Helft Nederlanders vloekt wel eens

VEENENDAAL, 4 OKT. Ruim de helft van alle Nederlanders vloekt wel eens, een kleine groep van zes procent vloekt regelmatig. Dit blijkt uit een onderzoek dat het Nipo heeft uitgevoerd onder duizend Nederlanders van vijftien jaar en ouder in opdracht van de Bond tegen het vloeken.

Het meest wordt gevloekt door mannen, jongeren en personen die niet bij een kerk zijn aangesloten, het minst door vrouwen, ouderen en leden van protestants-christelijke kerken. Rooms-katholieken staan volgens het Nipo wat losser tegenover het vloeken.

Een meerderheid van 69 procent vindt het vervelend als anderen in de directe omgeving vloeken, een minderheid van dertig procent zegt er geen aanstoot aan te nemen. Uit het Nipo-onderzoek blijkt dat het vloeken volgens de ondervraagden in hun omgeving ongeveer gelijk blijft. Van de personen die zich ergeren aan vloeken zegt 79 procent er iets van; twintig procent doet dat onmiddellijk (vooral vrouwen), 15 procent wacht een gunstig moment af (vooral ouderen) en 42 procent zegt er af en toe iets over. Tweederde van de ouders met kinderen let op het vloekgedrag van de kinderen, 2 procent verklaarde daar niet op te letten.

Onder vloeken wordt in het onderzoek verstaan het godslasterlijk spreken, het misbruiken van Gods naam. Van de ondervraagden zegt 68 procent onder vloeken ook te verstaan het uiten van verwensingen, krachttermen en schuttingwoorden. Mensen die deze laatste definitie aanhangen zijn voor het leeuwedeel tussen de 25 en 34 jaar oud, inwoners van de drie grote steden, rooms-katholieken en mensen die niet tot een kerkelijke gezindte behoren. Deze ruimere definitie komt in het onderzoek niet aan de orde.

De Bond tegen het vloeken zegt door de uitkomsten van het onderzoek “bemoedigd” te zijn, vooral omdat is gebleken dat het vloeken door veel Nederlanders als vervelend wordt ervaren, velen er iets van zeggen en vloeken ook in de opvoeding een belangrijk onderwerp is.

De bond is volgens het onderzoek onder bijna tweederde van alle Nederlanders bekend door affiches op stations, bushaltes en op Schiphol. De 18.000 donateurs tellende stichting ziet in het onderzoek een “extra stimulans” om het werk voort te zetten en uit te breiden, ook al omdat onder vloeken door veel Nederlanders niet alleen het misbruiken van Gods naam wordt verstaan. “In de uitingen naar buiten zal de bond dit wezenlijke aspect van het vloeken nog meer dan voorheen moeten uitdragen. Bovendien verdient de doelgroep jongeren extra aandacht, omdat juist deze categorie minder moeite heeft met vloeken”, aldus de bond.