Fonds op Naam populairder als alternatieve beleggingsbron

Steeds meer mensen 'beleggen' hun geld in een Fonds op Naam, tijdens hun leven of na hun overlijden. Omdat er geen geschikte erfgenamen zijn of om 'iets nuttigs' te doen met hun vermogen. Het bedrag dat in het fonds wordt gestort is fiscaal volledig aftrekbaar. De schenker bepaalt zelf aan welk doel het geld wordt besteed, als het maar met cultuur te maken heeft.

AMSTERDAM, 5 OKT. Dr. J. Mehler, ooit conrector van het Baarns Lyceum, schreef in een ver verleden een woordenboek op het werk van Homerus. Mehler werd 94 jaar en was tot de dag voor zijn dood in 1962 bezig met het verbeteren van zijn woordenboek. Het Woordenboek op Homerus is nog altijd een begrip onder classici. Vorig jaar werd te zijner nagedachtenis het Mehler Fonds - een zogeheten 'Fonds op Naam' - voor klassieke letteren en muziek opgericht.

Het kapitaal van het fonds is afkomstig van de zoon en schoondochter van Mehler. “Mijn man en ik hebben geen kinderen”, vertelt zijn schoondochter. “Wel een aantal lieve neven en nichten, maar die hebben het geld niet nodig.” Samen met haar man, die enkele jaren geleden overleed, wilde ze het familiekapitaal na hun dood in een stichting onderbrengen, maar dat had nadelen, vond mevrouw Mehler. “Er zijn zoveel stichtingen, je hebt er weinig zicht op wat er met het geld gebeurt. Ik had gelezen dat ook het Prins Bernhard Fonds particuliere fondsen onder zijn hoede nam en in overleg met een notaris heb ik toen contact opgenomen. Daar werd geopperd om al tijdens mijn leven een fonds in te stellen. Het is prettig dat ik op die manier nog zie wat er met het geld gebeurt.”

Steeds meer mensen 'beleggen' hun geld in zo'n Fonds op Naam. Soms omdat er geen geschikte erfgenamen zijn, vaak ook om 'iets nuttigs' te doen met het opgebouwde vermogen. Er zijn inmiddels zestien Fondsen op Naam, alle onder auspiciën van het Prins Bernhard Fonds.

Wie een Fonds op Naam wil oprichten, kan die wens laten opnemen in zijn of haar testament. Maar ook bij leven kan een Fonds worden opgericht. Van de zestien fondsen zijn zeven oprichters nog in leven. In dat geval heeft de schenker niet alleen het voordeel dat hij of zij ziet wat er met het kapitaal gebeurt, ook fiscaal is het gunstig om een Fonds op Naam al bij leven in te stellen, legt directeur J.H.L. Meerdink van het Prins Bernhard Fonds uit. Voor de schenker is het bedrag dat in het fonds wordt gestort fiscaal volledig aftrekbaar (zie kader). Bovendien hoeft het Prins Bernhard Fonds geen schenkingsrecht en inkomensbelasting te betalen over een schenking bij leven, die in termijnen kan worden gedaan.

De subsidies die worden uitgekeerd door het fonds worden betaald uit de rente-opbrengst van het vermogen. “In principe is het de bedoeling dat het fonds 'eeuwig' blijft bestaan”, aldus Meerdink. “Dat betekent dat je het inflatie-bestendig moet maken en jaarlijks een deel van de rente moet terugstoppen in het fonds.”

De minimale inleg voor een Fonds op Naam is een ton, zo heeft het Prins Bernhard Fonds bepaald. “Het rendement daarover bedraagt 5 à 6.000 gulden per jaar. Daar kun je één studiebeurs van bekostigen”, aldus Meerdink. Het grootste fonds bestaat uit een kapitaal van 2 miljoen gulden. Het zijn zeker niet altijd puissant rijke weldoeners die een Fonds op Naam oprichten, aldus Meerdink. “Er zijn ook mensen die een kunstcollectie of een mooi huis hebben geërfd. Laatst had ik iemand aan de telefoon die met een groep vrienden een fonds wilden oprichten en in stand houden door middel van donaties. Dat had ik niet eerder meegemaakt, maar het kan wel.”

De schenker bepaalt zelf aan welk doel het geld wordt besteed, mits het met cultuur en met Nederland te maken heeft. Het bepalen van de doelstelling levert slechts zelden problemen op, is Meerdinks ervaring. “We hebben jaren geleden een testament gekregen waarin stond dat van het geld een Fonds op naam moest worden opgericht. Het doel was echter in onbegrijpelijke termen omschreven. Dat hebben we toen zelf maar geïnterpreteerd: het geld wordt nu gebruikt voor studiebeurzen op het gebied van filosofie, geschiedenis en kunstgeschiedenis.”

Muziek en beeldende kunst blijken uiterst populair bij oprichters van een Fonds op Naam, maar ook natuurbehoud of monumentenzorg zijn mogelijk. Het Mehler Fonds bijvoorbeeld is bestemd voor schoolprojecten op het gebied van muziek en klassieke letteren. “Het onderwijs heeft niet genoeg geld om leerlingen cultureel te vormen”, aldus mevrouw Mehler, die jarenlang muzieklerares was aan een middelbare school. Ook was ze lid van een commissie die zich sterk maakte voor de bevordering van expressievakken tot eindexamenstof. “Buitenschoolse activiteiten als les aan de muziekschool zijn alleen weggelegd voor een bepaalde categorie kinderen”, zo motiveert ze het doel van het fonds. Het is niet de bedoeling dat het geld wordt besteed aan museum- of theaterbezoek. “De leerlingen moeten actief deelnemen aan een project. Het opvoeren van een klassiek drama bijvoorbeeld. Maar ik kan me ook voorstellen dat het geld wordt gebruikt voor een grootscheepse slagwerkuitvoering.”

Mr. H. Fock, bankdirecteur en jarenlang bestuurder van het Prins Bernhard Fonds, was eind jaren tachtig een van de eersten die een Fonds op Naam oprichtten. Hij deed het niet uit gebrek aan erfgenamen - zijn drie kinderen zijn heel gelukkig met zijn besluit - maar bij wijze van 'voorbeeld' voor anderen. Aanvankelijk kreeg het fonds de naam Per Ardua ad Astra mee, na zijn overlijden twee jaar geleden werd het omgedoopt tot het Fonds Henri Fock.

Hij bestemde het geld voor uitvoerende musici die in het buitenland willen studeren. “Mijn echtgenoot voelde veel voor het steunen van culturele projecten”, vertelt mevrouw Fock. Zij vindt het “jammer dat zoveel mensen tot hun overlijden vastzitten aan hun geld. De erfgenamen krijgen toch niet alles omdat ze succesierechten moeten betalen. Voor mijn echtgenoot was die fiscale aftrekbaarheid heel belangrijk: je geld schenken aan een zelfgekozen cultureel project is bevredigender dan het aan de belastingen af te dragen. Het is een prettig idee dat je op deze wijze zelf ergens richting aan geeft.”

De schenkers hebben geen enkele zeggenschap over de besteding van het geld. Is het doel van het fonds eenmaal vastgelegd, dan bepaalt het Prins Bernhard Fonds wie de begunstigden zijn. Ook accepteert de instelling principieel geen familieleden of schenkers in het bestuur van het Prins Bernhard Fonds. “Dat zou op den duur onze onafhankelijkheid schaden”, aldus directeur Meerdink. “Onlangs is daar helaas een heel groot fonds op afgeketst.”

De oprichter mag wèl zelf bepalen welke naam het fonds krijgt. “Moeders blijken erg populair als het gaat om naamgeving”, aldus Meerdink. “We hebben zeker drie fondsen die naar moeders zijn vernoemd.” Hij noemt het voorbeeld van een samenwonende broer en zus die ter nagedachtenis aan hun moeder een Fonds op Naam instelden. “Ze wisten niet goed wat ze met hun geld moesten doen en waren enorm opgelucht toen ze het fonds hadden opgericht. De ondertekening had plaats op de verjaardag van hun moeder, er werd een dineetje georganiseerd, het was echt een feestelijke dag.”

Het kapitaal van een fonds kan op verschillende manieren worden beheerd. Het geld kan in een beleggingsfonds of bij een vermogensbeheerder blijven, die het afgesproken bedrag jaarlijks ter beschikking stelt aan het Prins Bernhard Fonds. In dat geval wordt het geld meestal belegd in aandelen. Het geld kan ook volledig in beheer worden gegeven aan het Prins Bernhard Fonds. Het wordt dan uitsluitend belegd in obligaties. Meerdink: “Dat levert een goed rendement op en is heel voorspelbaar. We werken liever niet met een fluctuerend budget en houden ons ver van speculatie. Het gemiddeld rendement van onze obligaties bedroeg vorig jaar ruim 6 procent. Netto, want we betalen geen belasting.”

Geschiedt de oprichting van een Fonds op Naam ná het overlijden van de schenker, dan worden de activa en eventuele aandelen van de overledene verkocht. De uitvoering van een testament kan aardig wat tijd in beslag nemen.Meerdink: “Als de overledene een collectie kostbare violen achterlaat, dan moet daar een koper voor worden gevonden. En de verkoop van een huis kan vertraging oplopen als er huurders in zitten. Het is aan ons om een testament te accepteren of af te wijzen. In Engeland, waar Fondsen op Naam een veel bekender verschijnsel zijn dan in Nederland, ken ik een soortgelijke instelling die twee mensen in dienst heeft om wilsbeschikkingen uit te voeren, zoals tuinen bijhouden, begrafenissen verzorgen en honden uitlaten.”

REKENVOORBEELD

Een initiatiefnemer besluit bij leven met 500.000 gulden een Fonds op Naam te , waarbij de storting van dat bedrag wordt gespreid over vijf jaar. Dit levert jaarlijks een aftrekpost op van 100.000 gulden. Terwijl het fonds na vijf jaar 500.000 gulden omvat, belopen de kosten voor de initiatiefnemer, voor wie de volle 100.000 gulden jaarlijks in de hoogste schijf (60 procent) inkomensbelasting vallen, 200.000 gulden. Dit voordeel kan nog groter worden als de schenker in het hoogste tarief van de inkomens- en vermogensbelasting valt.