Een Zeeuwse idylle is niet langer te huur

“Ze dachten natuurlijk: die oudjes zetten we er even uit. Maar dat kunnen ze vergeten.” F.R. Gevaerts van Geervliet, huurder van een van de vakantiewoningen onder de duinen bij het Zeeuwse Renesse, briest nóg van woede als de verkoop van de huisjes ter sprake komt. “Ik heb zelden zoveel botheid en arrogantie meegemaakt.” De gemeente Westerschouwen wil af van de 47 houten woninkjes, die in 1953, na de watersnoodramp, geschonken zijn door de Oostenrijkse vakbeweging aan de dakloze bevolking van de toenmalige gemeente Renesse.

De noodwoningen van toen zijn nu zeer geliefde vakantiewoningen: idyllisch in het groen gelegen, ruim opgezet, en vlak naast het uitgestrekte duingebied en de zee. Veel huurders zitten er vanaf het begin toen, halverwege de jaren vijftig, de huisjes niet meer nodig waren voor de opvang van de plaatselijke bevolking. Ze betaalden door de jaren heen een huur die opliep van ongeveer zeshonderd tot acht- à negenduizend gulden per jaar. Nieuwkomers moesten jaren op een wachtlijst voordat zij een huisje konden bemachtigen. De meeste bewoners timmerden en verbouwden er lustig op los, ondanks het feit dat ze de woning per jaar huurden.

Niets wees er op dat de huisjes zouden moeten verdwijnen. Groot was dus de verbijstering toen de huurders eind december 1994 in een brief lazen dat zij hun woning in 1995 voor het laatst konden huren. De stichting Renesse, eigenaresse van de huisjes, zou verlies op het complex maken, en wilde er van af. “De bewoners reageerden perplex”, vertelt Geevaerts. “Als we om meer informatie vroegen, gaf de stichting geen antwoord. Er zijn zo'n veertig brieven gestuurd, maar die zijn nooit bij de stukken voor de bestuursvergadering gevoegd.” De kwestie zou in beslotenheid worden afgehandeld.

De bom barstte echt eind juni. Toen werden de bewoners door het bestuur van de stichting Renesse uitgenodigd om van gedachten te wisselen over de verkoop van de huisjes. “Toen we eenmaal binnen waren, bleek er van discussie geen sprake. Wethouder Veerhoek, voorzitter van de stichting, kapte elke vraag af. Wel kreeg iedereen bij de uitgang een envelop met de vraagprijs van de woningen. Die varieerde van ongeveer 130.000 tot 190.000 gulden.”

Geevaerts: “Sommige mensen stonden daar met de tranen in hun ogen van woede en onmacht.” De huurders besloten een belangenvereniging op te richten, en zich gezamenlijk te verzetten. Volgens het oorspronkelijke voorstel hadden ze per 15 oktober bekend moeten maken of ze hun woning wilden kopen. Wilden ze dat niet, dan hadden ze per eind december de sleutel moeten inleveren. Inmiddels heeft de stichting een maand respijt gegeven. Daarbij mogen huurders die langer dan tien of twintig jaar huren, respectievelijk tot 1997 en 1998 blijven.

Meer concessies zitten er, zegt wethouder C.W. Veerhoek van de gemeente Westerschouwen, voorzitter van de stichting Renesse, niet in. “Wij vinden nu eenmaal dat het complex te weinig rendement oplevert. En willen dus verkopen, voor prijzen die ik heel redelijk vind.” Veerhoek is van mening dat hij de huurders 'netjes en redelijk' heeft behandeld. “In het begin waren we wat terughoudend met het verstrekken van informatie omdat we toen zelf nog niet rond hadden hoe we de zaak zouden aanpakken.”

Veerhoek vindt de houding van enkele huurders 'negatief'. “Dus dat nodigt ook niet uit om met die mensen van gedachten te wisselen. En ook al huren ze de vakantiewoning al 30 jaar. Ze zijn altijd 30 maal 1 jaar huurder geweest. We hebben hen nooit een vast contract geboden.” Huurder Gevaerts van Geervliet haalt diep adem. Hij is, met zijn 45 jaar, een van de jongste huurders van het complex. “De meesten hier zijn grijs. Hele levens hebben zich op deze plek afgespeeld. Dat kun je toch niet zomaar afkappen. Veel huurders kunnen hun huisje niet kopen omdat dat te duur is. Wethouder Veerhoek speelt het hard. Dan wij ook. Wij stappen naar de rechter.”

    • Annet van Eenennaam