Nieuwe schoolgids meer dan informatieboekje

UTRECHT, 5 OKT. Ouders die hun kind naar de middelbare school De Waerdenborch in Holten sturen, kunnen voortaan in een 'schoolgids' lezen hoe groot de kans is dat hun kind een diploma haalt. In de nieuwe gids staat een tabel met het percentage geslaagde leerlingen van vorig jaar naast het landelijke percentage geslaagde leerlingen.

Het percentage van De Waerdenborch is bijna tien procent hoger. Ook het percentage scholieren dat elk jaar overgaat is hoger dan het landelijke gemiddelde, zo blijkt uit de schoolgids. Rector L. van Minderhout betwijfelt of hij de cijfers, als ze slechter zouden zijn, ook zou opnemen. “Als ik daardoor minder aanmeldingen zou krijgen, zou ik het niet doen.”

Gisteren presenteerden zeven scholen hun concept-schoolgids in het Schooladviescentrum in Utrecht. Vanaf augustus 1997 moet elke basis- en middelbare school een schoolgids hebben, waarin voor ouders en leerlingen duidelijk wordt gemaakt hoe de werkwijze is en welke resultaten die oplevert. Het moet voor ouders gemakkelijker worden een school te kiezen, maar ook om een school ter verantwoording te roepen bij klachten. Omdat de school in de gids een 'profiel' van zichzelf moet geven, moet er - zo is de bedoeling - binnen de school een discussie op gang komen over de doelstellingen van het onderwijs.

Niet alle scholen die een proefschoolgids hebben gemaakt waren bereid het percentage geslaagden of de resultaten van de CITO-toets in de gids op te nemen. Jenaplan basisschool 'De Driestam' uit Eindhoven publiceert deze cijfers niet. Het is genoeg dat elke ouder weet hoe zijn eigen kind het doet, vindt directeur J. Buizert. Hij wil geen competitie met de andere basisscholen in de buurt. “Ouders moeten een school kiezen om de manier waarop er wordt gewerkt en om de sfeer.”

Daarom heeft Buizert in zijn concept-schoolgids vijf bladzijden gewijd aan 'de twintig basisprincipes van het jenaplanonderwijs' en 'de school als leef- en werkgemeenschap'. Ook kunnen ouders lezen op welke manier hun kinderen leren rekenen en schrijven, hoe vaak ze gymles krijgen en hoe ouders kunnen meehelpen met de schoolkrant of meepraten in de oudercommissie.

Staatssecretaris Netelenbos voelt er weinig voor verplichte richtlijnen af te kondigen voor de inhoud van de gids. De school moet zelf bepalen welke informatie ze er in opneemt, als het maar “echt eerlijk” is, zodat ouders een goed beeld krijgen. De gids moet meer zijn dan de informatieboekjes die veel scholen nu al hebben. Daarin staan vooral praktische gegevens, zoals de lestijden of de overblijfvoorzieningen.

Netelenbos zei wel dat scholen de gidsen toegankelijk moeten maken. Om allochtone ouders te bereiken zullen ze misschien ook een andere presentatievorm moeten bedenken, zoals een dia-avond of voorlichtingsavonden waarbij een tolk aanwezig is. R. Emmerik, directeur van het Johan de Witt College in Den Haag, zou liever alle ouders een videoband aanbieden in plaats van een geschreven gids. “Ik denk dat 100 van de 2000 ouders de gids lezen. De rest bereiken we nu niet.”