Geef mij maar gisteren

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste veelbetekenend nummer. Het komende jaar zullen, op sterfdagen van popmusici, deze laatste nummers nader bekeken worden. Vandaag 'Me and Bobby McGee', de zwanezang van Janis Joplin, die vijfentwintig jaar geleden overleed.

Het allerlaatste liedje dat Janis Joplin zong was een verjaardagsliedje. Het was een zaterdagavond en ze had de hele dag met The Full Tilt Boogie Band gewerkt aan de opnames voor haar nieuwe plaat, Pearl. Toen iemand vertelde dat John Lennon binnenkort dertig werd, en dat alle artiesten die die week in de studio waren geweest een felicitatie op cassette hadden gezet, was Joplin meteen enthousiast. Samen met de band zong ze 'Happy Birthday, Dear John', en omdat het maar een kort liedje was, liet ze het overgaan in 'Happy Trails To You', een country & westernnummer dat door de zingende filmcowboy Roy Rogers beroemd was gemaakt. Daarna verliet ze de studio, dronk nog een paar glazen tequila in een kroeg, en ging terug naar haar hotel in het centrum van Hollywood. Op haar kamer nam ze een shot heroïne. Achttien uur later, op zondag 4 oktober 1970 om half acht 's avonds, werd de 27-jarige Janis Joplin dood in kamer 105 aangetroffen. Ze was een van de acht druggebruikers die dat weekend in Los Angeles stierven omdat hun heroïne per ongeluk niet was versneden.

De dood van Janis Joplin kwam niet als een verrassing. Sinds haar doorbraak in 1967 als zangeres van Big Brother & The Holding Company had het voormalige lelijke jonge eendje uit Texas het imago opgebouwd van de archetypische popster: een rock'n'rollbeest dat onder het motto 'live fast, die young, leave a beautiful corpse' de Dood met grote hoeveelheden drank en drugs tegemoet ging. Haar hang naar zelfdestructie was buitensporig, zelfs voor iemand die zo ongelukkig in de liefde was als zij - en ze koketteerde ermee. Kort voor haar dood had ze uitgebreid haar testament opgemaakt, en toen op 18 september 1970 Jimi Hendrix aan een overdosis slaaptabletten overleed was haar reactie even cynisch als profetisch: “Het zal mij benieuwen of ik ook zoveel publiciteit krijg.”

Publiciteit kreeg ze, meer dan ze waarschijnlijk verwacht had. Niet alleen door haar spectaculaire dood, maar ook door de kwaliteit van haar laatste opnamen. Pearl, dat een paar maanden na haar dood werd uitgebracht, bereikte de eerste plaats van de Amerikaanse hitparade en zou voorgoed haar status als grootste blanke blues- en soulzangeres vestigen. De tien nummers vormden een syllabus van alle zuidelijk-Amerikaanse stijlen waarin Joplin ('Pearl' voor haar vrienden) geëxcelleerd had, en werden door haar fans geïnterpreteerd als een autobiografisch testament. Wat wil je ook, met titels als 'Cry Baby', 'A Woman Left Lonely', 'Get It While You Can', en vooral 'Buried Alive In The Blues'.

Het heeft weinig gescheeld of dit laatste nummer was Joplins opus ultimum geweest. Op 3 oktober hadden haar bandleden de muziek al opgenomen, maar Joplin had de zangpartij tot de volgende dag uitgesteld. Het nummer bleef onafgemaakt, en zo werd 'Happy Birthday/ Happy Trails' het laatste liedje waarin haar stem klonk. Maar de zwanezang van Janis Joplin is het niet: dat predikaat is weggelegd voor het lied dat ze eerder op die middag had ingezongen: 'Me And Bobby McGee'.

'Me And Bobby McGee', dat postuum Joplins grootste hit zou worden, geldt tegenwoordig als een van de songs waarin het levensgevoel van de sixties en de vroege jaren zeventig is samengebald; vooral het refrein (Freedom's just another word for nothin' left to lose/ And nothin' ain't worth nothin' if it ain't free) heeft het bestempeld tot een hymne van het hippiedom. Oorspronkelijk was het een simpel countryliedje, geschreven door Kris Kristofferson (een van Joplins oude liefdes) en in 1969 op de plaat gezet door Roger Miller; maar in de versie van Janis Joplin werd het een woeste ode aan vriendschap en ongebondenheid - de twee dingen die ze vanaf haar jeugd in het provinciale Port Arthur nagestreefd had.

Het lied begint kaal, met een akoestische gitaar die geleend lijkt uit een Dylan-song en een stem die heel beheerst en in een vet zuidelijk accent bezingt hoe de ik-figuur zich voelt voordat ze door de blueszanger Bobby McGee mee op reis door Amerika wordt genomen: 'I was feelin' near as faded as my jeans'. Al snel krijgt de akoestische gitaar gezelschap van bas, drums en steel guitar, en als voor de eerste keer het refrein klinkt, hoor je op de achtergrond een orgeltje dat vier minuten lang het nummer zal opzwepen.

Na het derde couplet, dat begint met een verheerlijking van de vriendschap met Bobby en eindigt met zijn plotselinge verdwijning uit het leven van de ik-figuur, raakt de zangeres pas goed ontketend. 'I'd trade all my tomorrows for one single yesterday', zingt ze, 'to be holding Bobby's body next to mine', om vervolgens los te barsten in een uitbundige improvisatie die onweerstaanbaar begeleid wordt door een steeds sneller spelende honkytonkpiano. Joplin schreeuwt en krijst en brult en kermt, alsof ze wist dat ze nog maar een paar uur te leven had en de wereld nog één keer wilde laten horen dat ze er was. Terecht. Want dat de dood nabij is betekent nog niet dat je stilletjes in een hoekje moet gaan somberen.