'Een berg bewijzen' tegen Simpson

In de zaak tegen O.J. moest de aanklager een aantal essentiële stukken van de puzzel missen: een ooggetuige van de moord, een moordwapen en de met bloed besmeurde kleren van de moordenaar zijn nooit gevonden.

Daar staat tegenover dat Simpson geen alibi heeft voor een periode omstreeks het tijdstip van de moorden. Limousinechauffeur Allan Park, die Simpson 's avonds om elf uur moest ophalen voor een rit naar het vliegveld, verklaarde tevergeefs buiten het “klaarblijkelijk verlaten” huis van Simpson te hebben gewacht en later een “lange zwarte man naar het huis” te hebben zien lopen. Bovendien werd van twee bloedsporen - een op de oprit van Nicole Browns huis en een op Simpsons oprit - aangetoond dat het van Simpson zou kunnen zijn. De jury kan echter hebben aangenomen dat het onmogelijk was voor Simpson om binnen een uur op en neer te rijden naar het huis van zijn ex-vrouw, twee mensen te vermoorden, zich gereinigd te hebben en het wapen en zijn bebloede kleren te hebben verstopt. Dat de jury Parks verklaring nogmaals wilde horen, kan daar volgens juristen op wijzen. Rechercheur en kroongetuige Mark Fuhrman, die zei een bebloede handschoen bij Simpsons huis te hebben gevonden, bleek in de getuigenbank gelogen te hebben over zijn racistische opvattingen en bleek in het verleden te hebben toegegeven bewijzen te hebben vervalst. Dat opende voor de jury de weg om te twijfelen aan het DNA-onderzoek dat moest aantonen dat bloedsporen op de handschoenen, in Simpsons auto, zijn sokken en in zijn appartement afkomstig waren van Nicole Brown, haar vriend en Simpson.