in 1995 zelf is afgesloten. Tussen de verschillende contracten zijn aanzienlijke verschillen zichtbaar. Onderscheiden naar economische sector varieert de loonstijging in 1995 van 0,6 procent in de sector banken en overige dienstverlening tot 2,5 procent in de bouwsector.

Steeds meer CAO's bevatten afspraken over lage loonschalen, constateert de Inspectiedienst. Op dit moment zijn er in 49 van de 133 onderzochte akkoorden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de invoering van aanloopschalen tussen het wettelijk minimumloon en de laagste loonschaal. Minister Melkert (sociale zaken) heeft onlangs nog gedreigd om sector-CAO's waarin geen loonschalen op het mininumloonniveau zijn afgesproken, niet langer voor de hele sector algemeen verbindend te verklaren.