Gesprekken leden OM heimelijk opgenomen

DEN HAAG, 5 OKT. De korpschef van de politieregio Gooi- en Vechtstreek, P. Witteveen, is bereid de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden geluidsbanden ter beschikking te stellen van gesprekken met leden van het Amsterdamse openbaar ministerie die heimelijk zijn opgenomen.

Witteveen zegt dit desgevraagd naar aanleiding van de onthullingen van zijn ex-chef van de Criminele Inlichtingendienst (CID), F. van der Putten, dat hij opnames heeft gemaakt waaruit blijkt dat het Amsterdamse openbaar ministerie toestemming heeft verleend voor infiltratie in criminele organisaties.

Van der Putten zei gisteren bij de commissie dat op de bandopnames staat dat de Amsterdamse officier van justitie J. Valente dit jaar toestemming heeft gegeven voor een “pure, actieve infiltratie”. Eerder die dag verklaarde Valente dat hij onder geen beding toestemming geeft voor het sturen van informanten, omdat dit tot uitlokking kan leiden.

Van der Putten zei er “duizend procent zeker” van te zijn dat Valente akkoord is gegaan met het betalen van één miljoen gulden aan de infiltrant in een drugsonderzoek. Hij suggereerde dat het exacte geldbedrag niet op de band staat maar wel het aantal kilo drugs waarover tipgeld zou worden betaald.

Bij het gesprek over de afspraken met Valente zijn medewerkers van Van der Putten getuige geweest. De CID-chef is deze zomer in opdracht van het Amsterdamse OM van zijn functie ontheven. Hij verklaarde uit “plichtsbesef” de gesprekken met Valente en anderen heimelijk te hebben opgenomen.

Commissie-voorzitter Van Traa verklaarde gisteravond dat hij overweegt de “Van der Putten-tapes”, zoals commissielid Koekoek ze noemde, op te vragen. De banden zijn nu in bezit van de Hilversumse korpschef, die zegt “niet blij” te zijn dat Van der Putten gesprekken heeft opgenomen.

Ook Valente zal moeten terugkeren voor de enquêtecommissie. Van Traa zegt er rekening mee te houden dat de verhoren over dit geschil achter gesloten deuren worden gehouden omdat het gaat om nog niet afgeronde strafrechtelijke onderzoeken.

Twee onderzoeken, die Van der Putten uitvoerde onder leiding van de Amsterdamse officier van justitie M. Witteveen, werden deze zomer in opdracht van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie gestaakt.

Pagina 6: Afgebroken onderzoeken

De twee onderzoeken die Van der Putten als CID-chef uitvoerde, werden voortijdig afgebroken omdat de CID volgens justitie informatie zou hebben achtergehouden. Officier van justitie P. Witteveen heeft echter volgens Van der Putten laten weten dat hij het niet eens is met dat besluit omdat er niets aan de hand was met de opsporingsmethoden.

Van der Putten verklaarde “de architect” te zijn van de methode van gecontroleerde doorlevering, waarbij drugs door de politie op de markt worden gebracht om zicht te krijgen op een crimineel netwerk. Hij vertelde de commissie dat hij al eind jaren tachtig, met instemming van toenmalig procureur-generaal Heijder, een onderzoek opzette waarbij circa 10.000 kilo softdrugs op de markt werden gebracht. Heijder heeft volgens Van der Putten geen grenzen gesteld aan de hoeveelheden drugs. De procureur-generaal had alleen als voorwaarde gesteld dat de operatie niet langer dan een jaar zou duren.

Van der Putten maakte bij zijn operaties gebruik van een chauffeur die hij verwierf via een medewerker van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Dezelfde FIOD-medewerker, K. de Jong, en de chauffeur werden door Van der Putten in 1992 overgedragen aan de CID van de politieregio Kennemerland. Dit politiekorps begon er de operatie-Delta mee, die eveneens voortijdig werdafgebroken .