Proces tegen Simpson naar alle maatstaven bijzonder

AMSTERDAM, 4 OKT. Het was volgens alle maatstaven een bijzonder proces dat gisteren in Los Angeles eindigde in vrijspraak voor O.J. Simpson, de zwarte oud-football-ster die was beschuldigd van moord op zijn ex-vrouw en een vriend van haar. De mediaberichtgeving was zelfs voor Amerkaanse begrippen - waar court tv een ingeburgerd genre is - buitensporig. De duur van het proces leverde een nieuw record op in Californië. De polarisatie rond deze zaak langs de breuklijnen tussen de etnische groepen was hevig en had in Los Angeles bovendien de beladen voorgeschiedenis van de zaak-Rodney King, de automobilist die voor het oog van de videocamera in elkaar werd geslagen door politiemensen die pas na een tweede proces werden veroordeeld.

Eigenlijk was het zelfs bijzonder dat de zaak-Simpson voor een jury kwam. Volgens de Amerikaanse grondwet heeft iedere verdachte recht op berechting door een onafhankelijke jury “in alle strafvervolgingen”. Maar in de praktijk gebeurt dat met nog geen tien procent van alle strafzaken die worden ingeschreven. De overgrote meerderheid wordt gewoon door de rechter afgehandeld op grond van het typisch Amerikaanse instrument plea-bargain, een overeenkomst tussen verdachte en openbare aanklager waarbij de verdachte formeel schuld bekent in ruil voor strafvermindering. In de zaak-Simpson is daar in een vroeg stadium ook even sprake van geweest, een mogelijke overeenkomst bleek al gauw voor beide partijen onaanvaardbaar.

De constructie van plea-bargaining hangt samen met de rolverdeling tussen jury en rechter. De jury is er in beginsel alleen voor het beantwoorden van de feitelijke schuldvraag (of de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan), de nadere juridische invulling van het vonnis, waaronder de straf, is voor de rechter.

Tijdens de juryzitting zelf heeft deze vooral de rol van verkeersregelaar tussen de partijen, die het eigenlijke proces voeren. De jury is voornamelijk toeschouwer. Het oordeel van de gezworenen is in beginsel onaantastbaar. Dat geldt met name voor een vrijspraak, zoals in de zaak-Simpson. Bij een veroordeling is vaak een vorm van juridische toetsing mogelijk.

Aan een uitspraak van de jury is van oudsher het beginsel ne bis in idem verbonden: een tweede berechting is in beginsel niet toegestaan - ook als er nieuwe omstandigheden aan het licht treden. Uitgesloten is zo'n tweede proces niet, bleek in de zaak-King. De politiemensen werden in eerste instantie vrijgesproken van overmatige geweldpleging door een plaatselijke jury, met als gevolg hevige rassenrellen. Daarop is een tweede proces gevolgd voor een federale rechtbank en voor een veel ruimer geformuleerd federaal delict: samenzwering tegen de burgerrechten. Maar dat was een uitzonderlijke kunstgreep.

Pagina 5: Ideale jury moeilijk te vinden

Ernstig procedurefouten kunnen er in bepaalde gevallen toe leiden dat het jury-proces in hoger beroep alsnog ongeldig wordt verklaard. Soms komt een jury er ook niet uit. Een belangrijke reden daarvoor is het vereiste van unanimiteit in de meeste staten. In dergelijke gevallen is er ruimte voor een geheel nieuwe berechting door een andere jury.

Afgezien van de kosten is het dan wel lastiger voldoende onbevooroordeelde gezworenen te vinden. De selectie van een jury is toch al een probleem. Jury-dienst is burgerplicht maar veel burgers kunnen zich excuseren op grond van leeftijd, ziekte of omstandigheden, of zijn vrijgesteld vanwege hun beroep (juristen, artsen).

De representativiteit ten opzichte van de bevolking in het betrokken district is vaak ook in etnisch opzicht problematisch. Daar komt bij dat zowel aanklager als verdediging een aantal juryleden zonder opgaaf van redenen kunnen weigeren en zo kunnen proberen de etnische samenstelling van een concrete jury te beïnvloeden.

Er is een hele industrie ontstaan om gedragswetenschappelijke profielen van de ideale jury voor een bepaalde zaak te vervaardigen. Dit soort dienstverlening kan mede de hoge onkosten van O.J. Simpson voor zijn verdediging - geschat wordt tien miljoen dollar - verklaren. De kritiek is dat het jury-systeem zo extra tegen arme verdachten werkt.

De principiële verdediging van dit systeem is dat het de normen en waarden van de gemeenschap tot uitdrukking brengt. Daartoe behoort mede het oordeel over de politiemethoden, die in de zaak-Simpson zo'n grote rol hebben gespeeld. De dragende gedachte is dat als de staat overgaat tot toepassing van zijn uiterste middel - het strafrecht - dit aan gewone mensen moet zijn uit te leggen. Het bezwaar is dat een jury geen motivering van zijn oordeel hoeft te geven. De beraadslagingen zijn bovendien geheim, al zijn Amerikaanse juryleden in geruchtmakende zaken steeds minder bestand tegen de stormloop van de media als ze weer thuis zijn. In een jury-systeem is het gevaar van beïnvloeding door de media trouwens toch al een speciaal probleem.

De geheimhoudingsplicht bemoeilijkt wetenschappelijk onderzoek naar de werking van het jury-systeem. Het beschikbare materiaal wijst niet op grote systematische verschillen tussen rechters en jury's, zo blijkt uit een beschouwing naar aanleiding van de zaak-Simpson door mr. B.P. Schut van de Erasmusuniversiteit in het Tijdschrift voor de Politie. Volgens een door hem geciteerde onderzoeker weten Amerikaanse juryleden zich in het algemeen ook aardig te concentreren op de zaak zelf.

Nederland moet van oudsher weinig hebben van jury-rechtspraak. In de Franse tijd hebben wij er kennis mee gemaakt, maar als Soeverein Vorst besloot Willem I het in 1813 af te schaffen. Internationaal gezien neemt ons land daarmee een uitzonderingspositie in. Zo kennen onze buurlanden beiden een vorm van lekenrechtspraak, de Assizen in België en de Schöffengerichte in Duitsland.