'Assistenten moeten wel een getuigschrift hebben, ìk stel de eisen'; Onderwijzeres moet constant schipperen in volle klassen

BUSSUM, 6 OKT. “Juf, juf, kijk eens!” Als een koekoeksjong dat het hardst om voedsel schreeuwt verdringt een kleuter zijn groepsgenootjes die hun knip- en plakwerk aan hun juf willen laten zien. In de klas van lerares Annelie van der Meer (30) op de Koningin Emmaschool in Bussum zitten dertig kinderen van vier tot zes jaar. Ze vouwen en scheuren uit gekleurd papier een olifant of konijn. De jongsten, in een afgedankt overhemd van hun vader, schilderen met vingerverf.

“Een heksenketel was het hier vanochtend, nu zijn ze een beetje rustig”, zegt Van der Meer. Zes jaar geleden, toen ze als onderwijzeres begon, waren het 25 leerlingen, nu zijn het er dertig. “Het jaar is nog maar net begonnen. Er komen er zeker tien bij”, zegt Van der Meer.

Het idee van staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) om ook ouders of 'leesmoeders', eventueel na bijscholing, in te zetten als klasse-assistent in de laagste klassen vindt Van der Meer “op zich heel goed”. Wel moeten er duidelijke afspraken komen over de taakverdeling, “anders krijg je twee kapiteins op een schip”, zegt ze.

L. Joanknecht heeft net haar vier kinderen van vier, zes, acht en tien jaar naar de Koningin Emmaschool gebracht. Buiten zegt ze: “De plannen van Netelenbos lijken me fantastisch.” Zelf zou ze geen klasse-assistent willen worden. “Ik ben al actief. Ik maak de klas schoon en rijd kinderen naar excursies”, aldus Joanknecht.

Een andere moeder, S. Kooyman, heeft twee kinderen, vijf en zeven jaar oud, op de school. Zij is van mening dat het klasse-assistentschap maar een goedkope oplossing is. “Leesmoeders lossen het probleem niet op. Bovendien zijn dat geen beroepskrachten. Alleen als je groepen kleiner maakt en leerkrachten aanstelt, bereik je wat”, zegt ze. “De klassen zitten bomvol. Er is ruimtegebrek en kinderen krijgen te weinig aandacht.”

Lerares Van der Meer heeft geen tijd om de kinderen naar de wc te brengen “Ze moeten zelf hun billen kunnen vegen als ze vier zijn”, zegt ze. “Ik probeer ze zelfstandigheid bij te brengen, zodat ze zelf aan de slag kunnen. Dan heb je tenminste nog wat tijd om kinderen individueel te begeleiden.” Vooral kinderen met taal-, sociale of motorische achterstand vragen om extra aandacht, aldus Van der Meer. “Het is constant schipperen.”

Ook de aankleding van de klas en het onderhoud kosten tijd. Ze wijst naar het meubilair, dat periodiek geschilderd moet worden en naar de gordijntjes die ze zelf heeft genaaid. “Er is ruimtegebrek en de middelen zijn minimaal, we moeten alles zelf doen. Je weet dat je geen gehoor krijgt, dus wordt je op een gegeven moment immuun.”

De directeur van de Koningin Emmaschool, D. van den Berg, spreekt zich gematigder uit over het probleem van grote groepen in het basisonderwijs. “Ach, de politiek is de laatste jaren weinig voorwaardenscheppend geweest. Men heeft alleen maar zitten bezuinigen en fuseren. Dus we hebben leren omgaan met groepen die redelijk groot zijn.”

De honderd miljoen extra die staatssecretaris Netelenbos voor het basisonderwijs wil uittrekken is voor Van den Berg slechts een druppel op de gloeiende plaat. “Het biedt weinig soelaas. Tuurlijk zeggen we geen nee tegen dat bedrag, maar je lost het echte probleem er niet mee op”, zegt Van den Berg. Hij zou liever de klassen verkleinen dan er een iemand extra bijzetten in een grote klas.

Het idee van onderwijsassistenten vindt hij weinig concreet. Leesmoeders als klasse-assistent aanstellen, zoals Netelenbos wil, vindt hij geen goed idee. Van den Berg: “Als er assistenten komen, dan moeten ze wel een pedagogisch getuigschrift hebben. Ik stel de eisen aan de mensen die hier komen werken.” Ouders spannen zich al heel erg in voor school, aldus Van den Berg. “De ouderparticipatie is groot. We hebben een overblijfcommissie tussen twaalf en één, ouders helpen bij schoolprojecten, bij de verjaardag van de juf, met sinterklaas en kerst en ze brengen kinderen naar zwemles.”

Van den Berg wijst op de goede naam van zijn school. “We zijn een openbare school, we hebben geen wachtlijst of leerlingenstop. De school bloeit en groeit. Het voedingsgebied is groot. De school ligt op de grens van Naarden en Bussum. Een wijk met villa's. Oude mensen trekken weg en er komen gezinnen met jonge kinderen.”

Een nieuwe leerling is alweer in aantocht. De vader wacht in de hal voor een gesprek met Van den Berg. Van het schoolhoofd mag hij binnenkomen.

    • Heiko Jessayan