Aerobics

Er was een meisje in Vlagtwedde

Dat bezeten was van springen op bedden

Daar in de streek van Westerwolde

Die steeds als vreedzaam had gegolden.

Het kwam geweldig ongelegen

Want bedden kunnen daar niet tegen.

Haar vader riep: in Godsnaam laat dat!

Maar 't bleek dat dat volstrekt geen baat had;

Ze wilde nooit eens andere dingen

Alleen maar op de bedden springen.

In plaats van lezen of wat tekenen

Zag je haar koel haar sprong berekenen.

Nooit eens speelde zij met bikkels;

Alleen maar sprong zij, en zo dikwijls!

Zo wist dat kind achttien matrassen

In één jaar tijds er door te jassen.

Men stond toen voor een feit voldongen:

Ieder bed was stukgesprongen.

De toestand bleek niet meer te redden

Niet één heel bed meer in Vlagtwedde!

Ja, er werd ferm op haar gescholden

Daar in de buurt van Westerwolde.

Toevallig kreeg ik kortgeleden een fragment onder ogen van het boek dat Henk Hovinga (de schrijver van Eindstation Pakan Baroe) bezig is samen te stellen over het lot van de romusha: 'Einde van een vergeten drama'. Het bevat verschrikkingen die de voorstelling te boven gaan. 'Voorzichtige schattingen, op basis van de schaarse bronnen, leren dat waarschijnlijk driehonderdduizend Javaanse koelies naar eilanden buiten Java werden verscheept in volgepakte schepen zonder voldoende drinkwater of sanitaire voorzieningen. Bij die transporten stierven honderden mensen al voordat zij hun eindbestemming hadden gezien. Van de driehonderdduizend romusha die overzee werden gevoerd, overleefden slechts ongeveer 77.000. Een sterftepercentage van bijna 75 (74,3%).'