Enquêtecommissie (2)

Parlement en parlementaire enquêtecommissie hebben, naar ik vrees, de problemen die zich nu bij de hoorzittingen regelmatig voordoen aan zichzelf te danken, door het houden van - op misschien een enkele uitzondering na - integraal openbare hoorzittingen. Dit had meen ik bij dit bijzondere onderwerp nooit zo mogen gebeuren. De materie leent er zich eenvoudig niet voor. Waarschijnlijk gebeurt dit nu wel zó op grond van de wet. Maar dan, naar ik vermoed, mede vanuit een sterke neiging tot democratisch perfectionisme en een behoorlijke dosis naïviteit. Bij deze hoorzittingen luisteren en kijken nu eenmaal niet alleen de commissieleden en via de tv de geïnteresseerde burgers mee, maar met hen ook de gehele criminele wereld. Met alle risico's vandien.

Vergeetachtige gehoorden met geheugenzwakte en zelfs in één geval het niet verschijnen van de opgeroepene zijn onder deze omstandigheden eigenlijk heel begrijpelijke verschijnselen. De kennelijke verbazing van de heer Van Traa hierover komt mij als nogal naïef voor. En het helpt, vrees ik, ook niet veel als hij de gehoorden er op wijst dat zij onder ede staan zonder mee te wegen dat de meesten van hen ook al een beroeps- c.q. ambtseed hebben afgelegd en dus dubbel onder ede staan met mogelijk strijdige verplichtingen. En dat laatste houdt onder andere altijd in dat zij hen ambtshalve ter kennis gekomen vertrouwelijke of zelfs officieel geheime zaken niet aan onbevoegde buitenstaanders mogen meedelen. In dit verband is althans mij nergens gebleken dat de commissieleden en in het bijzonder de heer Van Traa zich realiseren dat zij betrokkenen in een gewetensconflict tussen twee eden brengen of kunnen brengen. Ik meen dat het parlement, omdat deze materie zich in belangrijke mate niet goed leent voor openbare behandeling, had moeten besluiten om de zittingen van de enquêtecommissie zo nodig achter gesloten deuren te (kunnen) houden. Indien dit wettelijk niet mogelijk zou zijn (wat ik niet weet) had men dit misschien via een noodwetje kunnen regelen.

    • Lodewijk van Dam