EU onder voorbehoud akkoord met steun aan DAF en Seat

DAF Trucks

BRUSSEL, 5 OKT. DAF Trucks NV hoeft de staatssteun van 18,1 miljoen gulden aan het failliete DAF NV niet terug te betalen. Volgens de Europese Commissie staat het nieuwe vrachtwagenbedrijf volkomen los van de oude onderneming en is de verkoop van de failliete boedel geheel volgens de regels van de Nederlandse faillissementswet verlopen.

DAF Trucks Vlaanderen NV moet wel een bedrag van ongeveer vier ton plus rente terugbetalen aan de Vlaamse overheid wegens onterechte staatssteun. De Vlaamse regering verzuimde de nieuwe Belgische dochteronderneming een risicopremie van 1,5 procent over een staatsgarantie in rekening te brengen.

Het onderzoek van de Commissie naar het vrachtwagenbedrijf was drieledig. Eerst moest worden vastgesteld of het oude DAF door de Nederlandse staat tegen de Europese regels in financieel was geholpen toen het in moeilijkheden verkeerde. Vervolgens wilde de Commissie weten of de boedel van het in 1993 failliet gegane bedrijf niet onder de marktprijs is verkocht aan DAF Trucks NV. En tot slot moest Brussel bepalen of eventuele onterechte staatssteun van het nieuwe bedrijf moest worden teruggevorderd.

Het directoraat-generaal concurrentiezaken, het “departement” van de Vlaamse commissaris Van Miert, kwam tot de slotsom dat een bedrag van f 18,1 miljoen aan ontwikkelingskredieten niet door de beugel kon. Tegelijkertijd stelde de Commissie echter vast dat de verkoop volgens de regels was verlopen en dat de nieuwe, in 1993 opgerichte onderneming volkomen los staat van het oude bedrijf. DAF Trucks NV hoeft derhalve geen staatssteun terug te betalen, aldus het oordeel van de Commissie.

Het dagelijks bestuur van de Unie kwam voorts nog tot de conclusie dat het overheidsaandeel in het risicodragend kapitaal van de nieuwe onderneming en haar dochteronderneming DAF Trucks Vlaanderen NV, niet bestempeld kan worden als staatssteun. Het risicodragend kapitaal van de Vlaamse en Nederlandse overheid is onder dezelfde voorwaarden ingebracht als dat van particuliere aandeelhouders. Bovendien kan een redelijk rendement worden verwacht op de gedane investeringen, zo meent de Commissie. (ANP)