Wereldmuseum

Schama, S. Landscape and Memory. Harper Collins, 1995.

Het is een omissie dat Simon Schama in zijn nieuwe monumentale boek Landscape and Memory zo weinig aandacht besteedt aan het tropische landschap. Zijn beschrijving van de wisselwerking tussen landschap en verbeelding, het effect van het landschap op de cultuur en, in antwoord daarop, hetgeen de mens ondernomen heeft om het landschap te onderwerpen aan zijn projecties, beperkt zich grotendeels tot Europa en de Verenigde Staten. Niet dat de tropen volledig afwezig zijn: Sir Walter Raleigh's expeditie naar de Orinoco en de zoektocht van Burton en Speke naar de bronnen van de Nijl komen uitgebreid aan de orde. In zijn beschrijvingen, een lyrische mengeling van faction en citaten, reproduceert Schama alle favoriete clichés: muggebeten als stilletosteken, de tropische zon die blaren veroorzaakt als van een martelwerktuig, en de uitputtende koortsen die de expeditieleden langzaam maar zeker gek maken. Wat dat betreft staat Schama in dezelfde traditie als de Engelse auteur Redmond O'Hanlon die onder ieder boomblad in het oerwoud een levensbedreigende schorpioen meent aan te treffen. Vooral de humide tropen overweldigen de mens op een manier die misschien alleen benaderd wordt in dat andere deel van de aarde met extreme klimatologische condities: de poolstreken. Er zou een boeiende analyse te maken zijn van de plaats van de tropen in onze collectieve verbeelding: de dood verpakt in lieflijke maar giftige epifyten, de tengere wurgliaan die honderdjarige woudreuzen dooddrukt, de vergankelijkheid van de mens gesymboliseerd door de ogenblikkelijke verrotting van organisch materiaal. 'Stap een andere wereld binnen!', zo nodigt de folder van het Tropenmuseum de bezoeker uit en bevestigt daarmee onze fascinatie voor de tropen. In de prachtige hal van het museum loop je langs levensechte gedetailleerde reconstructies van een Arabische straat, een krottenwijk in Zuidoost Azie of een dorp op het Afrikaanse platteland, compleet met verkeerslawaai, vogelgeluiden en kindergeschreeuw. In de duisternis van een nagebouwde tempelhal klinkt een bandje met het monotone gebed van monniken. Slechts op een paar plaatsen vinden we nog iets van een klassiek museum, zoals in de bovenzaal met de schitterende collectie prauwen uit de Sepik of bij de koloniale houtcollectie. Het Tropenmuseum behoort zonder twijfel tot mijn favoriete musea waar ik graag mijn buitenlandse gasten mee naar toe neem. Maar toch knaagt er iets. Wat is die andere wereld waar het Tropenmuseum ons toe uitnodigt? We hebben geen Museum voor de Gematigde Luchtstreken of voor de Westerse Cultuur, en een oproep daartoe zou een golf van protest veroorzaken. Een Spaarpottenmuseum, een Theatermuseum, een Joods Historisch Museum, een Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum - die zijn stuk voor stuk goed voorstelbaar omdat ze gebaseerd zijn op een redelijk eenduidig thematisch, historisch en/of geografisch concept. Maar als museumonderwerp voldoen de tropen daar op geen enkele manier aan. Geografisch worden de tropen afgebakend door de hoogste breedtegraden waar de zon nog loodrecht boven ons hoofd kan worden waargenomen, de bekende keerkringen op 23,5 graad noorder- en zuiderbreedte. Ecologisch kunnen we daarmee weinig beginnen. Klimaat en vegetatie veranderen niet abrupt als we de keerkringen overschrijden en onderliggende processen als fotosynthese of bodemvorming worden tussen de keerkringen door vergelijkbare factoren bepaald als daarbuiten. Ecologen onderscheiden dan ook liever de klimatologische tropen: het gebied waarbinnen de temperatuur op zeeniveau in de koelste maand niet onder de 18 graden zakt en dus niet beperkend is voor plantengroei (terwijl regenval dat wel kan zijn). Door de invloed van de landmassa van de continenten strekken de klimatologische tropen zich op een aantal plaatsen voorbij de keerkingen uit (bijvoorbeeld in Zuid-Afrika) en vallen dus niet samen met de geografische tropen. Tropische ecosystemen komen overigens in een nog ruimer gebied voor, zoals in delen van Noord Afrika of Australië. Natuurwetenschappelijk gezien is een strikte scheiding van tropen en niet-tropen even vruchteloos als de scheiding tussen de menselijke rassen. De verschillen tussen de tropische gebieden onderling zijn net zo belangrijk als die tussen de tropen en niet-tropen en als categorie biedt het begrip 'tropen' nauwelijks een basis voor zinvolle generalisaties. Cultureel en economisch kunnen we nog minder met deze indeling overweg. Los van de preciese definitie die gehanteerd moet worden: het grootste deel van China valt er in ieder geval buiten evenals het zuidelijk deel van Latijns Amerika. Toch behoren beide gebieden voor de meeste mensen bij de tropen. Bedoelen we dan eigenlijk de ontwikkelingslanden of de voormalige koloniën als we tropen zeggen? Ook dat is onbevredigend, want Singapore is onmiskenbaar tropisch en bepaald geen ontwikkelingsland. En omgekeerd: Liberia was nooit een kolonie maar voldoet aan alle stereotiepen over onderontwikkeling en tropische chaos. De verschillen tussen de voormalige Britse en Franse koloniën zijn voorts zo groot, dat het weinig zin heeft die over een kam te scheren. Ook het nu gedateerde 'derde wereld' biedt geen uitkomst. Sterker nog, door de snelle veranderingen in Zuid-Oost Azië en Latijns Amerika is de term ontwikkelingsland volkomen onbevredigend geworden. Op basis van de mate van ontwikkeling zou je er bovendien nog voor kunnen pleiten om een aantal Oosteuropese staten op te nemen. Eigenlijk blijft er niets anders over dan een intuïtieve definitie van de tropen, een spreekwoordelijke 'andere wereld'. Het Tropenmuseum toont ons die wereld in de vorm van een nagebouwde set decors met een prijzenswaardige aandacht voor de grote veranderingen van de laatste decennia: de industrialisatie, de migratie naar de stad, de vernietiging van het tropisch regenwoud. Het is zeker geen Tristes Tropiques wat hier vertoont wordt, eerder een mengeling van vrolijke volkscultuur en hier en daar een vleugje nostalgie. Alleen krijgt het museum hierdoor het karakter van één grote verstilde IKON-documentaire. Zonder iets af te doen aan de kwaliteit van het gebodene, vraag je je juist bij dit onderwerp af in hoeverre een museum in deze tijd van moderne media zich kan onderscheiden van andere informatiestromen. Wie vroeger iets van verre streken wilde weten, was aangewezen op verhalen van reizigers. Later kwamen er in Europa volkenkundige musea met een mengeling van kunst- en gebruiksvoorwerpen. Tegenwoordig is een belangrijk deel van die functie overgenomen door documentaires op de televisie en het groeiende intercontinentale toerisme. Wat voegt een museum hier aan toe? Het Tropenmuseum zou meer moeten zijn dan een optelsom van fraaie documentaire fragmenten over leven en welzijn van de tropische medemens. Want er is meer dan de tropen op deze aarde, al ben ik de laatste om te ontkennen dat het niet-Europese, niet-Amerikaanse deel van de wereld, in toenemende mate van belang is, demografisch, economisch en cultureel. Een rigoureuze scheiding tussen de verschillende werelddelen werkt contraproduktief. In educatief en esthetisch opzicht is het veel boeiender om parallellen te trekken tussen, bijvoorbeeld, de ontwikkeling van de Gelderse landbouw en die van West Afrika, de groei van Londen en van Calcutta, of de structuur van de boreale wouden en de tropische montane bossen. Naar analogie van de wereldmuziek (ontstaan uit de belangstelling voor de niet-westerse muziek) zou zich een Comparatief Wereldmuseum kunnen ontwikkelen. Een dergelijk museum kan bovendien het klassieke onderscheid tussen 'kunstmuseum' en 'natuurhistorisch museum' overstijgen door als uitgangspunt te kiezen de wisselwerking tussen de natuurlijke en de culturele en economische omgeving. Als ik vast een suggestie mag doen voor de eerste vergelijkende tentoonstelling: de invloed (van voorstellingen) van het tropische landschap op wetenschap en kunst en verschillende continenten. Daarbij zou Simon Schama's analyse van de percepties en het gebruik van het Germaanse bos een prachtige vergelijking kunnen opleveren met de plaats van het bos in, bijvoorbeeld, de Javaanse cultuur. Landscape and Memory part II ligt klaar om geschreven te worden!

    • Louise Fresco