Streekvervoer

Met stijgende verbazing en groeiende ergernis heb ik het artikel van Frank van Empel 'Streekvervoer Nederland is steenrijk staatsbedrijf' gelezen (NRC Handelsblad, 29 september).

Om met de onjuistheden te beginnen. De drie leden van de raad van bestuur van de VSN groep wordt een gemiddelde bezoldiging toegedacht van 490.333,33 gulden. Dit bedrag haalt Van Empel uit het jaarverslag 1994. Door de bezoldigingskosten van het bestuur te delen door drie. Helaas voor van Empel bestaan die bezoldigingskosten naast het salaris, de sociale lasten en de pensioenverplichtingen voor de raad van bestuur, ook uit kosten voor de vroeg-pensioenregeling van de directeuren van alle dochterondernemingen. Bovendien is op verzoek van de accountant in 1994 de boekingssystematiek van de variabele beloning gewijzigd. Daardoor is de variabele beloning over 1993 en 1994 ten laste gebracht van 1994. De zinsnede “nog afgezien van de commissariaten bij dochterondernemingen” suggereert extra inkomsten voor de leden van de raad van bestuur. De leden van de raad van bestuur zijn q.q. lid van de raden van commissarissen bij de dochterondernemingen en ontvangen daarvoor géén vergoeding. Het verhaal is zeer tendentieus, waarbij de VSN groep wordt afgeschilderd als een financiële toponderneming. Als de VSN groep er werkelijk zo glorieus bij staat, hoe verklaart Van Empel dan dat voor de financiering van het concern geen belangstelling bestaat bij de grote Nederlandse banken? Slechts met moeite kon zo'n twee jaar geleden een financieringscontract worden afgesloten bij de BNG. De verklaring hiervoor is dat de omzet van de VSN groep voor ongeveer 70 procent bestaat uit openbaar vervoer, waarvan iets meer dan de helft bestaat uit rijksbijdragen. Dat maakt het concern zeer afhankelijk van de politieke stemmingen en veranderingen. Het is daarom dan ook flauwekul de VSN groep te vergelijken met beursgenoteerde ondernemingen als Reed Elsevier en Akzo Nobel. Vanaf 1991 zorgt de VSN groep zelf voor de financiering van het concern, zonder staatsgarantie. Daarvoor is een solvabiliteit gewenst van 35 procent (1994 = 31 procent). Door de raad van commissarissen (inclusief twee namens de overheid) en de raad van bestuur is, in overeenstemming met de aandeelhouder, een strak financieel beleid gevoerd. Efficiencymaatregelen en investeren binnen de 'cash-flow' staan daarbij voorop. De behaalde winsten zijn toegevoegd aan de reserves en niet uitgekeerd in de vorm van dividend. Dit verklaart de stevige pot reserves. Overigens bedragen die reserves ongeveer een derde van de jaarlijkse loonsom! In het verhaal wordt melding gemaakt van de verlaging van de afschrijvingstermijn van 12,5 jaar naar 10 jaar. Dit met als doel, volgens Van Empel, die winst te drukken en de kosten te verhogen en zodoende “zoveel mogelijk geld uit de zakken van het Rijk te kloppen”. Wat een onzin! Van Empel laat hier duidelijk blijken de Rijksbijdrage-regeling niet te kennen. Bovendien is een aantal jaren geleden, als gevolg van een bezuinigingsronde, de afschrijvingstermijn verhoogd van 10 naar 12,5 jaar. Daardoor ontstond een vertekend beeld op de balans met het oog op de werkelijke waarde van het materieel. Gelet op de toekomst, waarin OV concessies verleend gaan worden voor 5 jaar en gelet op de afschrijvingstermijn bij onze binnen- en buitenlandse concurrenten is besloten tot aanpassing van 12,5 jaar naar 10 jaar.

    • Hoofd Communicatie
    • C.G. Sleddering
    • Woordvoerder Raad van Bestuurbert Mulder