'Controle op CID's ontbreekt door houding justitie'

De politie brengt over haar opsporingsmethoden - in het belang van het onderzoek - niets naar buiten. Rechters en officieren van justitie gedogen dit zwijgen. Maar hierdoor kan de rechtmatigheid van het verkregen bewijs niet worden getoetst.

AMSTERDAM, 4 OKT. Criminele-inlichtingendiensten verzamelen ongecontroleerd en soms zelfs op onrechtmatige wijze informatie. Deze en andere beschuldigingen uit R. Meerman (49) in zijn deze week uitgebrachte boekje De infiltrant. Meerman werkte 28 jaar bij de Amsterdamse politie en gaf vanaf 1985 leiding aan het eerste 'pseudokoopteam' van het korps. Rechercheurs van dit team deden zich voor als criminelen die drugs of gestolen goederen wilden kopen. Later breidden hun werkzaamheden zich uit en infiltreerden zij langdurig in het criminele milieu.

In zijn boek beschuldigt Meerman voormalige collega's en medewerkers van andere opsporingsdiensten van een even ongebreidelde als gevaarlijke scoringsdrift. Hij zegt dat het verlangen om zaken 'rond' te krijgen zo groot kan zijn, dat opsporingsambtenaren belastende informatie verzinnen, informatie toeschrijven aan niet-bestaande informanten of valse processen-verbaal opstellen.

Meerman verwijst onder meer naar de Coral Sea-zaak waarbij douanesurveillanten voor rechercheur speelden. Toen zij meenden voldoende belastende informatie tegen een groep mensen verzameld te hebben verzonnen zij een 'betrouwbare informant' die hen over deze mensen had getipt. Vervolgens werden douanerecherche en politie ingelicht waarna een inval volgde en arrestaties werden verricht.

De zaak kwam aan het licht nadat twee douaniers hun betrokkenheid bij deze constructie hadden opgebiecht. Zij werden ontslagen en uiteindelijk ook veroordeeld wegens valsheid in geschrifte. De superieuren van de douanesurveillanten hebben steeds volgehouden dat zij van de malversaties niets wisten. Een ontkenning die Meerman “absoluut niet geloofwaardig” voorkomt.

meerman heeft zelf zijn superieuren ook vaak van allerlei zaken onkundig gehouden. “Uit ervaring weet ik”, schrijft hij, “dat informatie die ik als CID-rechercheur aanbracht door mijn chef niet werd gecontroleerd. Hij vroeg nooit: 'Hoe kom je aan die informatie?' En als hij dat wel had gevraagd zou ik hebben gezegd: 'Dat gaat je geen donder aan'.” Verheimelijken en afschermen van informatie, zegt hij, is een reflex van de politie.

Meerman beschrijft de al jaren bestaande 'U-bocht'-constructie om de identiteit van criminele tipgevers af te schermen. In het kort komt deze constructie erop neer dat voor de rechter-commissaris geen 'echte' criminele tipgevers komen getuigen, maar politieambtenaren die zich voordoen als criminele informant. Vaak is hun identiteit bij de rechter-commissaris bekend, maar behandelt deze de getuige als anonymus.

Een fundamenteel tekort van het strafrechtsysteem is volgens Meerman dat de voorfase van het gerechtelijke vooronderzoek, mede door zo'n U-bocht constructie, niet controleerbaar is. Informatie die in die fase wordt verzameld kan op onrechtmatige wijze zijn verkregen. “Een verdachte kan in zo'n voorfase door een criminele tipgever worden uitgelokt. Dat is volstrekt onrechtmatig. En dat wordt dan gedoogd door rechtbank en hof omdat die controle onmogelijk maken.”

Het kan niet anders, meent Meerman, dan dat een resultaat van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden zal zijn dat het werk van de CID's aan wettelijke banden wordt gelegd. “Wat de CID's doen moet getoetst kunnen worden. Nu zijn de CID's, de goede niet te na gesproken, volstrekt doorgeslagen in het informatie verzamelen.”

Na een conflict met de politieleiding over het financiële management van 'zijn' pseudokoopteam werd Meerman in 1993 op wachtgeld gezet en maakte hij zijn studie rechten af. Begin dit jaar nam hij ontslag. Hij werkt nu bij het Amsterdamse advocatenkantoor van V.Kraal.

    • Hans Moll