Onvoltooide Moses und Aron toont componist Arnold Schönberg als verliezer; Overdadig naturalisme in reality-opera

Voorstelling: Moses und Aron van A. Schönberg door de Nederlandse Opera en het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Pierre Boulez m.m.v. David Pittman-Jennings, Chris Merritt, Gabriele Fontana, Yvonne Naef, Jon Graham-Hall, Par Lindskog, Siegfried Lorenz, Michael Devlin en Laszlo Polgar. Decor: Karl-Ernst Herrmann; kostuums: Moidele Bickel; regie: Peter Stein. Gezien: 4/10 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: t/m 28/10 (nog kaarten beschikbaar).

Moses und Aron, de onvoltooide opera van Arnold Schönberg, was gisteren de opening van het Amsterdamse operaseizoen in een produktie die de meest prestigieuze is in de Nederlandse operahistorie. Regisseur is Peter Stein, winnaar van de Erasmusprijs. Het decor is van de beroemde ontwerper en regisseur Karl-Ernst Herrmann. Het Koninklijk Concertgebouworkest wordt in de bak van het Muziektheater tien keer gedirigeerd door de componist Pierre Boulez. De produktie - met ovaties en summier boe-geroep begroet - wordt op cd gezet en is volgend jaar te zien tijdens de Salzburger Festspiele.

Moses und Aron, op Schönbergs eigen tekst die het bijbelverhaal slechts als uitgangspunt heeft, is een opera over het conflict tussen woord en beeld, tussen het geestelijke en het materiële, tussen de fantasie en de feiten, tussen God en de wereld. De handeling speelt zich af tijdens de Exodus tussen de onderdrukking in Egypte en de aankomst van het volk Israel in het beloofde land. Mozes en Aäron leiden samen hun volk in een rampzalige coalitie van botsende karakters.

Mozes is een man Gods, een profeet, een morele reus die naast God de eerste Bijbelboeken domineert. Hij is een man van de geest en een compromisloze fundamentalist. Zijn God is de enige, eeuwige, alomtegenwoordige, onzichtbare en onvoorstelbare God, zoals hij in de eerste woorden van de opera verklaart.

Aäron, zijn broer, is een man van de wereld, hij weet hoe het in de praktijk onder de mensen toegaat en dat er moet worden geschipperd tussen norm en realiteit. Hij weet hoe de mensen moeten worden bespeeld, met hoorbaar redenaarstalent (hij is de uitvinder van de tale Kanaäns), maar vooral ook met zichtbare wonderen en afbeeldingen van de onzichtbare God, zoals het Gouden Kalf. Zo is Moses und Aron ook een opera over opera, de kunstvorm die hoge gedachten vertaalt in aansprekende muziek en herkenbare beelden.

Karl-Ernst Herrmann en Peter Stein leveren die realistische theaterbeelden in overvloed in een mengeling van eenvoudige abstrahering en overdadig naturalisme, die hier zelfs wordt tot 'reality-opera'. Het podium van het Muziektheater is een eindeloze goudgele woestijn, die zich tot over de orkestbak uitstrekt, de zon is vervormd tot een brede gouden lijstdie de de hele scène omvat. De zwarte achterwand bestaat geheel uit schijnwerpers die keer op keer aangloeien, de toeschouwer verblinden en voelbare warmtegloed in de zaal produceren. De gekmakend hete woestijn, die men in Lawrence of Arabia alleen maar zag, voelt men hier aan den lijve.

De berg Sinaï is een driehoek, het brandende braambos brandt, Mozes' staf wordt een slang, water verandert in bloed, het beeld van het Gouden Kalf is precies het goudglanzende kalf dat men verwacht. Als Mozes na veertig dagen van de berg Sinaï afdaalt, verdwijnt het kalf onmiddellijk op zijn woord. Verder zijn er nog een echte koe, vier echte paarden en twee vrachtauto's: de enscenering is gesitueerd in de jaren dertig, waarin de opera ontstond.

Schönbergs aanwijzingen worden nauwkeurig gevolgd: we zien letterlijk alles zich afspelen, tot en met de orgiastische dans van het naakte volk rond het Gouden Kalf en het bloedig offeren van vrouwen. Wat Stein in zijn goed uitgevoerde massaregie laat zien is de apotheose van de kuddementaliteit.

Het koor van de Nederlandse Opera, visueel gesteund door een omvangrijk figurantenkorps, heeft hier onder moeilijke omstandigheden een imponerende hoofdrol, met enorme inzet uitgevoerd. Dat geldt ook voor de twee andere hoofdrolspelers. De bariton David Pittman-Jennings is een intrigerende Mozes met indrukwekkend genuanceerd Sprechgesang, de tenor Chris Merritt is een geëxalteerd lyrisch zingende formidabele Aäron, die telkens met grijnzend genoegen constateert dat hij het gelijk van de vismarkt heeft.

Ondanks die zeer prominente vocale prestaties overheersen de fascinerende beelden en theatertrucs de voorstelling en steeds beter begreep ik Mozes' aversie daartegen. Wat het oog ziet verdringt veel van wat het oor moet horen. De gouden lijst, die de zangers versterkt, en de gedeeltelijke afdekking van de orkestbak verstoren danig de klankbalans. Op mijn plaats (het eerste balkon) was zeker tijdens de eerste acte, waarin veel wordt gezongen, slechts bij vlagen iets te horen van de vaak ijle, meerlagige orkestbegeleiding. In de tweede acte was dat veel beter en daar bleken het Concertgebouworkest en Boulez een overtuigende, sterk expressieve en soms overweldigend klinkende vertolking van Schönbergs muziek. Boulez toonde zich na afloop zeer tevreden over de prestaties van het Concertgebouworkest, die op de cd beter tot hun recht zullen komen.

Het blijft de vraag of deze voorstelling nu recht doet aan de bedoelingen van Schönberg. In de opvatting van Stein lijken de ideeënman Mozes en zijn woordvoerder Aäron vooral complementair. Maar Mozes is niet alleen een profeet die los van de wereld staat, hij vooral ook erg zwak en menselijk. Hij was ooit een vondeling in het biezen mandje aan de oever van de Nijl, nu is hij een driftkop, de moordenaar van een Egyptische slavendrijver, de man die de Tafelen der Wet, die hij op de berg Sinaï van God zelf kreeg, in woede kapot gooit, als Aäron hem erop wijst dat die Tafelen ook maar gewone aardse beelden zijn. En bovendien, wat Aäron niet eens met zoveel woorden zegt, de mens hoeft voor een beeld van God maar naar zichzelf en de medemensen te kijken. Zijn wij immers niet geschapen naar Zijn beeld?

Uiteindelijk blijft Mozes aan het slot van de tweede acte alleen als verliezer achter, in vertwijfelde gedachten zonder beelden en zonder tekst, behalve dan de constatering “Mir fehlt das Wort”.

Hier stopt de compositie van Schönberg, de tekst van de derde acte heeft hij ondanks een voortdurende aandrang om zijn werk te voltooien, twintig jaar lang niet op muziek gezet. Er is veel gespeculeerd over de vraag waarom Schönberg Moses und Aron niet afmaakte. Als Mozes al geen woorden meer kon spreken, kon Schönberg dan nog beelding produceren? “Mir fehlt die Musik”, heeft de componist, die zelf ook schilderde, volgens mij gedacht. Al bestaat muziek slechts uit trillende lucht, muziek is ook een uitbeeldende materialisering van de geest.

De korte derde acte, de dialoog tussen Mozes en Aäron die wel in het tekstboek staat, wordt in deze produktie niet uitgevoerd, zelfs niet als spreektheater - wat Schönberg kort voor zijn dood aanbeval - of in de vorm van een projectie als de muziek is beëindigd. Boulez toont zich op dit punt in het programmaboek bikkelhard. Ik vind dat jammer, want nu eindigt de voorstelling met de nederlaag van Mozes. Het ontberen van het Woord betekent immers ook de afwezigheid van God: het evangelie van Johannes begint met “en het Woord was God.” Mozes' nederlaag wordt zo ook Schönbergs nederlaag, zonder een slotvisioen. Schönberg laat aan het 'echte' slot Aäron sterven en Mozes profeteren dat het volk van Israel zal worden verenigd met God.

    • Kasper Jansen