Juppé heerst na machtsstrijd ook op Financiën

PARIJS, 5 OKT. Na weken van verbeten machtsstrijd heeft Frankrijks eerste minister Alain Juppé zijn greep op het belangrijke ministerie van financiën en economie (180.000 ambtenaren) versterkt, en opnieuw een minister van zich vervreemd. De tekorten op de rijksbegroting en die van de sociale zekerheid blijven de Franse franc en de Parijse beurs drukken.

Toen Jean Arthuis 25 augustus de plaats innam van de ontslagen minister van financiën Madelin, leek de orde hersteld. Madelin met zijn voor Franse begrippen ultra-liberale opvattingen was vervangen door een politicus met een reputatie van avontuurloze financiële deskundigheid. Juppé had laten weten wie de baas was, de aanpassing van de Franse economie zou doorgaan, maar volgens zijn ritme, in goed overleg met werkgevers en werknemers.

Ruim een maand later blijkt het scenario zich iets anders te hebben ontrold. Vakbonden èn werkgevers zijn uiterst negatief over de begroting 1996. Op 10 oktober gaat heel ambtelijk Frankrijk de straat op om de bevriezing van de salarissen aan te vechten. De strijd om de beknotting van verworven rechten moet dan nog beginnen.

Voor Juppé minstens even pijnlijk is dat Arthuis zich in korte tijd heeft ontpopt als een daadkrachtiger bewindsman dan de hem toegeschreven boekhouders-mentaliteit deed vermoeden. Zonder zich op de martelaar Madelin te beroepen, is Arthuis begonnen zijn beleid uit te stippelen. Hij spreekt zich niet zo uitdagend uit als zijn verdreven voorganger, maar zijn ideeën zijn nauwelijks minder duidelijk.

Al bij het afronden van de begroting zette hij Juppé en zijn regering voor het blok geen halve dekking te accepteren voor hele uitgaven. Hij wees op economisch-politieke inkonsekwenties, in wezen de tegenstrijdigheden waarop Chirac is verkozen. De vorige week afgekondigde premie om de autoverkopen op te peppen was een voorbeeld: marktverstorend, het verkeerde signaal voor industrie en consument, zelfs als de gevolgen voor de schatkist neutraal zijn. Juppé zette door, op zoek naar een beetje populariteit en een daad ten gunste van de werkgelegenheid.

Sinsdien kwam de krachtmeting tot een nieuw hoogtepunt. De afgelopen dagen liepen de topambtenaren met rode koppen door de gangen van het imposante ministerie aan de Seine in de Oost-Parijse wijk Bercy. De directeur van het ministeriële kabinet, Jean Lemierre, aan Madelin door Juppé al opgelegd als rechterhand, moest vertrekken, was de eis van Arthuis. Lemierre zou werken volgens orders die hij direct van Juppé's ambtspaleis Hôtel Matignon ontving, zonder zijn eigen minister zelfs maar te informeren. Lemierre kreeg een hoge functie bij de posterijen, was de indruk begin deze week.

Gisteren kwam de ontknoping. Lemierre is weg als directeur de cabinet, en komt versterkt terug: als thesaurier van de schatkist, de man die het hele begrotingsproces in de hand heeft. Namens Juppé. En voor straf krijgt Arthuis als kabinets-directeur Christian Noyer, tot gisteren thesaurier en door Madelin al op de nominatie voor overplaatsing gezet wegens elders liggende loyaliteiten. Als toppunt van ongemak wordt Arthuis's eigen vertrouweling, Jacques Reiller, die hem in al zijn ministeriële functies vergezelde prefect van het Territoire de Belfort, tegen de Zwitserse grens.

Het was een beladen afwikkeling. Juist op de dag dat president Chirac ter gelegenheid van de viering van het 50-jarig bestaan van de sociale zekerheid in Frankrijk een redevoering hield waarin zijn sociale verkiezings-muziek weer doorklonk. De tekorten op de verzorgingsstaat zijn nu al ondraaglijk. Waar het geld vandaan moet komen blijft vaag: sociale premies en loon- en inkomstenbelasting zullen in elkaar geweven worden, luidt de toverformule. Juppé moet het oplossen. Hij staat daarbij opnieuw op gespannen voet met een minister van financiën die ernst wil maken met de stroomlijning richting EMU van de Franse economie.

    • Marc Chavannes