Symmetrisch huishouden wint terrein

Het traditionele gezin verdwijnt en oudere mannen gaan steeds meer lezen. Uit het onderzoek 'Tijdopnamen' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de vrijetijdsbesteding van de Nederlanders is veel af te leiden. Ook dat hoogopgeleiden steeds vaker in het café zitten en steeds minder politieke bijeenkomsten bijwonen.

DEN HAAG, 5 OKT. “De voormalige hoeksteen van de samenleving, het traditionele gezin”, brokkelt steeds verder af, onder andere ten gunste van “het moderne symmetrische huishouden”. Dit is een van de conclusies uit de publikatie Tijdopnamen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) waarin verslag wordt gedaan van een elke vijf jaar gehouden onderzoek naar de wijze waarop Nederlanders hun tijd besteden. Het laatste peiljaar is 1990; de interpretatie van de uitkomsten heeft vijf jaar in beslag genomen. Het onderzoek is onder meer gebaseerd op de gegevens van 3.000 mensen die een week lang hun tijdsbestedingen noteerden in een dagboekje.

Het gezin in de klassieke betekenis van dat woord vormt slechts een minderheid van de huishoudens. Tussen 1975 en 1990 is het percentage huishoudens met een traditionele rolverdeling (waarin de man de kost verdient en de vrouw thuis de verzorgende taken op zich neemt) sterk gedaald. Vervulde in 1975 nog 58 procent van de gehuwde of samenwonende vrouwen tussen 18 en 64 jaar een traditionele rol in het gezin, in 1990 was dat teruggelopen tot 44 procent. In dezelfde periode steeg het aantal gehuwde of samenwonende vrouwen dat, evenals hun partner, minimaal twintig uur per week betaalde arbeid verricht van 14 naar 24 procent.

Het zijn vooral hoogopgeleide jonge samenwonenden zonder kinderen die 'symmetrische gezinnen' vormen: een huishouden waarin beide partners een volledige betaalde baan hebben en beiden huishoudelijke taken op zich nemen. Hoewel de verdeling van die huishoudelijke taken tussen de seksen ook in de symmetrische gezinnen nog behoorlijk asymmetrisch is (vrouwen besteden er tweemaal zoveel tijd aan als mannen) is er een duidelijk verschil met de traditionele gezinnen. In huishoudens waar alleen de man buitenshuis werkt, besteden vrouwen viermaal zo veel tijd aan zorgtaken als hun mannen.

Mannen die evenals hun partner minimaal twintig uur per week werken en tevens vijf uur of meer per week participeren in het huishouden kunnen volgens het SCP worden beschouwd als een “voorhoede” in een proces dat leidt tot grotere symmetrie tussen de seksen. Het profiel van zulke mannen is tussen 1980 en 1990 'gewoner' geworden. Vijftien jaar geleden hadden zij vaker dan gemiddeld een voorkeur voor een linkse politieke partij (PvdA, D66 en wat toen nog klein-links heette). In 1990 is deze politieke 'eenzijdigheid' kleiner geworden. Ook VVD-stemmers zijn nu in deze groep oververtegenwoordigd.