De komst van de kinderpolitiek

ALMERE STAD. Voor het eerst in zijn leven is de van de politiek vervreemde hoofdonderwijzer Paul Stubbe van de Peperbus-school in Almere-stad het eens met VVD-leider Frits Bolkestein. De liberaal zei afgelopen weekeinde mooie dingen over opvoeding. “Normen worden doorgegeven door mensen waarmee kinderen een affectieve band hebben: de ouders”, vond hij. Stubbe, een lange slanke man met goudgerande bril en in trui, kan dat onderschrijven, want hij ondervindt dagelijks in de klas de gevolgen van ouders die het erbij laten zitten.

Bolkestein is aan de haal gegaan met een klassiek CDA-thema, het gezin. De christelijke fractieleider Enneüs Heerma had zich op dit terrein onzichtbaar gemaakt door het denken over ouders en kinderen te delegeren aan een nieuw op te richten departement met een minister. Zo'n plan brengt de kiezer niet op het puntje van zijn stoel. Minister van justitie Sorgdrager van D66 mengde zich ook in het debat. Volgens haar staat de sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders haaks op het belang van kleine kinderen om op te groeien in een omgeving “waarin veiligheid geborgenheid en liefde zijn gewaarborgd”.

Nederland komt, vergeleken bij andere landen, laat in deze discussie. Dat komt doordat de jongerenperikelen hier minder groot zijn dan in bijvoorbeeld Amerika. Ouders worden niet opgejaagd. Vaders of moeders werken parttime om voor hun kinderen te kunnen zorgen. Jongeren schieten niet met scherp als ze ruzie hebben. Het is typisch Nederlandse recalcitrantie: toegewijde ouders die het gezin achterhaald verklaren.

De politieke deining over opvoeding is een omslag. Begin dit jaar werden nog onder luid gejuich enkele procentjes geschoren van de kinderbijslag, de mascotte van de gevallen regeringspartij. Nu paars die last van zich af heeft gezet, kan de aandacht voor het gezin opbloeien. Stubbe is daar blij mee. “Het thema leeft in Almere heel sterk”, zegt hij.

In deze groeigemeente van de Flevopolder is het tweede Nederlandse babyboompje van prille beginners en oudere nu-of-nooit-ouders zichtbaar. Over de vele fietspaden en winkelstraten trappen moeders en vaders gestaag tegen de wind met hun kinderen op stoeltjes met ruitjes aan het stuur. Tegen drie uur 's middags zijn de straten gevuld met pubers op brommers, scootertjes en fietsen. Stubbes school is zo gegroeid dat hij een filiaal heeft moeten openen in een noodgebouw. De klassen puilen uit. Almere is een toevluchtsoord, de Hollandse New Frontier voor ouders die het leven op vierhoog achter in de stad te benauwd vinden voor hun kroost. Ze hopen een nieuw leven te beginnen, maar als ze de schakelwoning met gazon eenmaal hebben betrokken, komen de zorgen van vroeger terug.

Stubbe herinnert zich het voorval van een jongetje dat opdracht kreeg om voor een ander een wens te doen. “Ik zou graag willen dat mijn vader en moeder weer bij elkaar zijn”, zei het ventje. Dat jongetje “zit met zijn gedachten ergens anders”, concludeert Stubbe. Echtscheidingen brengen schoolkinderen tijdelijk achterop. Het kind moet soms met de moeder verhuizen naar een goedkopere woning. Meestal blijft er weinig geld over, omdat het gezinsbudget over twee huishoudens moet worden verdeeld. Dan komen de nieuwe vriendjes, vriendinnen, nieuwe baby's of stieffamilie. Als scheidende ouders de kinderen goed voorbereiden en begeleiden, komen die er weer overheen. “Kinderen kunnen veel hebben”, vindt Stubbe. Het loopt ook wel mis, zodat kinderen steeds lagere cijfers halen, terwijl de ouders alleen hun eigen besognes zien.

Stubbe signaleert trauma's, ernstige verwaarlozing en gevallen van mishandeling. Sommige kinderen komen met de sleutel om de nek thuis en moeten zelf hun eten klaar maken. Ouders hebben het steeds drukker, met pendelen naar het werk, met de televisie. Volgens een onderzoek van de GG en GD heeft viereneenhalf procent van de Almeerse jongeren zelfmoordplannen gehad. Meer dan de helft eet niet elke dag een warme maaltijd en 15 procent ontbijt meer dan de helft van de week niet.

Kinderproblemen zijn in de lagere school nauwelijks merkbaar voor de samenleving maar op de middelbare school bedreigen aan lager wal geraakte kinderen de openbare orde door spijbelen, winkeldiefstallen, druggebruik en geweld. Wel 17,5 procent van de jongens tussen 8 en 18 jaar staat bij de politie in Almere geregistreerd als verdacht van of betrokken bij een misdrijf. Tien procent van de leerlingen van voortgezet onderwijs draagt wapens. Goede opvoeding is ook in het belang van kinderlozen. Het is geen hobby als honden houden. Nederland kan beter bevolkt zijn met behulpzame, produktieve jongeren dan met knokkende skinheads.

Volgens Stubbe heeft Almere grotestadsproblemen, terwijl de opvang nog provinciale afmetingen heeft. Er zijn te weinig opvangtehuizen en behandelmogelijkheden voor jongeren. De sociale functie van scholen, volgens Bolkestein belangrijk voor normoverdracht, is door vergroting van de klassen en megafusies in anonieme scholengemeenschappen aangetast. Leraren verliezen hun leerlingen uit het oog.

Het Almeerse voorbeeld is niet uniek en rechtvaardigt de plotselinge, nationale belangstelling voor het grootbrengen van baby's, kleuters, kinderen en pubers. Beleid voor de tweede geboortegolf zou geen gezinspolitiek moeten heten, maar kinderpolitiek. Zo wordt het oeverloze debat over de inhoud van de term “gezin” (volgens hulpverleners “systeem”) vermeden. Bovendien staat de overheid machteloos tegenover de afkalving van het gezin. Ze kan wel moraal preken, maar lijmt geen gezinsbreuken. Volgens hoofdonderwijzer Stubbe is een goed lopend gezin het goedkoopste voor de overheid. Kinderpolitiek steunt ouders en kinderen, waaronder de onschuldige slachtoffers van gezinsontwrichting. Stubbe zou graag klasse-assistenten zien, een plan waar het parlement over debatteert. “Scholen moeten kinderen beter in bescherming kunnen nemen”, zegt hij aan de middentafel van een klaslokaal in het uit glas- en houtpanelen opgetrokken filiaal van de Peperbusschool.

    • Maarten Huygen