'Beleggers eisen hoge rente bij grote schuld van de staat'

GRONINGEN, 5 OKT. Als de overheid niet netjes de tering naar de nering zet, dan heeft dat een verhogend effect op de rente op de kapitaalmarkt. Dat schrijft K. Knot in zijn proefschrift waarop hij volgende week donderdag aan de Groningse universiteit promoveert.

Het lijkt een open deur. De Nederlandse staatsschuld van zo'n 400 miljard gulden legt immers een enorm beslag op de kapitaalmarkt. Door de geldhonger van de overheid wordt de factor kapitaal schaarser en dus de rente hoger. Maar Knots conclusie staat haaks op wat nu in economenkringen wordt gedebiteerd.

Als de rente in Nederland omhoog gaat door de astronomische staatsschuld, zo luidt de gangbare theorie, wordt het voor buitenlandse beleggers interessant hun geld in Nederland te beleggen. Er komt een kapitaalstroom uit het buitenland op gang en dat heeft weer een renteverlagend effect, vooral nu het kapitaalverkeer internationaal steeds vrijer wordt.

Knot: “De rente in Nederland mag dan laag zijn, zij is altijd nog een fractie hoger dan in Duitsland waar de overheid wat minder financiële problemen heeft dan de Nederlandse.” Het mag dan ook niemand verwonderen dat de promovendus op de loonlijst staat bij De Nederlandsche Bank.

Beleggers blijken wel degelijk een hogere rente te bedingen als een overheid met grote begrotingstekorten kampt, aldus Knot. Zij vrezen dat een groot tekort inflatie en devaluatie in de hand werkt en willen zich dus met een hogere rente indekken. De verwachte inflatie en devaluatie houden verband met het Europese Monetaire Stelsel, waarbij de waarde van de munteenheden van de aangesloten landen wordt afgemeten aan de Duitse Mark. Bij het vaststellen van de wisselkoersen bij de EMS gelden factoren als het financieringstekort van de overheid, werkloosheid en deviezenreserves als richtsnoer.

“Een devaluatie van de nationale munteenheid door het financieringstekort hoeft niet daadwerkelijk plaats te vinden”, legt Knot uit. “Alleen al de dreiging dat dit kan gebeuren, is voor beleggers aanleiding genoeg om een hogere rente te willen.”

Een voor de hand liggend tegenargument bij Knots betoog is dat Nederland, ondanks al decennia bestaande financieringstekorten, bepaald geen hoge rentestand heeft. Iedereen die de laatste tijd een hypothecaire lening heeft afgesloten, kan dat bevestigen. “Maar de rente op langlopende leningen in Nederland is nog altijd hoger dan in Duitsland”, aldus Knot.

“Hoeveel hoger valt niet precies aan te geven omdat er zoveel verschillende leningen bestaan. Het is overigens wel zo dat het verschil tussen Duitsland en Nederland de laatste jaren kleiner is geworden. Duitsland heeft door de eenwording ook de nodige financiële problemen gekregen. De staatsschuld daar bedraagt nu 60 procent van het nationale inkomen, die in Nederland 80 procent. Maar mijn onderzoek spitste zich toe op de jaren van 1979 tot 1992 en toen waren de verschillen nog wat duidelijker dan nu.”

Het Verdrag van Maastricht schrijft volgens Knot terecht voor dat de lidstaten van de Europese Monetaire Unie geen financieringstekort mogen hebben dat hoger is dan 3 procent van het bruto nationaal produkt, aldus de promovendus. “Een geloofwaardige monetaire unie kan zich geen excessieve begrotingstekorten veroorloven. Want dan ontstaat uiteindelijk een onhoudbare situatie.” (ANP)