'Libië verjaagt de Palestijnen niet, het helpt ze te vertrekken'

SALLOUM, 5 OKT. In het Libisch-Egyptische grensgebied, tegen een achtergrond van prikkeldraad, schorpioenen en leuzen tegen de PLO en het zionisme, heeft de Libische leider Moammar Gaddafi gisteren een ware operette opgevoerd ter rechtvaardiging van zijn uitwijzing van Palestijnse gastarbeiders. De vele honderden Palestijnen die - sommigen al weken - in tenten in het niemandsland tussen Libië en Egypte vastzitten, vormden het gehoor, samen met duizenden leden van Libische 'volkscomités' die met Gaddafi waren meegekomen.

De Libiërs waren de claque: zij onderstreepten de woorden van hun leider van tijd tot tijd met leuzen tegen het zionisme en tegen de Palestijnse leider Yasser Arafat. De Palestijnen zwaaiden met foto's van kolonel Gaddafi en de overleden Egyptische president Nasser, het grote voorbeeld van de Libische leider, die door Libische veiligheidsagenten waren uitgedeeld.

Duizenden Palestijnen zijn al uit Libië uitgewezen, maar Gaddafi, in safaripak en zonnebril, wilde het zo niet noemen. “Libië heeft hen niet verjaagd, Libië heeft hen aangemoedigd naar huis terug te keren”, zei hij. “Het is verraad de Palestijnen te verhinderen te vertrekken. Dat staat gelijk aan deelneming aan het zionistisch-imperialistische komplot om de Palestijnen te vestigen in de Arabische landen en Palestina aan de Israeliërs te laten.”

De Libische autoriteiten zijn al maanden bezig al dan niet illegale gastarbeiders het land uit te zetten, een politiek waarvan - buiten de publiciteit - vooral Afrikanen het slachtoffer zijn. De totstandkoming van het Israelisch-Palestijnse vervolg-autonomie-akkoord heeft Gaddafi aangegrepen om de uitwijzing van Palestijnen te wettigen. “De Palestijnen hebben nu een president, een land, een vlag, een paspoort, een politie en zelfs gevangenissen. Waarom zouden wij hen dan verhinderen naar huis te gaan?” “De regeling van de Palestijnse kwestie is in Washington bekendgemaakt nadat de Palestijnse president de zionistische leiders had gekust”, aldus Gaddafi. “Ze hebben ons verteld dat Israel niet langer de vijand is die we kenden. Ze zeiden dat de Palestijnse zaak voorbij was, en omdat Libië hen gelooft, heeft het de Palestijnen gevraagd naar huis te gaan.”

De Libische leider beloofde een stad in het grensgebied te bouwen als de andere Arabische landen de Palestijnen, van wie velen geen papieren hebben, blijven tegenhouden. Zelfs was hij bereid zijn eigen tent naast de hunne op te slaan.

Direct na Gaddafi's toespraak probeerden honderden Palestijnen hem te omarmen. “Gaddafi is de grote leider!”, schreeuwden ze, en “Wees nog uitdagender, o eenzame havik!” Maar een Palestijnse student vertrouwde een journalist toe dat de Libische veiligheidsdiensten hem hadden beloofd dat hij naar Libië mocht terugkeren “als hij actief deelnam aan de plechtigheid rondom Gaddafi”. “Ze hebben waarschijnlijk hetzelfde gedaan met alle andere Palestijnen”, zei hij. Op dat moment kreeg hij een por in zijn rug van een man achter hem, en verdween onmiddellijk. (AFP)