'Ouders willen niet dat hun kind gezellig gaat zingen'; Op school is muziek een sluitpost

TIEL, 4 OKT. Groep acht van de Tielse basisschool 'De Moespot' zingt zo hard dat het op de gang te horen is. “Een Nederlandse Amerikaan die zie je al van ver af staan.” De meisjes zingen het fanatiekst, zo hard dat ze ervan piepen. Bij het refrein bewegen ze mee: “van voor naar achter, van links naar rechts”. De jongens in de groep zijn minder enthousiast. Ze mompelen de tekst zachtjes mee, en pas als onderwijzer J. Stam hen er op aanspreekt, draaien ze een beetje heen en weer bij het refrein.

Noura (11) uit groep acht vindt zingen in de klas “echt heel leuk”. Thuis zingt ze af en toe in haar eentje, maar nooit de liedjes van school. “'Busje komt zo' zing ik altijd op de w.c.”, giechelt ze. “Als ik mijn huiswerk zit te maken, zing ik het ook weleens. Of andere liedjes uit de top 40.” Noura zou muziekles nog leuker vinden als ze ook die liedjes zouden zingen, of er op zouden dansen. “En we kunnen ook weleens met instrumenten spelen, want die hebben we wel. Ze staan daar in de kast, maar we hebben ze bijna nooit gebruikt”, zegt ze. “Ik speel zelf geen instrument, want ik ga al op aerobics.”

Haar klasgenote Sandra (11) zou ook graag willen dansen op popmuziek, of er naar willen luisteren in de klas. Maar als ze moet kiezen, vindt ze rekenen toch belangrijker. “Daar leer je dingen die je later echt nodig hebt, bijvoorbeeld grote getallen optellen en aftrekken. Als je dan een bankrekening gaat openen, kun je controleren of de bank het wel goed doet.” Sander (12) is het met haar eens. “Ik heb liever rekenen of computerles. Later wil ik programmeur worden.”

Het niveau van de muziekles is op de meeste basisscholen te laag, constateerde het Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) onlangs in een 'Periodieke Peiling van het onderwijsniveau in het basis- en speciaal onderwijs'. Van de 42 klassen die het Cito toetste waren er maar drie die zuiver genoeg konden zingen. Ook het naspelen van een eenvoudige melodie op een xylofoon konden de kinderen niet goed genoeg. Sommige kinderen herkenden niet de melodie van liedjes die ze op school hadden geleerd.

Het Cito hanteerde als uitgangspunten bij het onderzoek de 'kerndoelen' die het basisonderwijs voor 1998 moet hebben ingevoerd. Volgens deze moeten de kinderen niet alleen zingen, maar ook bewegen op muziek, muziekinstrumenten herkennen, spreken over muziekstijlen in de les en notenschrift leren lezen. De meeste onderwijzers, concludeert het rapport, besteden vooral tijd aan zingen.

Onderzoeker J. van Weerden van het Cito was “niet verrast” door de uitslag. “Uit eerder onderzoek van ons uit 1988 bleek al dat het aanbod van muziekonderwijs vrij beperkt was. Ik heb hier een onderzoek dat in 1957 in Noord-Brabant is gedaan, en dat geeft eenzelfde beeld. Er waren ook toen nauwelijks klassen die op de goede toon en zuiver konden zingen.” De meeste ondervraagde kinderen zeiden wel graag naar muziek te luisteren, en dat geeft Van Weerden hoop.

Volgens R. van der Lei, muziekdocent op de Christelijke Hogeschool Windesheim Pabo in Zwolle, is de muziekles op school niet goed omdat het lange tijd aan een goede lesmethode ontbrak. “De meeste onderwijzers weten alleen hoe ze een klas kunnen leren zingen. Ze weten helemaal niet hoe ze die nieuwe kerndoelen moeten halen.” Met de nieuwste lesboeken, die sinds kort op de markt zijn, kunnen onderwijzers makkelijker een gevariëerde muziekles geven, denkt hij. “Je kunt zoveel verschillende dingen doen, je kunt kinderen leren naar muziek te luisteren, ze laten dansen, en over muziek praten. Ik merk aan mijn studenten dat kinderen daar ook veel enthousiaster op reageren. Die willen geen ouderwetse liedjes leren.” Een belemmering voor goed muziekonderwijs blijft, aldus Van der Lei, het feit dat muziek vaak een sluitpost is. De leervakken gaan voor.

Dat beamen P. Scheepen en J. Stam, beide onderwijzers van groep acht van basisschool 'De Moespot' in Tiel. “Het programma van groep acht is gewoon behoorlijk vol”, zegt Van Scheepen. Hij krijgt de lesboeken rekenen, taal en aardrijkskunde maar nauwelijks uit. “En dan komen daar nog altijd extra dingen bij, zoals het schoolkamp, de kinderboekenweek of een bibliotheekproject. Bovendien rekenen de ouders ons af op de leerprestaties van hun kinderen. Die willen niet dat hun kind gezellig gaat zingen, die willen dat hun kind naar een zo hoog mogelijk schooltype gaat.”

Volgens Stam hoeft de inhoud van de muziekles niet ingrijpend te worden gemoderniseerd. “De meeste kinderen vinden juist die ouderwetse liedjes leuk, vorig jaar was bijvoorbeeld het Wilhelmus erg populair. We hebben er zelfs een rapversie van gemaakt.” Zijn leerling Remco (11) ziet een hoop praktische bezwaren bij een modernisering van de zangles. “De liedjes van school zijn heel makkelijk” zegt hij. “Maar bijvoorbeeld René Froger, dat is veel te gevoelig om met een hele klas te zingen. Dus dan zou één kind René Froger moeten zijn, en de rest achtergrondkoor. Dat wordt dan heel moeilijk wie er René Froger mag zijn. Dus als kinderen dat willen zingen, moeten ze dat maar thuis in hun eentje doen.”