Zes weken gevangenis geëist wegens nalaten van hulp bij hartaanval

GRONINGEN, 4 OKT. Tegen een 50-jarige man en zijn 22-jarige zoon is gisteren een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken geëist wegens het nalaten van hulp aan iemand die in onmiddellijk levensgevaar verkeerde.

De twee mannen verschenen gisteren voor de kantonrechter in Groningen omdat zij niets hadden gedaan toen een 69-jarige buurman na een hevige ruzie met de hen in elkaar was gezakt en later op de avond overleden.

Officier van justitie O. Brouwer vond dat de twee de oude man hadden moeten helpen en achtte hen schuldig aan overtreding van artikel 450 van het Wetboek van Strafrecht. Alleen als de benadeelde persoon overlijdt kan strafvervolging worden ingesteld, met een maximumstraf van drie maanden of een geldboete van vijfduizend gulden. Het artikel wordt zelden toegepast.

“Zak voor mij part in een bult, vent”, riep de vader zijn buurman toe aan het slot van de woordenwisseling op een avond in februari. Samen met zijn zoon was hij toen naar binnen gegaan. Zijn zoon had nog gezegd: “Dat is dan nu kennelijk gebeurd”. Maar eenmaal boven zat het de vader niet lekker dat ze de oude man zo hadden achtergelaten. Hij ging na een minuut of tien weer naar beneden, maar toen was de ambulance er al. En de vrouw van de man riep dat hij haar man had vermoord.

De ruzie ging over een parkeerplaats. Een gast van het gezin had zijn auto pal voor de garage van de buurman gezet. Na een heftige woordenwisseling werd de auto weggereden en kon de buurman zijn garage in. Toen hij vervolgens uit zijn wagen stapte kreeg hij een hartinfarct. De vader zag het gebeuren. “Hij stapt uit en leunt met zijn linkerarm tegen de auto en zijn rechter tegen de muur”, zegt hij. De buurman ademde zwaar. Even later zag de zoon de buurman op zijn knieën zitten. “Met zijn armen steunend op de grond en zijn handen voor zijn hoofd”, verklaart hij. Vader en zoon zeggen tegen de rechter dat ze dachten dat de buurman zat bij te komen van alle commotie.

Tegenover de politie had de vader nog wel gezegd dat hij vermoedde dat de man een hartaanval had, maar dat trekt hij tijdens de rechtszitting in. “Ik weet niet wat ik allemaal tegen de politie heb gezegd.” De zoon zou vlak na het voorval tegen zijn vriendin hebben gezegd: “Hij heeft jou uitgescholden, dus laat hem daar maar mooi liggen.” De zoon ontkent dit; zijn vriendin verdraait wel vaker de feiten.

De officier van justitie zegt niet te kunnen geloven dat de vader en de zoon niet goed hebben ingeschat dat de man in levensgevaar verkeerde. Als je ervan getuige bent dat een man van zeventig na zo'n confrontatie in elkaar zakt, heb je als burger de plicht te helpen, aldus Brouwer.

Advocaat F.L. van Lelyveld vindt dat zijn cliënten juridisch gezien niets te verwijten valt. “Ik heb net een minuut lang voorover gelegen. Niemand in de rechtszaal dacht dat ik een hartaanval had.” Een 'flauwe' vergelijking, volgens de officier van justitie.

Volgens mr. Van Lelyveld is artikel 450 in dit geval niet van toepassing omdat zijn cliënten geen objectieve getuigen waren. “Ze waren partij. Ze waren te emotioneel om als goede getuige aan te merken. Ik vraag me af of jou iets te verwijten valt als je zegt 'val dood' en als dat vervolgens ook gebeurt. Als het OM op deze manier reageert, gaat het een drukke tijd tegemoet.” Zijn cliënten staan bovendien niet onverschillig tegenover de dood van de buurman, betoogde hij. “Ze lopen er nog dagelijks mee rond. Het gezin gaat er onderdoor.” Van Lelyveld vindt dat de twee al genoeg zijn gestraft.

Uitspraak 17 oktober.