Gericht lezen

De naderende kinderboekenweek verheugt zich in de warme belangstelling van mijn zoontje. Hij interesseert zich voor griffels en prijzen en zou graag eens een beroemde schrijver willen zien. Het is het soort belangstelling waar je als ouder blij mee hoort te zijn, want alles wat met boeken lezen heeft te maken, verdient onvoorwaardelijke aanbeveling. Lezen moet, zoals de slogan luidt.

Lezen moet weliswaar, maar er zou niet zoveel ruchtbaarheid bij te pas moeten komen. Mijn zoontje spreidt een merkwaardige houding ten toon die ik niet anders kan omschrijven dan als die van de kritische consument. Hij kent veel meer schrijvers van naam dan ik op zijn leeftijd. Hij weet vaak of ze levend of dood zijn, hij vraagt of hun boeken vertaald zijn en of ze prijzen hebben gekregen. Hij zoekt zelfs voor in een boek op de hoeveelste druk het is (hoe hoger, hoe beter). Eigenlijk allemaal volstrekt irrelevante wetenswaardigheden voor een kind van acht, maar voor hem zijn ze belangrijk omdat hij ermee kan nagaan of een boek wel of niet goed is.

Waar die houding, die ik soms grappig, soms irritant vind, vandaan komt kan ik wel traceren. Op zijn school in Amerika werd, net als hier, lezen heel belangrijk gevonden. Kinderen moesten book reports invullen over de boeken die ze in de schoolbibliotheek hadden uitgekozen, en opschrijven waarom ze het mooi of niet mooi vonden. Er werd ook veel klassikaal voorgelezen en elke maand werd er gestemd over wat de klas het beste boek vond. Al die aandacht voor boeken is natuurlijk prachtig, ik denk alleen niet dat je er liefde voor lezen mee kweekt. Praten (en schrijven) over boeken speelt zich noodzakelijk in de evaluatieve sfeer af. Het ene boek is fantastisch en wel hierom, het andere is hartstikke leuk of gaaf, een derde is saai of kinderachtig. Met een ongelezen boek zit je dus op de wip. Het kan goed of slecht uitvallen.

Dit maakt de keuze van een boek een gewichtige aangelegenheid, althans bij mijn kind. Betreed ik met hem de bibliotheek, dan zie ik hem bijna verlamd raken door de overweldigende hoeveelheid keuzes. Hij zoekt eens een schrijver op die hij kent, bladert eens in dit of dat en wordt zichtbaar gehinderd door de tergende vraag 'zou het wel een leuk boek zijn?'

Hij gedraagt zich in de bibliotheek als sommige andere kinderen in kledingwinkels: die zijn eindeloos bezig met het passen van truitjes en jurkjes, terwijl een buitenstaander nauwelijks verschil ziet tussen de outfits. Die verschillen zijn er wel - voor de goede verstaander. Ik ben intussen allang blij dat ik met efficiënt aangeschafte kleding thuis kan komen ('kijk eens wat een leuke broek/trui/jas ik voor je gekocht heb') en dat dat altijd wel best gevonden wordt. Wie kleren erg belangrijk vindt, heeft uitgesproken ideeën over wat wel en niet leuk is om aan te trekken. Het kost tijd om dat een beetje uit te zoeken. Maar een bibliotheek is geen kledingwinkel. Het ligt eerder omgekeerd: hoe meer een kind van lezen houdt, hoe minder tijd het in de bibliotheek doorbrengt.

Boekminnende kinderen zijn kritiekloze veelvraten, dus die zijn snel klaar als ze iets moeten uitkiezen. Ze maken zich niet van tevoren zenuwachtig of iets wel of niet leuk zal zijn, want als het ene tegenvalt, dan zal het volgende wel weer leuker zijn. Het echte gerichte lezen is alleen weggelegd voor mensen die een leeshistorie achter de rug hebben. Anders wordt het top-tien leeswerk.

Misschien heeft de aandacht voor mooie boeken en goede schrijvers op kinderen ook weer een nadelig effect: dat het onbevangen en naïeve lezen op de achtergrond raakt. Een boekrapport schrijven is op zichzelf een uitstekend leermiddel. Het leert een kind een samenvatting schrijven, het bevordert het kritisch denken. Het leert je ook standaarden te expliciteren. Pietje Bells goocheltoeren is eigenlijk steeds hetzelfde als deel 1, zei mijn zoontje. Daar heeft hij ontegenzeggelijk gelijk in, hoewel het ook het gelijk van de voortdurend toetsende en oordelende zap-generatie is.

Dat kritisch wegen is hem geleerd op school, voor zover het al niet ingegeven wordt door concurrerende vrijetijdsbestedingen. Het oeverloze lezen, waaronder ook grote hoeveelheden trash, is achterhaalde romantiek. Toch jammer, want trash scherpt je geest ook, al gaat het met een omweg.

    • Beatrijs Ritsema