Neelie's gelijk

De eerste die het in het openbaar gebruikte was minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes: het toverwoord ISDN (Integrated Digital Services Network). Lang voordat de kreet elektronische snelweg was uitgevonden schetste zij al hoe hij eruit zou gaan zien: een wereldomspannend netwerk van supersnelle digitale verbindingen waarbij vergeleken de ouderwetse, analoge telefoon wel een trekschuit leek.

Neelie had niet altijd gelijk, maar deze keer wel. ISDN is een feit. Rond kerstmis zijn ISDN aansluitingen overal beschikbaar, nu is dat nog voornamelijk beperkt tot gebieden met een driecijferig netnummer. Van de gebruiker uit bezien, verschilt ISDN op drie manieren van gewone telefoonverbindingen: het is razendsnel, er kan (daardoor) meer, en het is voorlopig in elk geval nog behoorlijk duur in aanschaf. Om een idee van de snelheid van een ISDN verbinding te geven: de PTT belooft dat u de complete werken van Shakespeare binnen zeven minuten kunt versturen. Als je nagaat dat de bard uit Stratford-upon-Avon in ASCII gemeten zon 4,5 Mb uit zijn ganzeveer liet vloeien, wil dat wel wat zeggen. Een ISDN-fax (groep 4) perst er in een seconde of vijf een A4tje uit, dat is zo'n zes tot tien keer sneller dan een gewone groep 3-fax. Zulk geweld betekent ook dat er ruimte is voor een betere geluidskwaliteit bij spraaktelefonie, dat de plaspauze tijdens het overseinen van foto's en andere plaatjes komt te vervallen, en dat bewegende beelden, bijvoorbeeld voor video-conferencing, in het zicht komen. Ook telewerken wordt veel beter haalbaar. Met een ISDN verbinding kan iemand thuis bijna net zo vlot toegang hebben tot het netwerk op zijn kantoor als vanaf zijn eigenlijke werkplek. En wat tussen thuis en kantoor geldt, geldt ook van kantoor tot kantoor: gegevens bij een andere vestiging raadpleegt u bijna net zo vlot als gegevens in eigen huis. De specialist met ISDN hoeft niet meer te wachten tot de postbode de elders gemaakte foto's van uw borstkas langsbrengt, hij tovert ze zó op zijn beeldscherm. Uw makelaar kan u 'per telefoon laten zien' wat hij in de aanbieding heeft. Tegelijkertijd blijft u bereikbaar, want een ISDN-aansluiting bestaat uit tenminste twee lijnen. Dat kan allemaal via het gewone telefoonnet. Sinds 1976 is de PTT druk bezig geweest met het digitaliseren ervan. Alleen het laatste stukje, van de dichtstbijzijnde centrale naar uw huis, is nog analoog. Een standaard telefoonverbinding tussen twee computers houdt dus vier conversieslagen in: de ene computer stuurt zijn gegevens digitaal aan het modem, dat ze in analoge vorm doorstuurt naar de begincentrale (dat heet moduleren, de mo van modem). Vandaar gaan ze, nu weer in digitale vorm, naar de laatste centrale in het traject, waar ze weer tot analoog signaal worden omgewerkt. Het ontvangende modem maakt er weer een digitaal signaal van (demoduleren, de dem van modem) zodat de computer erachter de gegevens kan verwerken. Al dat omzetten vergroot niet alleen de kans op ruis en fouten, het gaat ook tergend langzaam. Een digitale ISDN-aansluiting maakt korte metten met de analoge flessehals en maakt omzetting van gegevens overbodig. Een enkele gewone ISDN-lijn kan dan ook 64 kilobit per seconde aan. Dat is 2,5 maal zo veel als een 28K8 modem, het snelste gangbare type, onder goede omstandigheden kan verwerken. Doen dus, dat ISDN? Dat hangt er nog maar vanaf. De gebruikskosten van een ISDN-verbinding zijn door de grotere snelheid in principe veel lager dan die van een gewone analoge verbinding, zeker als u veel internationaal belt, faxt of modemt. Maar de uiteindelijke winst hangt, als altijd, af van de zwakste schakel in de keten, en dat kon wel eens uw tegenpartij zijn. Niet elke plek ter wereld is al per ISDN te bereiken, zodat uw gegevens ergens ver weg alsnog van de snelweg op een zandpad terecht kunnen komen. En al is ISDN op de hele route beschikbaar, dan is het nog de vraag of de tegenpartij een aansluiting heeft, of misschien een oude groep 3-fax gebruikt. Dan is het: weg snelheidswinst, weg kostenvoordeel. En dan zijn er de aanschafkosten en het abonnement. De kleinste verbinding is het Basic Rate Access (BRA), door de PTT ISDN2 genoemd. Hij bestaat uit twee lijnen plus een besturingskanaal, waar u niet veel mee te maken heeft. Alles wat u ziet is een klein doosje van de PTT, de NT1 (NT staat voor Netwerk Terminal), waar het net eindigt en uw eigen domein begint. De aansluitkosten voor ISDN2 bedragen ƒ 600,-. Ruilt u een bestaande analoge lijn in, dan kost het maar ƒ 390,-. Standaard krijgt u twee lijnen, die u ook tegelijk kunt gebruiken, maar het abonnement is dan ook ruim twee keer dat voor een ouderwetse lijn, ƒ 69,- per maand. En dan de apparatuur. Oude, analoge telefoons en faxen kunt u blijven gebruiken met behulp van adapters, die zo rond de 350 gulden doen. ISDN-apparatuur is ook niet goedkoop, en nog maar mondjesmaat verkrijgbaar. De PTT levert bijvoorbeeld op dit moment maar één type telefoontoestel, à raison van ƒ 1995,-. Wie gaat rondbellen omdat de koningin in de troonrede meer vrije marktwerking propageerde, ontdekt dat er nog niet veel leveranciers zijn die van wanten weten. Een daarvan is A-line Technology in Naarden, die ISDN-modules voor computers levert vanaf ƒ 2000,-. Een insteekkaart of een los kastje, alles kan, en je gaat er net zo mee om als met een modem. Tip: sommige van die modulen hebben een ingebouwde adapter, waarmee de oude analoge telefoon naast de computer direct op de tweede lijn kan worden aangesloten. Voor grote bitschuivers is ISDN nu al interessant. Als particulier loont het om nog even te wachten. Want, zo verzekeren A-line én PTT: ISDN wordt heel snel groot, en dat zal de prijzen doen zakken. En ten slotte: kijk uit voor buitenlandse aanbiedingen. ISDN is nog nauwelijks gestandaardiseerd, dus goedkoop kon wel eens onbruikbaar blijken.

    • Rik Smits