Gek uit Maastricht fietst 268 kilometer per uur

BONNEVILLE, 4 OKT. Fred Rompelberg is de snelste wielrenner aller tijden. Op de zoutvlakte van Bonneville in de Amerikaanse staat Utah bracht hij gisteren het wereldsnelheidsrecord wielrennen op zijn naam. Rijdend achter een race-auto haalde hij een snelheid van 268,612 kilometer per uur. “Dit is een mooi einde van mijn loopbaan”, was de eerste reactie van de 49-jarige Limburger. Het oude record stond op naam van de Texaan John Howard, die tien jaar geleden op dezelfde plaats een snelheid van 245 kilometer per uur bereikte.

Rompelberg reed op een speciale fiets in de zuiging van een acht meter lange racewagen. Zijn fiets was uitgerust met dubbele versnellingen: voor twee kamwielen met 70 en 60 tanden, achter 15 en 16 tanden. Per omwenteling geeft dat een maximale verplaatsing van 31 meter. Om het enorme verzet rond te kunnen krijgen werd de renner eerst met een dunne ijzerdraad op gang getrokken. “De grootste inspanning was de fiets in bedwang te houden bij de hoogste snelheid. Zoiets doe je maar eens in je leven”, zei de renner die met een leren motorpak op de fiets zat.

Na het levensgevaarlijke gescheur over het zout stak hij triomfantelijk een arm in de lucht, onmiddellijk gevolgd door een zee van tranen. Vrouw Tiny en dochters Tiziana en Laetizia huilden even later hartgrondig mee. Om het gezinnetje heen vielen de twintig helpers elkaar in de armen. Gangmaker, ingenieur, agent, verzorger, monteurs, koffiejuffrouw. Een aandoenlijk tafereel op de oneindige witte zoutvlakte in het hart van de Verenigde Staten.

Voor het groepje telde alleen het wereldsnelheidsrecord van “die gek” uit Maastricht. Rompelberg presteerde wat weinigen voor mogelijk hielden. Acht jaar geleden zette hij het idee de snelste fietser ter wereld te worden in zijn hoofd. Hij liet het niet los, ook niet na een zware valpartij bij zijn eerste aanvallen in 1988. Hij brak daarbij 24 botten in zijn lijf, maar zei onmiddellijk: “Ik ga door tot ik het heb.”

De geslaagde poging kwam gisteren in de vierde rit. Maandag reed hij er drie als oefening. Eerst tweemaal zo'n 160 kilometer per uur, daarna 210 kilometer. Gisteren wilde hij eerst nog een keer oefenen. Tot teamleider Lindsay Strassburg de weerberichten hoorde. Opkomende wind, mogelijk storm en regen in de nacht. Wind zou de missie nog gevaarlijker maken en regen de zoutvlakte onberijdbaar, want het water zakt niet door het zout heen.

Het advies aan de renner luidde: niet langer trainen, gaan voor het record. Gangmaker-coureur Jeff Strassburg kreeg de opdracht bij het meetpunt na vijf kilometer ietsje boven het record van Howard te zitten, hooguit 155 mijl, gezien de enorme risico's. De acht meter lange bolide had veel meer vermogen en had zonder windscherm wel 300 mijl kunnen halen. Het werd iets meer dan 155.

“We zijn er zo lang mee bezig dat uitstel zonde was”, vond de oude supervisor Alan Strassburg, “Als het weer omslaat, is het gedaan voor dit jaar. Je weet nooit wanneer er opnieuw goede omstandigheden zijn. Ik kom hier al sinds 1935, ik weet hoe een storm hier te keer kan gaan.”

De wind wakkerde pas later aan. Rompelberg had zijn eigen record nog wel een keer kunnen aanvallen. Hij besloot het niet te doen. “Het is mooi zo”, vond hij. Lindsay Strassburg durfde op dat moment ook te zeggen: “Het is zó gevaarlijk bij die snelheid, er kan van alles gebeuren. Zoals het ging zag het er strak en glad uit, maar een kleinigheidje en beng, daar ligt-ie en dan moet maar afgewacht worden hoe.”

Rompelberg verklaarde na zijn succesvolle aanval niet benauwd te zijn geweest. “Wel heb ik steeds aan een valpartij gedacht. Nee, bang was ik niet. Ik voelde me lekker, was in topconditie. Ik had er gewoon vertrouwen in dat het nu ging gebeuren. Dat kwam ook omdat de auto met het windscherm perfect was. Geen millimeter afwijking van de rechte lijn.” (ANP)