Bloedwraak in Veere; Geweld en vergeving in Xenakis' muziektheaterstuk Oresteia

Hoog in de kerk van Veere wordt binnenkort het muziektheaterstuk Oresteia opgevoerd van de Grieks-Franse componist Iannis Xenakis. De piccolo snerpt soms als een geselroede, er wordt door de acteurs gehakt in dode schapen. 'De enorme haat die ten grondslag ligt aan de geweldspiraal moet voor het publiek navoelbaar zijn,' zegt regisseur Johan Simons. De slagwerkers van het Xenakis Ensemble spelen een serie stuiterende syncopen. Ademloos luisteren de leden van het Koor Nieuwe Muziek toe. De verschillen tussen slagwerk en koor zijn groot. De koorpartijen zijn niet zo gecompliceerd; de koorleden psalmodiëren, zingen of schreeuwen, hun melodielijnen zijn gestileerd naar het oud-Griekse metrum.

Oresteia van Iannis Xenakis door Theatergroep Hollandia, Xenakis Ensemble, Koor Nieuwe Muziek, Jongenskoor Festival Nieuwe Muziek. Regie: Johan Simons; muzikale leiding: Huub Kerstens; actrice: Elsie de Brauw; sopraan: Jannie Pranger; slagwerk: Johan Faber. Grote kerk Veere, 12-14 okt, 20.00 u; 15 okt, 13.00 u (rechtstreekse tv-uitzending door NPS). Lezing door Xenakis op 15 okt, 10.30 u. Informatie: 01180-23650.

Deze week zijn bij Querido twee vertalingen van Aischylos' Oresteia verschenen, resp. door M. d'Hane-Scheltema en G. Koolschijn. Prijs beide ƒ 49,90.

In het Koetshuis achter de IJsbreker in Amsterdam wordt op deze druilerige zaterdagochtend gerepeteerd voor Oresteia, een muziektheaterstuk van de Grieks-Franse componist Iannis Xenakis (1922). Volgende week wordt het werk tijdens het Zeeuwse Festival Nieuwe Muziek opgevoerd in een regie van Johan Simons.

Oresteia vraagt het uiterste van de musici. Toch gaat het er tijdens de eerste tutti-repetitie gemoedelijk aan toe. “Jongens, we zijn hier niet bij de Hema!” roept dirigent Huub Kerstens. Maar zijn vermaning weerhoudt de musici er niet van een spontaan applaus te geven als trompettist Marco Blauw zich, roodaangelopen, met veel flair door zijn portie kwarttonen in ultrahoge ligging heeft geblazen. Het instrumentaal ensemble heeft een parcours af te leggen dat bezaaid is met voetangels en klemmen: lastig te intoneren micro-intervallen, schrille samenklanken, collectieve glijpartijen van cello en blazers, maatwisselingen en plotselinge klankerupties.

Xenakis' ideeën over het toonzetten van het antieke drama laten zich aflezen van deze Oresteia-partituur. Voor de koorleden is er geen vocale virtuositeit, maar een beperkte melodische omvang zonder grote sprongen. En ook als de zangers volgens voorschrift percussie-instrumenten ter hand nemen, beperkt de moeilijkheidsgraad zich tot het spelen van enkele triolen of het gevoelsmatig uitvoeren van de grafisch genoteerde 'nuages', wolken van notenspatjes voor triangel, zweep of andersoortig slagwerk. De muziek illustreert niet alleen de gemoedsstemmingen van de protagonisten, maar geeft commentaar en suggereert en lijkt op die momenten te werken als een soort decor. De piccolo snerpt als een geselroede, een contrafagot gromt verbeten voor zich uit.

Xenakis componeerde Oresteia aanvankelijk voor een theaterfestival in het Amerikaanse Ypsilanti (Michigan) ter omlijsting van de opvoering van Aischylos' gelijknamige tragedie. Voor concertzaalgebruik reduceerde hij de honderd minuten durende partituur uit 1966 tot een suite. Maar de mythe van Orestes bleef Xenakis bezighouden, Oresteia is een work-in-progress. Enkele jaren geleden voegde Xenakis als proloog de slagwerksolo Rebonds toe, en twee composities voor bariton en slagwerk: Kassandra en La déesse Athèna. Het is deze versie die tijdens het Festival Nieuwe Muziek wordt opgevoerd. De enige wijziging is dat de stukken voor bariton met toestemming van de componist worden gezongen door sopraan Jannie Pranger.

De delen van Oresteia corresponderen met de trilogie waarmee Aischylos in 458 voor Christus de eerste prijs won van het jaarlijkse theaterfestival in Athene. 'Agamemnon' verhaalt van de moord op deze opperbevelhebber door zijn vrouw Klytaimnestra. Het is een moord uit wraak omdat Agamemnon hun dochter Iphigeneia offerde om succesvol ten strijde te kunnen trekken tegen Troje. In 'Choëphoroi' (de offerplengsters) neemt hun beider zoon Orestes bloedwraak door zijn moeder te doden. In 'Eumenides' (de welgezinden) ten slotte wordt het lot van Orestes, die Apollo aan zijn zijde weet, voorgelegd aan een raadscollege. Als de stemmen staken, houdt Athene, godin van de Wijsheid, een pleidooi om genade voor recht te laten gelden; het blijkt een geslaagde oproep tot het doorbreken van de spiraal van geweld.

De organisatie van het Zeeuwse Festival Nieuwe Muziek, sinds jaar en dag ambassadeur van de muziek van Xenakis, verzocht regisseur Johan Simons van Theatergroep Hollandia Oresteia te ensceneren. Zo'n geënsceneerde opvoering is er nooit eerder geweest. Simons: “Het thema van het verhaal is vergevingsgezindheid als enige manier om wraak een halt toe te roepen. En dat thema is zeker in deze tijd tè waardevol is om niet te benadrukken. Daarom hebben we ervoor gekozen een actrice toe te voegen, die in het Nederlands de verklarende teksten voor haar rekening neemt. Omdat Xenakis' muziekstuk geheel in het Grieks wordt gezongen.”

Xenakis ging akkoord met deze benadering. Dat is merkwaardig, want tijdens de slagwerksolo Rebonds wordt door de muziek heen gesproken. Elsie de Brouw houdt een soort inleidende monoloog, die in feite een explicatie is van wat in de muziek tot uitdrukking komt. De slagwerksolo lijkt de veldslag tegen Troje en de bijbehorende ontberingen uit te drukken. De tekst - 'Tien jaar geleden is het nu...' - vat die gebeurtenissen nog eens samen.

Oresteia zal worden uitgevoerd in de Grote Kerk van Veere, die in de loop der eeuwen talrijke bestemmingen heeft gehad. In de veertiende eeuw deed de kerk dienst als raadhuis en in de Franse tijd fungeerde hij als militair hospitaal voor de manschappen van Napoleon. De locatie lijkt een soort omgekeerd amfitheater. De oude Grieken keken vaak vele meters de diepte in om de prestaties van de tragedie-acteurs te volgen. Het publiek in de Veerse kerk zal zijn blik vele meters hemelwaarts moeten sturen om de verrichtingen van goden en koningen in Oresteia te kunnen volgen. In de laatste akte posteren Apollo en Athena zich op elf meter hoogte respectievelijk bovenop een kraan en op de restanten van een vloer uit de tijd dat de kerk dienst deed als militair hospitaal. Op zes meter hoogte - 'het koningen-niveau' - is een groot glazen plateau gebouwd met een loopplank, waarop Klytaimnestra en Agamemnon acteren. De voedster van Orestes, Kilissa, speelt op het aardse niveau. Daar bevinden zich ook de musici en de koorleden.

Dit grootse decor is ontworpen door Elian Smits. In de kerk zelf is voorlopig niets te zien, maar de papieren schetsen wekken de indruk dat het een enorm spektakel moet worden. Ook de kostuums van Monica de Jong zien er opvallend uit. Regisseur Johan Simons: “Klytaimnestra is getooid met een uitvergroot geslachtsdeel. Bij actrice Elsie de Brauw oogt dit als een sieraad. Je kijkt niet gewoon plat naar een kut, maar het voegt een erotische component toe. Agamemnon krijgt een hengstenlul. Een echte - opgezet. Hengsten hebben zwarte, bijna donkerblauwe penissen, die mooier zijn dan die van een mens. Deze geslachtelijke accentuering is ingegeven door het feit dat Klytaimnestra tien jaar wacht op haar in Troje vechtende man, jaren vol vragen of hij haar wel trouw is gebleven. Maar ja, tien jaar onthouding houdt geen mens vol - ik zou het tenminste niet kunnen. Agamemnon, een zwijgende rol die ik zelf speel, torst een dood schaap op zijn rug, ontdaan van zijn organen. Hij laat zich immers als een lam naar de slachtbank sturen, waar Klytaimnestra woest op hem inhakt met een houwbijl. Een walgelijk en bloedig tafereel, maar juist dat gevoel van afkeer is belangrijk. De enorme haat die ten grondslag ligt aan de geweldspiraal in Oresteia moet voor het publiek navoelbaar zijn.”

Haat en geweld, het zijn geen holle begrippen voor Iannis Xenakis. Zijn jeugd was ermee doortrokken. In de Tweede Wereldoorlog raakte de jonge, Atheense student in de bouwkunde betrokken bij het verzet tegen de Duitsers. Fysiek heeft het geweld hem getekend toen hij bij een bombardement werd getroffen door een granaatscherf, wat hem zijn linkeroog kostte. Na de Duitse capitulatie raakte hij in conflict met de Griekse autoriteiten, werd bij verstek ter dood veroordeeld en week uit naar Parijs. Hij studeerde bij Olivier Messiaen en schreef agressieve, emotioneel geladen partituren. Niettemin heeft Xenakis naam gemaakt als een componist van het meest intellectualistische soort. Hij bedacht een statistische methode om het toevalsprocédé in het scheppen van muziek te rationaliseren (de 'musique stochastique') en introduceerde voor de door hem nagestreefde klankeigenschappen beeldende, astronomische termen in de trant van melkwegstelsels of wolken, zoals in Oresteia. Xenakis heeft zich altijd wat afzijdig gehouden van het serialisme, dat collega's als Boulez en Stockhausen wereldfaam bracht. In Oresteia zal men dan ook tevergeefs zoeken naar reeksmatig geordende toonhoogten en toonduren, evenmin trouwens als men er zelfs maar rudimenten van het tonale systeem in zal kunnen aanwijzen. “Antiek theater,” schreef Xenakis, “verstaat zich niet met de muziek van Wagner, Debussy of Schönberg.” Het zijn eenvoudigweg andere werelden.

Toch heeft Xenakis met zijn Oresteia niet geprobeerd de verloren klankbeeld van de oude Grieken op te roepen. Aanknopingspunten voor zijn muziek vond hij vooral in het taalgebruik van de tragedieschrijvers; in de poëzie en het metrum van het oud-Grieks. Daarom worden de gezongen verzen ook zo nauwgezet volgens het metrum behandelt. Zij vormen de brug van onze tijd naar de antieken.

Geen enkele vertaling kan hieraan recht doen, was ooit Xenakis' stellige overtuiging. Het is dan ook de vraag of de Nederlandse toevoegingen zullen leiden tot beter begrip van de gebeurtenissen of juist tot verlies aan diepgang. Het is de vraag of het er toe doet, want er is meer voor nodig om het dwingende toneelbeeld en de overdonderende muziek van Xenakis te overstemmen.

    • Emile Wennekes