Nieuwe nabestaandenwet is afscheid van kostwinnersmodel

DEN HAAG, 4 OKT. De paarse coalitie van PvdA, VVD en D66 zet deze week een forse stap in de sanering van de sociale zekerheid, die in het regeerakkoord was afgesproken. De Tweede Kamer bespreekt de invoering van de Algemene nabestaandenwet (ANW), die in de plaats komt van de uit 1959 stammende Algemene weduwen- en wezenwet (AWW).

De nieuwe wet betekent een afscheid van een systeem dat op het maatschappelijk model van de jaren vijftig was gebaseerd: een man als kostwinner die zijn vrouw en kinderen moest onderhouden. Als hij overleed moest de staat deze taak overnemen. “Die AWW”, zei het Tweede-Kamerlid Kalsbeek van de PvdA vanochtend in het debat afkeurend, “is een volautomatische wet. Zonder verder ergens naar te kijken wordt een uitkering verstrekt vanaf het overlijden van de partner waarmee je gehuwd was.”

Die tijd is wat betreft een meerderheid in de Tweede Kamer voorbij. “Volwassen, gezonde mensen”, zei Kalsbeek, “mogen ervoor kiezen financieel afhankelijk te zijn van hun partners. Maar men mag het risico daarvan - bij het overlijden van de partner valt het inkomen weg - niet zonder meer op de samenleving afwentelen.”

Dat standpunt is in feite het uitgangspunt van de Algemene Nabestaandenwet. Het leidt tot een drastische beperking van het aantal weduwen en weduwnaars dat in de toekomst nog aanspraak kan maken op een nabestaandenpensioen. Op dit moment ontvangen 196.000 weduwen en weduwnaars een AWW-pensioen of -uitkering. Dat kost de overheid 4,8 miljard gulden per jaar. De AWW wordt als volksverzekering gefinancierd uit de premies die worden opgebracht door de belastingbetalers. Het laagste belastingtarief voor de inkomstenbelasting bedraagt dit jaar 36,65 procent; daarvan wordt 1,8 procentpunt besteed aan de AWW.

De ingrepen die het kabinet - in het bijzonder staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) - heeft voorgesteld, leiden ertoe dat het rijk in 1998 830 miljoen gulden minder aan weduwen- en weduwnaarspensioenen uitgeeft dan anders het geval zou zijn, een besparing die op den duur oploopt tot bijna 4 miljard. Een deel van deze besparing wordt teniet gedaan doordat een aantal weduwen en weduwnaars bij het wegvallen van een nabestaandenpensioen een beroep op de bijstand zal doen. Zo resteert een bezuiniging van zo'n 2,2 miljard en een even grote verlaging van de collectieve lastendruk. Het aantal weduwen en weduwnaars dat nog aanspraak kan maken op een pensioen of een uitkering zal volgens de prognoses van het kabinet in 1998 zijn teruggelopen tot 178.000 en op den duur zakken naar een kleine 24.000.

De vraag is of de Algemene Nabestaandenwet als volksverzekering straks niet helemaal zal zijn verdwenen. Het kabinet heeft alvast in zijn wetsvoorstel de bepaling opgenomen dat over tien jaar moet worden bekeken of de ANW nog moet blijven. Wat D66 betreft, zei Kamerlid Bakker, gebeurt dat al over vijf jaar. Daar staat de voorspelling van Doelman-Pel (CDA) tegenover dat de Nabestaandenwet nog zeker 25 jaar zal bestaan.

De afspraken tussen de coalitiepartners over de nieuwe Nabestaandenwet, zijn overigens een twistpunt tussen de drie partijen. Het voorstel dat staatssecretaris Linschoten eerder dit jaar indiende haalt daardoor zeker niet ongeschonden de eindstreep. De fracties van PvdA, VVD en D66 hebben een compromis gesloten, nadat ze ieder hun eigen redenen hadden om Linschotens voorstellen te wijzigen.

Voor de PvdA telde vooral de positie van de weduwen met een laag inkomen, voor de VVD de gelijkstelling van het huwelijk met andere samenlevingsvormen, waardoor voor samenwonenden bij het overlijden van de partner ook het recht op een nabestaandenpensioen kan ontstaan. D66 heeft zijn bezwaren tegen de inkomenstoets ingeslikt, onder meer omdat voor de benadering van deze partij “bij lange na geen meerderheid in de Kamer bestaat”, zoals Bakker vaststelde.

Volgens het compromis dat nu wordt besproken in de Tweede Kamer hebben nieuwe weduwen en weduwnaars zonder kinderen vanaf volgend jaar alleen nog aanspraak op een nabestaandenpensioen als ze voor 1950 zijn geboren, tenzij ze zelf te veel verdienen. Ook voor weduwen en weduwnaars met kinderen geldt een inkomenstoets, zij het dat ze wel altijd aanspraak maken op een uitkering voor de kinderen. De bestaande pensioenen worden met ingang van 1998 aan de nieuwe regels aangepast.