Drie pogingen om jongeren het theater in te krijgen; Vader is een ander woord voor zak

* Voorstelling: Lysistrata door toneelgroep De Branding, vanaf 14 jaar. Tekst naar Aristofanes: Marcel Otten. Regie: Charlotte Riem Vis. Inl: 02510-23020

* Voorstelling: Booyaka! Booyaka! door De PaardenKathedraal, vanaf 14 jaar. Tekst: Maarten van Hinte. Regie: Helmert Woudenberg. Inl: 030-711414

* Voorstelling: Eternity door Huis aan de Amstel, vanaf 15 jaar. Tekst: Roel Adam. Regie: Mathieu Güthschmidt. Inl: 020-6229328

Hoe krijgen wij jongeren het theater in? Het is een vraag waar theatermakers zich regelmatig en vaak tevergeefs het hoofd over breken. Toneelgroep De Branding richt zich uitsluitend op deze doelgroep, maar helaas is men het spoor daar al enige jaren bijster. Na haar versie van Euripides' Oidipoes heeft Charlotte Riem Vis nu met een aangepaste Vrouwenstaking van Aristofanes gekozen voor de komedie. Onder leiding van de potige Lysistrata gaan de vrouwen van Athene en Sparta een giechelig verbond aan: zo lang hun mannen niet bereid zijn vrede te sluiten, gaan zij in seksstaking. En ziet, de heren keren het slagveld de rug toe om hijgend achter hun groeiende erecties aan te draven. Aristofanes maakte er een regelrechte klucht van met dubbelzinnigheden en een vocabulaire, waar de hedendaagse pornograaf nog een puntje aan kan zuigen. Maar wat doe je daarmee voor veertienjarigen, in een tijd dat vrouwen ook nog wel eens iets anders tegen de mannen in stelling brengen dan uitsluitend seks? De Branding kon niets anders verzinnen dan een cocktail van het Theater van de Lach en het schooltoneel van de gymnasiastenvereniging. Af en toe uitbarstend in een musicalachtige song schmieren de acteurs er lustig en soms onverstaanbaar op los. Het is plat en vet en ik herinner me niet één keer echt gelachen te hebben.

De PaardenKathedraal zocht zijn inspiratie in het heden, in de disco, de televisie, videospelletjes, dope, en Japanse vechtfilms. In een aaneenschakeling van losse scènes laten vijf acteurs, met allemaal een andere culturele achtergrond, zien en horen hoeveel geweld er om ons heen is. Vorm en inhoud vallen samen. De oren staan voortdurend bloot aan geluidsgeweld. De volledige cast is vergroeid met de microfoon, de vrouwelijke dj laat vanachter haar mengtafel de beat een uur lang door je buik dreunen, de fragmentarische teksten komen gedeeltelijk tot ons op het ritme van de rap en er wordt komisch gebruik gemaakt van playbackmogelijkheden. Toch is Booyaka! Booyaka! (een kreet uit de popmuziek) iets meer dan een slimme collage van herkenbare situaties. Er is een dun verhaallijntje rondom een Marokkaanse jongen die in het crimenele drugscircuit belandt. Zijn vriendin raakt zwanger van zijn beste Surinaamse vriend en verliest de baby. Het zijn de meisjes die in de geweldstroom zorgen voor de noodzakelijke momenten van verstilling. Hoewel de doelgroepgerichtheid er soms te dik bovenop ligt en er nog aan tempo en ritme gewonnen kan worden, heeft deze voorstelling aanzienlijk meer te bieden dan de Griekse damesclub.

Ook het jeugdtheatergezelschap van Liesbeth Coltof heeft zich in de strijd om de gunst van het jongerenpubliek geworpen. Roel Adam schreef Eternity, een bijna twee uur durend stuk, geïnspireerd op het Kaïn en Abelverhaal. Na het vertrek van vader en de dood van moeder leven twee broers al jaren samen in een symbiose van wederzijdse afhankelijkheid. Wanneer de vader plotseling in gezelschap van een jonge vrouw opduikt om thuis te sterven wordt het wankel broeder-evenwicht verstoord en vindt er een ontluisterende, destructieve gezinsafrekening plaats.

De voorstelling voerde mij onvermijdelijk acht jaar terug, toen de jeugdtheaterwereld niet uitgeruzied raakte over Moeder in de wolken. Ook dat stuk was confronterend en geregisseerd door Mathieu Güthschmidt. Ook daar werden de twee met elkaar vergroeide broers gespeeld door Bruun Kuijt en Jan Elbertse. Essentieel verschil is dat Heleen Verburg een absurdistisch stuk schreef, terwijl Roel Adams tekst hoort tot het psychologiserend realisme van O'Neill of Lars Noren.

In de verknoopte, incestueus gekleurde relatie tussen Kaïn en Abel is de auteur op zoek naar de rol van de vader. Eternity is een mannenstuk. De vrouw is buitenstaander: zij zorgt en zoent elk van de drie kerels om andere redenen. Kaïn biedt zij met haar parfum Eternity een uitweg, nadat hij Abel in een wurgende omhelzing gedood heeft. Niet langer is hij zijn broeders hoeder. De vader is de grote schuldige en de verliezer: “Vader is een ander woord voor klootzak.” Het slotbeeld toont hem, blind geworden, door iedereen in de steek gelaten en met de fles in de hand. Hij is de zwakkeling, in tegenstelling tot Kaïn die in zijn éne moment van kwetsbaarheid - aangrijpend verbeeld door Bruun Kuijt - wordt afgewezen.

Hij is tevens de zwakke plek in de voorstelling, omdat de auteur niet van hem af kan komen en in een soort finale à la Ludwig van Beethoven nog precies wil uitleggen hoe het zo gekomen is. Frits Lambrechts' dik aangezette, melodramatische invulling van zijn rol maakt het er niet beter op.

Het is deze nadrukkelijkheid die de overigens onderkoeld gespeelde voorstelling ontkracht. Mogelijk is het een concessie aan het beoogde publiek, maar dan wel de enige. Daarom kun je je ten slotte afvragen waarom Eternity met zijn bikkelharde visie op wat mensen elkaar aandoen én met de tegenwoordig verplichte blote man op het toneel uitgebracht wordt in De Krakeling en niet een paar honderd meter verderop in de Schouwburg. Vijftien plus geeft Huis aan de Amstel aan als leeftijd. Als ze dat nu eens in het 'volwassen' theater zouden doen - bijvoorbeeld voor De meeuw van Tsjechov bij Fact of voor Schillers Don Carlos bij het RO Theater - dan was de problematiek van al dat zogenaamde jongerentheater in één klap opgelost.