OJ: kermis en nationale psycho-analyse

LOS ANGELES, 4 OKT. Een klein onooglijk stukje straat in downtown Los Angeles is het decor van een dolle kermis en tegelijk het forum voor het nationale debat. Hier, op de stoep van het gerechtsgebouw waarin O.J. Simpson bijna negen maanden heeft terechtgestaan voor moord, verzamelt zich dinsdagochtend vroeg een gevarieerde menigte: straatartiesten en godsdienstwaanzinnigen, handige sjacheraars en nieuwsgierige passanten, gehaaide verslaggevers en geleerde juristen, en commentatoren van allerlei slag.

Vele honderden televisieploegen, fotografen en schrijvende journalisten staan op het plaveisel paraat. In de lucht hangen zes helikopters met weer andere televisieploegen. En op een belendend parkeerterrein hebben tientallen tv-stations op stellingen van verschillende hoogtes hun geïmproviseerde openluchtstudio's ingericht met uitzicht op het gerechtsgebouw. De media-dichtheid is nergens in het land, misschien wel nergens in de wereld, zo groot als op dit kleine stukje asfalt en beton. En er is niets te zien, behalve de toeschouwers zelf.

Binnen, in de rechtszaal op de negende etage, staat rechter Ito slechts twee tv-camera's toe en een handjevol journalisten. Dat is ruim voldoende om de wereld getuige te laten zijn van het het proces. Maar niet genoeg om de beeldenhonger van de media te stillen. En dus mengen cameramannen zich tussen de handelaren in t-shirts met O.J.-afbeeldingen, interviewen tv-presentatoren meisjes met Ito-maskers en discussiëren ernstige commentaarschrijvers met straathoekfilosofen. Het hoort allemaal bij het volgen van de zaak.

Het proces tegen O.J. Simpson heeft laten zien wat het beginsel van openbare procesvoering in de laat-twintigste-eeuwse praktijk kan betekenen. Die openbaarheid betekent niet alleen dat de rechtszaal toegankelijk is voor het publiek en de televisiecamera, maar ook dat het proces buiten op de stoep, en buiten in het hele land, wordt meegespeeld, uitvergroot, geïnterpreteerd en gezien als les of waarschuwing. Daar gaat het over de verhouding tussen de rassen, over geweld binnen het huwelijk, over klassejustitie en politiecorruptie als algemene maatschappelijke verschijnselen.

Tegen een blinde muur heeft een magere man met een strooien hoed drie borden neergezet met argumenten voor en tegen vrijspraak, iedere voorbijganger kan er zijn eigen bijdrage aan toevoegen. Een ander loopt met een bord waarop de tekst staat geschilderd: Alle smerissen heten Fuhrman. Als het tien uur is klitten de mensen bijeen rondom draagbare televisies en radio's, om te kunnen volgen wat er binnen gaande is. Als het “niet schuldig” uitgesproken wordt, klinkt een uitzinnig gejuich. Mensen, vooral zwarten, beginnen te dansen, te stralen, God te danken. Anderen, vooral journalisten, vooral blanken, tonen minder emotie. De raciale scheidslijn in de beoordeling van het proces is ook hier zichtbaar.

“Stel dat jij mijn broer bent”, zegt een zwarte man op de stoep. “Dan kan ik je wel een hufter vinden, maar ik accepteer niet dat iemand anders dat zegt. Ook al weet ik diep in mijn hart dat het misschien waar is, ik zal het nooit toegeven. Zeker niet tegen een buitenstaander. Want je blijft mijn broer.”

Op de terrassenbouw die de tv-maatschappijen op het parkeerterrein hebben opgetrokken, wordt het vonnis al in twintigvoud becommentarieerd, bediscussieerd, van betekenis voorzien en via de reusachtige naast elkaar geparkeerde schotelantennes het heelal in geslingerd. Heeft de uitspraak laten zien dat wie maar genoeg geld heeft, in Amerika weg kan komen met moord? Of heeft de genuanceerde jurist gelijk die denkt dat Simpson schuldig is en die het toch goed vindt dat hij vrijgesproken is omdat het bewijsmateriaal niet boven iedere twijfel verheven was?

De jury had immers niet de opdracht te zeggen of ze geloofde dat Simpson de moorden had gepleegd, maar alleen of ze vond dat de aanklager dat voldoende heeft bewezen. Als er een “redelijke twijfel” aan de bewijsvoering bestaat, moet een jury vrijspreken.

Althans één jurylid lijkt een dergelijke afweging gemaakt te hebben. Haar dochter vertelde het televisiestation ABC gisteravond dat haar moeder in een telefoongesprek had gezegd: “Ik denk dat hij het waarschijnlijk gedaan heeft.” Maar doordat getuige en politieman Mark Fuhrman zijn geloofwaardigheid had verspeeld, was er volgens de vrouw te weinig bewijsmateriaal. Een ander jurylid zei dat hij en enkele collega's veel gebreken hadden ontdekt in het scenario van de aanklagers.

Van het begin af aan was duidelijk dat de aanklagers het moesten stellen zonder moordwapen en zonder getuigen. DNA-analyse van bloedvlekken in Simpsons auto en huis speelde daarom een belangrijke rol in de bewijsvoering van de aanklager. Maar bij het nemen van de monsters en bij het onderzoek in het politielaboratorium bleken grote slordigheden te zijn begaan en standaardprocedures genegeerd te zijn.

Ook de waarde en beperkingen van het jurysysteem wordt nu publiekelijk besproken, evenals het gevaar van een politieapparaat dat zich boven de wet stelt; bij Simpson was bewijsmateriaal gevonden, maar de politie had eerst een huiszoekingsbevel moeten hebben.

Ook de opstelling van de media in de afgelopen maanden wordt kritisch tegen het licht gehouden. Tevens wordt het racisme dat in alle lagen van de samenleving nog bestaat geanalyseerd. Stond behalve O.J. Simpson ook de Amerikaanse samenleving terecht? Simpsons advocaat Robert Shapiro, aanvankelijk de hoofdadvocaat, tot Cochran die plaats innam, gaf gisteren in een vraaggesprek aan erg ongelukkig geweest te zijn met Cochrans beleid de zaak steeds meer toe te spitsen op de raciale aspecten ervan. Cochrans vergelijking van Fuhrman met Hitler had Shapiro volgens eigen zeggen diep gekwetst.

Er worden dezer dagen in de VS strenge lessen aan het proces ontleend, maar er wordt ook gezegd dat het proces zo uniek was dat er geen enkele les aan te verbinden valt. Het land kijkt in de spiegel, en het is niet tevreden. Maar het praat, het zoekt, het debatteert, het verschilt van mening, en dat alles met overgave. Het is immers ernst, en tegelijk amusement.

Die combinatie, ergerlijk en onweerstaanbaar, is ook de rest van de dag voor de televisiekijkers te zien. De debatten en analyses, de maatschappelijke introspectie en de nationale psychoanalyse, worden afgewisseld met ongeremde human interest, met televisiebeelden van het geluk in en rondom huize Simpson, gefilmd vanuit helikopters die botweg boven het perceel hangen.

En de historische terugblikken op de onvergetelijke negen maanden van Het Proces van de Eeuw zijn opgezet als trailers van in Hollywood gemaakte speelfilms: snelle flitsen, dramatische muziek en af en toe een enkel zinnetje dat zich makkelijk in het geheugen hecht. Het zijn alleen geen aankondigingen van een film die komen gaat, het is de afkondiging aan het slot, de nostaligische terugblik, nog één keer, op het meeslepende drama dat zijn ontknoping nu gehad heeft.

    • Juurd Eijsvoogel