Pronk wil geen wapenleveranties aan Botswana

DEN HAAG, 5 OKT. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) verzet zich tegen het leveren van tweedehands wapens van Nederland aan Botswana. Het kabinet overlegt morgen of aan deze Afrikaanse staat afgeschreven Leopard-tanks, draagbaar geschut en tweehonderd vrachtwagens kunnen worden verkocht.

Pronk vindt de wapenverkopen niet sporen met zijn beleid de sociale ontwikkeling in de Derde Wereld te stimuleren en regionale stabiliteit te versterken. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) heeft geen bezwaar tegen de levering. Hij stelt dat Botswana het materiaal nodig heeft voor vredesoperaties in de regio.

Beslissingen over dergelijke wapenleveranties hebben een vaste procedure. Buitenlandse Zaken is gehouden advies uit te brengen aan Economische Zaken over de veiligheidssituatie in het betrokken land. Dat advies concentreert zich op de naleving van mensenrechten, het al aanwezige wapenarsenaal en de mate van politieke spanning. EZ volgt in alle gevallen het advies van Buitenlandse Zaken, zo meldt een EZ-woordvoerder. In het geval van Botswana bestaat er volgens Buitenlandse Zaken geen enkele belemmering: “Botswana heeft een constante solide staat van dienst, met een onafhankelijke rechtsmacht en een onberispelijke democratie”, aldus een woordvoerder.

Met de levering van het in onbruik geraakte wapenmateriaal is een bedrag gemoeid van rond de tien miljoen gulden, evenveel als de ontwikkelingshulp die Nederland vorig jaar aan Botswana verstrekte. Ontwikkelingssamenwerking acht het, gezien de bezwaren van Pronk, onwaarschijnlijk dat het kabinet morgen een besluit neemt over de leverantie. Pronk verblijft in het buitenland.

Het Kamerlid Verspaget (PvdA) wil via schriftelijke vragen opheldering krijgen van minister Van Mierlo over de transactie. Verspaget: “Ik wil weten hoe de levering zich verhoudt tot de motie Tommel-Terpstra.” De Kamer aanvaardde in 1990 unaniem deze motie, waarin werd uitgesproken dat ontwikkelingslanden met onevenredig hoge militaire uitgaven zonodig gekort moeten worden op ontwikkelingshulp. Botswana geeft ruim tien procent van zijn begroting uit aan defensie, Nederland ongeveer vijf procent. Ook wil Verspaget weten of met deze levering een trend zal worden gezet. “Als het bij vrachtwagens blijft heb ik geen bezwaar, maar tanks voor vredesoperaties aan Afrikaanse landen verkopen is ongeloofwaardig.”

CDA-woordvoerder Verhagen is verbaasd over het meningsverschil tussen Van Mierlo en Pronk. Die onenigheid geeft volgens Verhagen aan dat er van een collectieve besluitvorming op Buitenlandse Zaken geen sprake is. De CDA-fractie vindt dat Van Mierlo nu zijn verantwoordelijkheid moet nemen.