De noordelijke wereld van de dichter Heaney

STOCKHOLM, 5 OKT. Dat de Ierse dichter Seamus Heaney vandaag de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen, komt niet als een verrassing. Zijn naam prijkt al jaren op het lijstje met favoriete kandidaten van de Zweedse Academie. Daar komt bij dat Heaney goed bevriend is met de dichters Joseph Brodsky en Derek Walcott. Toen deze twee eenmaal de grote literaire prijs hadden gekregen, zodat ze bevoegd waren om bij volgende toekenningen te adviseren, was de bekroning van Heaney nog slechts een kwestie van wachten.

Maar ook zonder Nobelprijs was Heaney al een beroemdheid. In kleine kring was zijn bijnaam 'Seamus (spreek uit Sjeemus) famous'. Hij behoort tot het exclusieve clubje dichters dat de wereld bereist. Hij trekt van festival naar festival en is onder meer een vaste gast op het Rotterdamse Poetry International, waar hij als lid van de adviesraad jaarlijks op een uitnodiging kan rekenen. Een paar maanden geleden nog was hij nog in het Stedelijk Museum in Amsterdam waar een typografische presentatie van een van zijn gedichten werd geopend. Bij die gelegenheid toonde hij zich aimabele causeur die er aan gewend is met steeds weer nieuwe bewonderaars om te gaan. Hij zal daarbij geholpen zijn door het feit dat hij, net als zijn vrienden Brodsky en Walcott, al geruime tijd les en colleges geeft aan universiteiten. Van 1989 tot 1994 doceerde hij poëzie in Oxford. Tegelijkertijd vervulde hij een gastdocentschap in Harvard.

In het Engelse taalgebied zijn Heaney's bundels goed voor grote oplagen. Van een nieuwe boek worden tegenwoordig binnen enkele weken 20.000 exemplaren verkocht. Zijn boeken zijn vertaald in tientallen talen. In Nederland wordt hij de laatste jaren uitgegeven door Meulenhoff, dat in 1991 in een vertaling van Peter Nijmeijer Vereffeningen (inmiddels uitverkocht) en 1994 Sweeney's waanzin uitbracht. Het eerste boek zal waarschijnlijk binnen enkele dagen worden herdrukt.

Al dit succes kan opmerkelijk worden genoemd omdat Heaney's werk vrij ingetogen is. Zijn stijl en motieven, vaak ontleend aan zijn geboorteland Ierland, zijn niet erg opvallend. Hij staat ook niet voor een of andere richting die hem bekend zou kunnen maken. Hij heeft een paar gedichten geschreven over de Ierse deling, maar hij kiest daarin geen partij. Zijn duidelijkste politieke daad is dat hij in 1972 besloot van Noord Ierland naar de Ierse Republiek te verhuizen, daarmee aangevend waar voor hem het echte Ierland was. Maar daarbij kan ook de geestelijke ruimte die hij zocht een rol hebben gespeeld. Op dit moment woont hij in Dublin.

Seamus Heaney werd in 1939 geboren in het graafschap Derry in Noord Ierland als oudste van negen kinderen. Hij groeide op in een arm, godsdienstig gezin op het platteland. Hij bezocht een katholieke school in Londonderry en werkte tot zijn vertrek in 1972 als leraar in Belfast.

Ondanks zijn verhuizing is Heaney altijd een 'noordelijke' schrijver gebleven. Zijn werk is nog steeds verankerd in het landelijke, katholieke Derry van zijn jeugd. Tegelijk blijft het Ierse conflict een van zijn thema's.

Heaney was geen jonge debutant. Zijn eerste gedichten verschenen in 1965, in een dun boekje getiteld Eleven Poems. Zijn eerste boek was Death of a Naturalist uit 1966. In dat eerste, grote werk laat hij zich kennen als een traditioneel dichter. Zijn poëzie is eenvoudig en onopgesmukt op het eerste gezicht, met duidelijke beelden van het dagelijks leven. Vaak mediteert hij over de diepte en de kracht van de natuur. Sindsdien heeft hij een geleidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Na zijn aanvankelijke oriëntatie op het landelijke ging hij ook poëzie schrijven die aansloot op meer internationale en stedelijke thema's. Hij wordt echter nog altijd wel gerekend tot de zogeheten nieuwe regionalisten, die denken dat je over lokale onderwerpen kunt schrijven zonder daar door beperkt te worden. Zijn werk is nog steeds diep geworteld in Ierland en de Ierse geschiedenis. Hij gaat op zoek gaat naar de taalkundige en archeologische wortels van een oude noordelijke wereld en vermengt die met het alledaagse Ierse erfgoed.

Heaney's Ierland is een mythische plek, vol vreemde bestemmingen en mysteriën. Een plek die bestaat maar ook wordt bedacht, die herkenbaar is maar ook op legenden steunt. In zijn vroege bundels Door into the Darkness (1969), Wintering Out (1972) en North (1975) ligt er een magische glans over over de woorden, als bij het groene Ierse landschap in de schemering. Heaney's poëzie overbrugt de kloof tussen verschillende tijdperken, maar ook die tussen Ier en Ier doordat hij een wereld schept die boven het Ierse conflict uitgaat. In Heaney's latere bundels The Station Island (1984), The Haw Lantern (1987) en Seeing Things (1991) worden zijn persoonlijke ervaringen en herinneringen melancholieker van toon. Hij schrijft dan poëzie die in scherpe beelden een tragische wereldbeeld tot uitdrukking brengt. Dat tragische is dan geen zijdelings motief meer, het wordt het hart van zijn werk. Maar nooit gaan de frisheid en gevoeligheid van zijn observaties daarbij verloren, zijn verrassende helderheid, zijn plezier en muzikaliteit. Heaney is ook altijd in mensen geïnteresseerd gebleven, in hun leven en liefhebben en lachen, voelen werken, schrijven en dromen.

Het bijzondere aan hem is dat zijn vele kwaliteiten zo goed op elkaar blijken aan te sluiten. De veelzijdigheid en beweeglijkheid van zijn inventieve en verrassende gedichten past perfect bij zijn verbeeldingskracht, zijn inlevingsvermogen en gevoeligheid. Dat alles moet hebben bijgedragen tot zijn huidige positie als een van de meest gelezen en gewaardeerde dichters van deze tijd. Het strekt hem daarbij tot eer dat hij zijn uitgangspunt trouw is gebleven. Terwijl hij Dante en de Pool Zbigniew Herbert en de Roemeen Marin Sorescu vertaalde en zo zijn vertrouwdheid toonde met de techniek en de mogelijkheden van de poëzie, bleef hij zich in zijn eigen werk laven aan de spreektaal van zijn geboorteland.