Briljante Baryshnikov op Holland Dance Festival

Holland Dance Festival met White Oak Dance Project. Programma: Make like a tree, Kraig Patterson/Alberto Ginastera, Pergolesi, Twyla Tharp/ Giovanni Pergolesi, Signals, Merce Cunningham/collage, Unspoken Territory, Dana Reitz/stilte, Blue Heron Joachim Schlömer/Alfred Schnitke. Begeleiding: White Oak Kamermuziek Ensemble. Gezien: 4 oktober, AT&T Danstheater, Den Haag. Daar nog te zien 5 oktober.

Vlak nadat Mikhail Baryshnikov was afgestudeerd aan de Vaganova School in Leningrad, trad hij al in Nederland op met een groep Russische sterdansers. Het moet eind jaren zestig geweest zijn. Baryshnikov danste toen een uit allerlei stemmingen en stijlen opgebouwde solo Vestris, speciaal voor hem gemaakt door Leonid Yacobson en bedoeld om Baryshnikovs toen al evident aanwezige talenten te laten zien.

In Rusland steeg zijn ster snel en toen hij in 1974 naar het Westen uitweek, kreeg hij veel succes. Zijn optredens werden bejubeld, niet alleen vanwege de fenomenale virtuositeit die Baryshnikov daarin tentoonspreidde, maar ook vanwege de kwajongensachtige presentatie en de gretigheid waarmee hij allerlei dansvormen en stijlen uitprobeerde.

Nu is hij even terug in Nederland, als initiator en lid van het in 1991 opgerichte White Oak Dance Project waarmee in Den Haag het vijfde Holland Dance Festival geopend werd. Het project bestaat uit een groep van elf, niet meer zo piepjonge dansers die zich vooral met de Amerikaanse moderne dans hebben beziggehouden en voor wie Twyla Tharp, Dana Reitz, Mark Morris en Merce Cunningham speciale balletten maakten. De verwachtingen in het Haagse AT&T Danstheater waren dan ook hoog gespannen.

Het begin viel bitter tegen. De Mark Morris-danser Kraig Patterson maakte een saai voortkabbelend werkje Make like a tree geheel in de trant van zijn leermeester Morris. Dat betekent: dames en heren unisono gekleed in wapperende, halflange voile jurkjes, huppelend op blote voeten met onbeholpen in de lucht geheven armen, veel 'natuurlijk' uitziende bewegingen die harmonieus en ingenieus in elkaar overlopen, maar de uitvoerenden eruit laten zien als lieve, wat onnozele amateurs.

Dat zijn de dansers van White Oak Dance Project allerminst. Want in de groepswerken Blue Heron van Joahim Schlömer en Signals van Merce Cunningham bleken ze een trefzekere lichaamsbeheersing te hebben, gekoppeld aan een subtiele muzikaliteit. Ze toonden fluwelen kracht en sterke soepelheid. Blue Heron is zeker geen meesterwerk, daarvoor is het te zoet en een beetje ouderwets, maar het heeft mooie momenten.

De meest gave en interessante choreografie is die van Merce Cunningham. Signals is spannend van opbouw, heeft sterk uitgewerkte solo-fragmenten en soms een verrassende speelsheid. Hoezeer Baryshnikov ook probeert niet de ster van het programma te zijn, hij is het in alle opzichten wel.

Al in de eerste seconden van de solo Pergolesi die Twyla Tharp voor hem maakte, is het duidelijk dat hier een megaster staat. Iedere beweging heeft een adembenemende finesse en een perfecte, opwindende timing. De snelle drie- en meervoudige draaien, de schijnbaar zonder aanzet opverende sprongen, de onwaarschijnlijke wisselingen in het lichaam en in de ruimte, de lang aangehouden poses die in hun stilstand een constant doortromende, stuwende energie laten zien - het is allemaal een grote manifestatie van scholing, van kunde, van absolute noodzaak tot dans.

Tharp heeft veel facetten van Baryshnikovs talenten weten te belichten: zijn stijlvolle, klassieke achtergrond, zijn nieuwsgierigheid, zijn gevoel voor show, zijn drang naar swing en schwung. Dana Reitz is daar in haar in stilte uitgevoerde, serieus getinte Unspoken Territory veel minder in geslaagd. Toen de stilte te veelvuldig doorbroken werd door hinderlijk hard gekuch in het publiek, reageerde Baryshnikov met een feilloos getimed terug hoesten. Donderend applaus en verdere silte was het gevolg. Zelden was een ovatie zo op zijn plaats.

    • Ine Rietstap