B en W Utrecht vol optimisme in begroting

UTRECHT, 6 OKT. “In financieel opzicht gaat het redelijk goed met Utrecht.” Na jaren bezuinigen en een artikel 12-status is het Utrechtse college van burgemeester en wethouders in de begroting voor 1996 ongekend optimistisch. De stad is volgend jaar voor het laatst artikel 12-gemeente, maar feitelijk is die sitatie nu al bereikt, aldus wethouder G. Mik (financiën) vanmorgen bij de presentatie van de begroting.

Het college verdubbelt de ruimte voor nieuw beleid tot tien miljoen gulden. De helft daarvan is nodig voor de uitvoering van het convenant tussen het rijk en de grote steden. De onroerende-zaakbelasting blijft gelijk en de afvalstoffenheffing gaat opnieuw iets omlaag. De minimuminkomens krijgen volgend jaar volledige kwijtschelding van de tarieven voor onroerend goed, afval en riolering. Voor 10.000 Utrechtse huishoudens betekent dat een lastenverlichting van ongeveer zeshonderd gulden per jaar. Wethouder Mik verwacht dat de onroerende-zaakbelasting na 1996 omlaag kan.

Voor het onderhoud van straten, groen, speelplaatsen, monumenten en bruggen komt ruim vijf miljoen gulden extra beschikbaar.

Voorts komen er spelregels voor het gebruik van de openbare ruimte. Op grond van eerder genomen besluiten moet Utrecht in 1996 nog dertien miljoen gulden bezuinigen. Aanvankelijk resteerde voor 1997, waneer de stad financieel weer op eigen benen moet staan, een schuld van zeventig miljoen gulden. Door het afromen van allerlei reserves en voorzieningen heeft de stad dekking gevonden voor dat tekort. Met de verkoop van het Utrechtse kabelnet in juni dit jaar voor 100 miljoen gulden is tevens een weerstandsvermogen opgebouwd. De rente daarover zal worden gebruikt voor nieuwe investeringen.