Bier drinken in de gevangenis

In haar debuut 'Liefdesmedicijn' schetst Louise Erdrich een weidse wereld die ook haar volgende romans zal blijken te omspannen. “Erdrich verheerlijkt het verleden niet en zoekt ook niet naar het spirituele of iets anders zoetelijks waarin Indianen zouden verschillen van blanken.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Louise Erdrich: Liefdesmedicijn. Vertaald door Dorien Veldhuizen. Uitg. De Prom, 224 blz. Voor ƒ 9,95 bij De Slegte.

Twee jaar geleden vroeg Jessica Durlacher mij om een bijdrage voor een bundel persoonlijke verhalen van na-oorlogse joodse auteurs. Ik beloofde mijn best te doen; uit laffe ijdelheid waarschijnlijk, want van korte verhalen hield ik helemaal niet. Zelfs de verhalenbundels die slinks als verjaardagscadeautje of recensie-exemplaar in mijn boekenkast waren terechtgekomen, kende ik slechts van gezicht.

Om me te oriënteren op het kort verhaal en zijn bijzondere eigenschappen begon ik daarom met een excursie langs mijn boekenplanken. In een oud nummer van het literaire tijdschrift Granta stuitte ik op 'Knives', een verhaal van Louise Erdrich dat meer sfeer had dan alle andere korte verhalen samen in dat nummer en de andere bundels die ik in die periode doornam.

Granta vermeldde achterin dat Louise Erdrich in 1954 geboren was en half-Indiaans, half Duits-Amerikaans was. Zij schreef over de half-Indiaanse Celestine die in een slagerij werkte en zich verloor in een man die zowel lichamelijk als geestelijk minder sterk was dan zij. Hij was een handelsreiziger in messen van slechte kwaliteit. Ik was diep onder de indruk van het lef van de schrijfster om zulke personages te kiezen en ging op zoek naar haar boeken. Af en toe keek ik in de boekwinkel bij de E van Erdrich of ik werk van haar kon vinden. Maar dat gebeurde nooit.

Met terugwerkende kracht is dat goed te verklaren. De drie romans die uitgeverij De Prom in Nederlandse vertaling van Louise Erdrich uitbracht, liggen al ik weet niet hoelang in de ramsj bij De Slegte. Ik moet zeggen dat ik het een schande vond, maar dat 't ook mij goed van pas kwam. Nu kon ik voor de tweede maal met haar werk kennismaken. Ik begon met haar debuut Liefdesmedicijn uit 1984, dat in Nederland in 1987 verscheen.

Liefdesmedicijn beantwoordt exact aan mijn verwachtingen over Erdrichs werk. Het is zo prachtig dat ik iedere keer als ik met lezen moest stoppen een bijna lichamelijke pijn voelde. Het beslaat in een periode van twee mensenlevens de gebeurtenissen in twee Indiaanse families in een reservaat in Noord-Dakota, de Kashpaws en de Lamartines. Zij zijn door familiebanden met elkaar verbonden, met matriarch Marie Kashpaw, haar man Nector en zijn grote liefde Lulu Lamartine in het brandpunt van de verwikkelingen. Als vuurvliegjes drommen de andere personages om deze drie oudjes heen: kinderen, kleinkinderen, andere familie, een enkele blanke. Alle personages doen afwisselend het woord, in de vorm van korte, in de tijd door elkaar gehusselde hoofdstukjes.

Ik kon mij wel voorstellen waarom Erdrich in 1984 niet opviel. Zij debuteerde in een tijd die niet bij haar thema's paste en haar personages verachtte. Je moest toen over de leegte van de grote stad schrijven en dat deden Jay McInerney, Brett Easton Ellis en hun al even vervelende epigonen die hun boeken vol stopten met bekende straten in New York, drugs, anonieme seks en de merknamen van allerlei gedesignde spullen. Het was een hijgerige periode, waarin boeken met een opgejutte stijl werden gelezen en vrijwel niemand zat te wachten op de in lyrische taal opgetekende gedachtenwereld van een hoogbejaarde Indiaanse grootmoeder, haar man die kinds wordt en hun aangenomen dochter die in de koudste Paastijd sinds veertig jaar doodvriest in de wildernis.

Maar haar boeken passen ook al niet bij het new-age gezever over oorspronkelijke volkeren. Erdrich verheerlijkt het verleden niet en zoekt ook niet naar het spirituele of iets anders zoetelijks waarin Indianen zouden verschillen van blanken. Haar personages zijn in de eerste plaats Amerikanen, die in Chevvy's, Oldsmobiles en Buicks rijden, bier drinken en een stevige partij pool-billiard neerzetten in de recreatiezaal van de gevangenis. Hun Indiaanse identiteit is een gegeven; en voor het overige lijden zij net zo aan het leven als wie dan ook.

Inmiddels is in de literaire wereld alles alweer drie keer van plaats veranderd. Erdrich heeft daar helaas nog niet zoveel profijt van gehad, maar misschien verandert dat. Ik gun haar een groot lezerspubliek en gun een groot lezerspubliek haar boeken. Waar ik zelf zo van geniet is de weidsheid van haar wereld, die verschillende romans omspant. Ik sleurde mij aan het eind van Liefdesmedicijn met grote tegenzin los van de personages. Het bleek gelukkig geen definitief afscheid, want iedereen komt terug in de volgende romans, zelfs de dode Kashpaws en Lamartines.

Het is misschien kinderachtig en het is vast een zonde tegen alle moderne literatuuropvattingen, maar ik krijg er altijd een kick van als schrijvers mij af en toe nog op de hoogte houden hoe het hun personages uit vroegere boeken is vergaan. Als een hoofdpersoon, bijvoorbeeld tijdens een nieuwjaarsfeest, als gast zijn natte winterjas ophangt aan de al overvolle kapstok van een nieuwe hoofdpersoon in een ander boek dat vijf jaar later speelt, springt mijn hart op. Gelukkig, denk ik, je bent er nog.

Louise Erdrich gaat nog een stap verder; zij beperkt zich tot dezelfde personages en dezelfde plaatsen, maar kiest voor elk boek een andere tijdperk. De vier romans die zij sinds 1984 publiceerde spelen in hetzelfde deel van Noord-Dakota, maar zij beslaan verschillende stukjes van de grote tijdbalk. Erdrich verdeelt de ruimte eerlijk, wie in het ene boek uitgebreid aan het woord is gekomen, krijgt in het volgende een minder grote rol. En er komen natuurlijk ook nieuwe personages bij. Het lezen van haar debuut Liefdesmedicijn is daarom een investering die Louise Erdrich in haar latere werk met rente terugbetaalt. Zij schept een universum zonder grenzen waar wij beiden, zolang zij zal schrijven en ik zal lezen, in kunnen rondtoeren zonder ons ooit te vervelen.