Het gistproject

'Zo'n bacterie is een relatief simpel beestje.' zegt biochemicus prof dr R.J. Planta van de Vrije universiteit Amsterdam over H. influenzae. “Daar kun je niet zoveel van leren als je wilt weten hoe hogere organismen in elkaar zitten.” Planta is nauw betrokken bij het EG-project dat werkt aan de basenvolgorde van het DNA van de gist Saccharomyces cerevisiae. Bacteriën, legt hij uit, zijn prokaryoten (deze hebben geen celkern). Gisten daarentegen zijn eukaryoten, en Planta beschouwt ze als eukaryoten van dierlijke aard. Deze eencelligen lijken zelfs zoveel op dierlijke cellen, licht hij de overeenkomsten toe, dat je deleties in bepaalde gistgenen met menselijk cDNA (vorm van DNA) kunt herstellen. Wil je dus meer over de menselijke genen weten, aldus de hoogleraar, dan is gist een geschikt organisme om de functie van genen te onderzoeken. Planta verwacht dat de complete basenvolgorde van gist in 1996 is opgehelderd. Het gist-DNA bevat 12,5 miljoen basenparen, zeven keer zoveel als H. influenzae. Van tachtig procent is nu de volgorde bepaald. Naar schatting heeft de schimmel 7000 genen waarvan men van zo'n 4000 de functie niet kent. Ter vergelijking: het DNA van de plant Arabidopsis thaliana bevat honderd miljoen basenparen met zo'n 25.000 genen. Het DNA van de mens bevat drieduizend miljoen oftewel drie miljard basenparen. De mens heeft naar schatting 50.000 tot 100.000 genen. Men verwacht in 2004 de complete basenvolgorde van het menselijk DNA te hebben opgehelderd.