Opzettelijk armetierige juttersinstallatie in Middelburg; Vissen, zeedrift en strandgoed

Tentoonstelling: Mark Dion. Flotsam and jetsam. De Vleeshal, Markt, Middelburg. T/m 15 okt. Di t/m zo 13-17u.

De Amerikaanse kunstenaar Mark Dion (New Bedford, 1961) maakt vaak installaties over dingen die verdwenen zijn of binnenkort zullen verdwijnen. Vaak zijn die dingen uitgestorven planten of dieren, zoals hij tot 5 oktober toont in galerie Tanya Rumpff in Haarlem. In de Vleeshal in Middelburg laat hij nu iets zien dat op het eerste gezicht niet is verdwenen. Dion heeft strand, zee en storm in de hal binnengehaald. Het waait tegen het met een dreigende grijze lucht beschilderde achterdoek en je hoort de golven via een geluidsinstallatie beuken. Op een houten verhoging ligt zand, veel zand, met daartussen de dingen die men zoal op het strand aantreft, alleen is de concentratie daarvan nu hoger dan gewoonlijk. Touw ligt er, plastic flessen, een linkerschoen, schelpen, een krab, met teer besmeurde vissen en een houten boot die hier na een schipbreuk is aangespoeld. Het is een romantisch decor dat Dion heeft opgebouwd, en het stemt vanzelfsprekend weemoedig, deze verzameling verloren, afgedankt en vergaan, net zoals een ruïne van een kasteel of kerk het hart altijd doet jammeren, ook al is de ruïne misschien mooier dan de kerk heel ooit geweest is en woonde er in het kasteel een afschrikwekkende dictator.

Flotsam and jetsam (the end of the game) noemde Dion zijn installatie. De eerste drie woorden vormen samen een Engelse uitdrukking die je in het Nederlands met 'rommel' moet vertalen, maar die zich afzonderlijk mooier laten omzetten: zeedrift (flotsam) en strandgoed (jetsam). Het zijn woorden die zelf bijna verdwenen lijken, net als de jutterscultuur waar ze uit voortkomen. Want natuurlijk refereert Dion ook in deze installatie aan een verlies, aan het verlies van een manier van leven, aan het eenvoudige vissersbestaan zoals dat misschien ooit in Zeeland heeft bestaan of zoals wij dat ons via Op hoop van zegen voorstellen. Dion noemde zijn boot 'The Albatross', een verwijzing naar het gedicht The Rime of the Ancient Mariner van Samuel Coleridge.

Dions klaagzang op het door schaalvergroting en technische vooruitgang voorgoed voorbije vissersleven, zou een beetje gratuit zijn als hij niet aan nog een ander verlies refereerde, aan een verlies dat niet met een onderwerp te maken heeft, maar met de manier waarop dat weergegeven kan worden. Dion deed op het eerste gezicht zijn best om zijn installatie zo realistisch mogelijk te maken: hij gebruikte echt zand, een echte boot en echt wrakhout (alleen de vissen zijn van plastic), hij liet het waaien en voorzag zijn installatie van het geluid van beukende golven. Maar de wind komt uit een armzalig ventilatortje en het geluid van de golven uit een ouderwetse pick-up. De hemel hangt in een duidelijk zichtbaar stalen frame en het zand ligt op een houten podium. Dat had natuurlijk veel beter gekund, veel realistischer, en meestal gebeurt dat tegenwoordig ook. In een film had Dion geen genoegen hoeven te nemen met plastic vissen, hij had mensen over het strand kunnen laten lopen of de boot voor onze ogen kunnen laten vergaan. Maar ook als decor had hij het geraffineerder kunnen maken, met op z'n minst een windmachine en een verborgen geluidsbron. Maar dan zou de verbeelding minder werk hoeven te verzetten, en dat wil Dion voorkomen. Juist daarom is zijn installatie zo armetierig. Een ruïne brengt het verleden ook vaak dichterbij dan een perfect gerestaureerd gebouw. Flotsam and jetsam is een hommage aan de romantische verbeelding, die niet tegelijk met de visserscultuur verloren mag gaan.

    • Bianca Stigter