Heerma: achterstallig onderhoud CDA-fractie

DEN HAAG, 5 OKT. CDA-leider Heerma verwijt het paarse kabinet opportunisme. Door besluiten over de WAO en Ziektewet uit te stellen en, als het de coalitie uitkomt, nauw met elkaar te overleggen in plaats van het openlijk beleden dualisme tussen kabinet en parlement in acht te nemen, zijn er “duidelijke elementen van opportunisme” in het beleid van het kabinet-Kok geslopen.

Dit zegt Heerma in het vandaag uitgekomen CDA-Jaarboek. Daarin mogen elk jaar CDA-prominenten hun visie op politieke ontwikkelingen geven. Heerma zegt tevens dat H. van Mierlo, minister van buitenlandse zaken en partijleider van D66, “het minst uit de verf” komt. “Van Mierlo maakt een vermoeide indruk en neemt teveel hooi op zijn vork”, aldus Heerma over de minister van Buitenlandse zaken.

De fractievoorzitter van het CDA vertelt verder dat hij, vlak na zijn aantreden in 1994, de fractie in niet al te beste staat aantrof. Wat zijn voorganger Brinkman had achtergelaten, heeft Heerma heel wat aan “achterstallig onderhoud” gekost, vooral waar het de verhouding tussen de fractieleden onderling betreft. Er was sprake van “achterstallig onderhoud in relaties, cultuur en prioriteitsstellingen”. Vooral de verhouding tussen de fractieleden liet te wensen over. “Ik heb geprobeerd van hullie en zullie, ons en wij te maken”. Ook aan de gedachtenvorming over de inhoud van de CDA-politiek ontbrak het een en ander. Dit laatste schrijft Heerma echter vooral toe aan de rol van regeringsfractie die het compromissen-sluiten belangrijker maakte dan het doordenken van de eigen standpunten.

In hetzelfde jaarboek laat CDA-voorzitter Helgers merken dat hij PvdA-leider Kok diens keuze voor 'paars' nog steeds niet vergeven heeft. Hij schrijft: “Als formateur Kok gewild had, dan was de tweede partij van dit land niet willens en wetens aan de kant gezet.” En dreigend voegt hij eraan toe: “De tijd zal leren of Kok hiermee een hypotheek op toekomstige formaties legt.”