Het Nederlands is alleen te redden als we daar ons best voor doen

Wat hebben taal en overheid met elkaar te maken? Is de taal niet gewoon van de gebruikers? Volgens Greetje van den Bergh kan wetgeving over taal belangrijk zijn, omdat een wet burgers - en trouwens ook de overheid zelf - een mogelijkheid biedt om in beroep te gaan. Daarnaast moet de overheid een bewust taalbeleid voeren.

Het is opeens de week van de taal, de week van het Nederlands. Binnen acht dagen is eerst een veertig jaar lang uitgesteld besluit over de spelling genomen, en dinsdag dienden de Kamerleden Koekkoek en Van Middelkoop een initiatief-wetsvoorstel in met de bedoeling “het belang van het Nederlands in de grondwet te verankeren”.

Koekkoek en Van Middelkoop doen hun voorstel niet om de 'wetstechnische' reden dat met de inwerkingtreding van de Algemene Wet Bestuursrecht de positie van het Nederlands als officiële voertaal voor het eerst sinds 1830 niet meer wettelijk vastligt. Zij komen met hun initiatief, omdat zij zich zorgen maken over de positie van het Nederlands, die door de internationalisering in de knel dreigt te komen. Zij stellen voor in de grondwet een volzin toe te voegen: “De bevordering van de Nederlandse taal is voorwerp van zorg van de overheid”.

Dit initiatief-wetsvoorstel van Koekkoek en Van Middelkoop werpt opnieuw de vraag op naar de rol en de verantwoordelijkheid van de overheid op dit terrein. Wat hebben taal en overheid met elkaar te maken? Is de taal niet gewoon van de gebruikers, en ook nog een beetje van de literatoren en taalwetenschappers?

De houding van Nederlanders tegenover officiële bemoeienis met taal is ambivalent. Als de overheid regels vastlegt over een uniforme spelling, zijn veel mensen geneigd haar oneigenlijke en overbodige bemoeienis te verwijten. Zelfs al doet die overheid niets anders dan waar veertig jaar lang door het onderwijs, door woordenboekmakers en door uitgevers op aangedrongen is: twee weeffouten uit de Woordenlijst van 1954 - de dubbelspelling en de regels voor de tussenletters in samenstellingen - herstellen.

“Waarom kunnen lexicografen dat niet doen, zoals in Engeland en Duitsland?”, wordt er hier en daar geopperd. Guido Geerts, een van de hoofdredacteuren van de Grote Van Dale, gaf ruim een jaar geleden al het antwoord: omdat bij grote lexicografische uitgevers als de Duitse Duden en de Engelse Oxford University Press tientallen vooraanstaande lexicografen werken. Het Nederlandse taalgebied is daar gewoon te klein voor. Daarom zou een dergelijke werkwijze de kans op willekeur en ongefundeerde beslissingen hier veel te groot maken, aldus Geerts. Evenwichtige en gefundeerde intercollegiale toetsing zou op die manier ontbreken.

De uniformering van de spelling was dringend nodig, ook al omdat computers voor de toekomst van een taal steeds belangrijker worden. En die begrijpen nu eenmaal minder van een ratjetoe aan al dan niet toegelaten dubbelspellingen dan 'taalgebruikers' van vlees en bloed.

Toch ligt in Nederland op zulke momenten het verwijt van regeldrift op de loer. Veel voorschriften op taalgebied zijn hier zonder meer taboe. De Franse wet-Toubon, die winkels en bedrijven op straffe van boetes wilde verbieden om Engelse woorden te gebruiken, ging zelfs de Fransen uiteindelijk te ver. Maar het voorschrijven van het gebruik van vrouwelijke beroepsnamen als het een vrouw is die het beroep uitoefent of het ambt bekleedt wordt in dat land zonder meer aanvaard: voorzitster als de voorzitter een vrouw is, directrice als de directeur een vrouw is, enzovoorts. In Nederland zou zo'n voorschrift waarschijnlijk onmiddellijk tot opstand en rebellie leiden.

Die ingebakken afkeer van overheidsvoorschriften over taalgebruik roept tegelijkertijd de vraag op hoe zinvol het is om in de grondwet iets vast te leggen over “de bevordering van het Nederlands”. De situatie in het onderwijs kan als voorbeeld dienen. Ten aanzien van het Nederlands in het hoger onderwijs zijn wettelijke regels vastgesteld. Niemand controleert of men zich daaraan houdt. Er gebeurt ook niets als men zich er niet aan houdt.

Van regelgeving is hier op korte termijn waarschijnlijk minder te verwachten dan van de uitkomsten die deze week bekend werden uit een Delfts proefschrift. De onderzoekster constateert daarin dat studenten die in het Engels college kregen, minder opstaken van hun docenten en lagere cijfers haalden voor hun tentamens dan studenten die in het Nederlands werden onderricht.

Over de voertaal in het basis- en middelbaar onderwijs is op dit moment niets wettelijk vastgelegd. Kennelijk gaat de overheid er van uit dat het gebruik van het Nederlands daar vanzelfsprekend is, maar dat is al lang niet meer zo: het concept van 'de tweetalige school' rukt snel op. Experimenten daarmee vinden overigens plaats met steun van het Nederlandse onderwijsministerie.

Koekkoek en Van Middelkoop hebben gelijk als zij proberen een houvast te bieden in dit soort situaties. Wetgeving kan belangrijk zijn, omdat het burgers - en overigens ook de overheid zelf! - een handvat biedt om in beroep te gaan als zij (bijvoorbeeld) Nederlandstalig onderwijs eisen. Maar genoeg is het zeker niet.

Het beschermen van de taal dient op een aantal fronten tegelijk te gebeuren. De kwaliteit van het onderwijs in het Nederlands, de kwaliteit van het Nederlands in het onderwijs, het niet accepteren dat er op informele Europese Ministerraden wel uit het Deens en het Grieks wordt getolkt, maar niet uit het Nederlands - dat zijn allemaal belangrijke elementen in de toekomstige positie van onze taal.

Het voorstel van Koekkoek en Van Middelkoop heeft in elk geval het voordeel dat de discussie over de beste manier om de positie van het Nederlands te beschermen, op de openbare agenda komt. Een bewust taalbeleid van de overheid omvat samenhangende maatregelen, gericht op het Europese bestuur, op het onderwijs, op het wetenschappelijk, toekomstgericht onderzoek, op de neerlandistiek aan de universiteiten.

Hoe populair de Nederlandse en Vlaamse schrijvers dezer dagen ook op de boekenbeurs in Barcelona mogen worden, genoeg is dat niet. De noodklok hoeft nog niet te worden geluid. Maar willen wij hier over pakweg vijftig jaar nog het nodige plezier kunnen beleven aan onze taal, dan is meer zorg nù hard nodig.

    • Greetje van den Bergh