Recht weet niet goed raad met Internet

De Nederlandse Internet-aanbieder XS4ALL kreeg onlangs de deurwaarder op bezoek om namens het kerkgenootschap van de Scientologen alle serienummers van de gebruikte systemen te noteren. Dit is een auteursrechtelijk wapen in de strijd van deze sekte tegen personen die bepaalde van haar afkomstige documenten via de elektronische snelweg verspreiden. De verspreiders stellen daar tegenover dat dit materiaal via een Amerikaanse rechtszaak openbaar bezit is geworden. Het is een interessante twist, maar wat moet een dienstenaanbieder er mee aan?

Deze vraag die de gemoederen van het Nederlandse Internetwereldje bezighoudt is in de Verenigde Staten al goed geweest voor enkele interessante procedures. Ze waren onderwerp van de afstudeerscriptie van de Amsterdamse advocaat in spe mr. Quinten Kroes (email: qkroes@xs4all.nl). Wat in dit overzicht vooral opvalt is dat het recht nog geen eigen antwoord op de nieuwe elektronische problemen heeft gevonden. Het probeert koortsachtig ze te herleiden tot vertrouwde, meest 'papieren' voorbeelden.

Zo zag een Amerikaanse rechter in de elektronische dienstenaanbieder toch vooral een uitgever, die naast zijn auteur medeverantwoordelijk is. Een andere sprak daarentegen van een nieuwskiosk. Niemand zal toch verwachten dat de kioskhouder de duizenden bladzijden druks die iedere week zijn stal passeren persoonlijk controleert. Principieel is het volgens Kroes echter niet sterk de vrijheid van meningsuiting af te laten hangen van de praktische haalbaarheid van zelfcensuur. Ook als deze praktisch wèl mogelijk is kan hij toch in strijd met de grondrechten zijn.

Populair is ook het zogeheten 'common carrier'-model: de PTT is van oudsher niet verantwoordelijk voor het gebruik van zijn lijnen. Kroes signaleert in de Amerikaanse praktijk wel een bedenkelijke ontwikkeling om van twee walletjes te eten. De privatisering leidt er steeds meer toe dat telecom-bedrijven ruimte krijgen om dienstverlening te weigeren aan bepaalde klanten. Deze is niet verenigbaar met het afwijzen van iedere verantwoordelijkheid als 'lijnenboer'.

Er duiken in de Amerikaanse rechtspraak overigens ook minder voorspelbare vergelijkingen op. Zo is een elektronisch bulletinbord al eens op één lijn gesteld met lasterlijke graffiti over de echtgenote van een bezoeker op de deur van het herentoilet in een café. Kon de kroegbaas daarvoor mede aansprakelijk worden gesteld? Ja, zei de rechter, want hij had anderhalf uur nadat hij er op was gewezen de tekst nog steeds laten zitten.

“Hoe actiever een dienstenaanbieder zich opstelt, des te meer kunnen uitingen van gebruikers hem worden aangerekend”, concludeert Kroes. Hij voegt daar direct de waarschuwing aan toe “dat het niet zo kan zijn dat volstrekte passiviteit een vrijwaring biedt”. Dat geldt vooral voor inbreuken op het auteursrecht. Het was handig van de Scientologen het over deze boeg te gooien, want auteursrecht is zoals dat heet een “sterk recht”. De houder van een Amerikaans bulletinbord waarop plaatjes uit Playboy werden aangetroffen, kreeg geen poot aan de grond met het verweer dat hij de kopieën niet zelf had gemaakt en er zelfs niets van had afgeweten. “Opzet noch wetenschap is vereist voor aansprakelijkheid”, oordeelde de rechter.

De protesten van de Amerikaanse sysop klonken overigens wel een beetje vals, want hij had de plaatjes bijvoorbeeld zelf gerubriceerd op zijn bulletinbord. De zaak Scientologen versus XS4ALL is van een geheel ander kaliber, zegt Kroes desgevraagd. Daar is van piraterij geen sprake maar eerder van oneigenlijk gebruik van het auteursrecht. Volgens een befaamd Amerikaans arrest moet nooit worden vergeten dat het auteursrecht is bedoeld als “de motor van de vrije expressie”. Maar de Scientologen willen de doucmenten eigenlijk helemaal niet verspreiden.

    • Frank Kuitenbrouwer