Enquêtecommissie (1)

De kloof tussen politiek en maatschappij wordt treffend geïllustreerd door de parlementaire politie-enquête. De leden van de commissie-Van Traa hebben zichzelf blijkbaar een beeld gevormd van de problematiek en de getuigen worden net zo lang met vragen bestookt totdat ze zich conformeren. Eerder kostte het een half uur voordat prof. Bovenkerk zich aanpastte (NRC Handelsblad, 26 september). Donderdag moest politiechef Woelders zich door vragen van drie commissieleden worstelen omdat hij bleef volhouden dat het zonder dwangmiddelen vragen stellen aan een bank geen werkmethode is. Uit de vragen van de parlementaire enquêtecommissie blijkt een onbegrip voor de praktijk. De heer Dros van de politie in Haarlem meent aanwijzingen te hebben dat criminelen een onderzoek frustreren door de integriteit van rechercheurs via de media in twijfel te trekken. In het belang van het onderzoek kunnen geen verdere mededelingen gedaan worden, maar daar heeft Van Traa geen boodschap aan.

De enqêtecommissie lijkt het zicht op de kern van de zaak kwijt te zijn. Als burgers mogen wij verwachten dat het openbaar ministerie en de politie alle toegestane middelen aanwenden om de groeiende criminaliteit te beteugelen. Daar waar de wettelijke kaders onvoldoende of onduidelijk zijn, was en is het de taak van de politiek om ze aan te dragen. Als de werkelijkheid ernstiger is dan Van Traa en zijn collega's hadden durven vermoeden, dan is dat een verwijt aan hunzelf. Daarbij passen geen schoolmeesterachtige toon of welles-nietes spelletjes.