Het ecotax-labyrint

HET BASISPRINCIPE van de zogeheten 'eco-tax' is even simpel als helder. Door een extra belasting te leggen op produkten die het milieu zwaar belasten, wordt het adagium 'de vervuiler betaalt' direct toegepast. Een voorbeeld is de energieheffing die het kabinet met ingang van volgend jaar in fases wil invoeren. Door de opgelegde milieubelasting in haar geheel aan te wenden voor lastenverlichting, snijdt het mes zelfs aan twee kanten. De milieubewuste consument die zuiniger met energie omspringt verdient in dat geval aan zijn 'groene' gedrag, terwijl de intensieve gebruiker extra duur uit is.

Tot zover de theorie. Het kabinet is er in geslaagd zo'n ingewikkelde constructie te bedenken dat er van het belonings- en strafsysteem dat aan de eco-tax ten grondslag ligt nauwelijks nog iets over is. Er komt een heffing en er komt een lastenverlichting, maar beide zaken zijn zo uit elkaar getrokken dat van een directe relatie geen sprake meer is. Daarmee is in feite het hele idee vervallen. De regulerende milieuheffing is niets minder dan een gewone belasting geworden. Dat het geld elders wordt teruggesluisd doet daar niets aan af.

ALLE KLEINVERBRUIKERS krijgen straks te maken met de energieheffing. Maar zij kunnen niet in gelijke mate profiteren van de lastenverlichting die daar tegenover staat. De opbrengst van de energieheffing, voor volgend jaar geraamd op 1,1 miljard gulden, wordt namelijk gericht teruggegeven in de vorm van een hogere belastingvrije som en een verhoging van de kinderbijslag. Dit past geheel in de nationale traditie van knip- en plakwerk als het om belastingen gaat. Eerder was er al de trouvaille om de conducteur op de tram te betalen uit de extra accijnzen op shag. Dat mensen die de verwarming een graadje hoger zetten de kinderbijslagfondsen spekken kan er dus ook nog wel bij. Maar hoe staat het nu met de gedragsbeïnvloeding die van de heffing uit diende te gaan, ofwel de oorspronkelijke gedachte?

Het debat over de energieheffing begint zelfs bizarre trekken te krijgen nu de PvdA-fractie op het laatste moment de koopkracht voor de laagstbetaalden in de strijd heeft gegooid. Volgens de PvdA is de voorgenomen verhoging van de kinderbijslag met 25 gulden per kind per jaar te weinig om gezinnen met kinderen voor de hogere energielasten te compenseren. Vandaar het idee van de PvdA om er nog een bedrag in de orde van grootte van enkele tientjes bij te doen. Het is duidelijk: de ene goede bedoeling staat de andere goede bedoeling in de weg, met als gevolg een hutspot van fiscale, koopkracht- en milieudoelstellingen.

DE BEDRAGEN WAAROVER de politieke 'strijd' nu wordt gevoerd maken het schouwpel er niet verheffender op. Een winter die één graad warmer is dan normaal levert een gemiddeld huishouden al 63 gulden aan besparing op de stookkosten op. Andersom kost elke graad kouder dan normaal een huishouden gemiddeld 63 gulden per jaar. Het is al weer enige tijd geleden dat er in Den Haag serieus werk werd gemaakt van koopkrachtcompensatie in verband met het weer, maar getuige de stand van zaken in de discussie over de energieheffing laat een reprise niet lang meer op zich wachten.

Een energieheffing is een bruikbaar middel om het gebruik terug te dringen en daarmee het milieu minder te belasten. Een voorwaarde is dat de prikkel (zowel in negatieve als in positieve zin) groot genoeg is. Dit betekent dat een dergelijke maatregel alleen op Europese schaal kan worden ingevoerd. Nu de andere Europese landen nog niet zover zijn kan Nederland niet anders dan slechts een zeer beperkte energieheffing introduceren. Door deze regeling ook nog te vermengen met allerlei oneigenlijke elementen, blijft er van het oorsponkelijke doel weinig meer over. Alleen in naam is er nog sprake van een regulerende energieheffing. Wat resteert is symboolpolitiek.