'CID informeerde OM niet over inzet van infiltranten'

DEN HAAG, 4 OKT. De criminele inlichtingendienst (CID) van het politiekorps Gooi- en Vechtstreek heeft bij twee opsporingsonderzoeken gebruik gemaakt van infiltranten die in het zogenoemde Delta-onderzoek hun medewerking verleenden aan het voormalige IRT. Dat zei de voormalige Amsterdamse officier van justitie J. Valente vanochtend voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Het openbaar ministerie in Amsterdam was daarvan niet op de hoogte, zei Valente. Het ging om “personen die in elk geval ook bij de Delta-affaire betrokken zijn geweest”. “Er is onvolledige en onjuiste informatie verstrekt aan het openbaar ministerie”, aldus Valente. “Ik meen dat als een chef van de CID zo iemand overneemt, dat je dat ook aan de officier kenbaar moet maken.” Volgens Valente is meerdere keren ontkend dat de betrokkenen iets te maken hadden met het Delta-onderzoek.

Het voorval leidde tot een ernstige vertrouwensbreuk tussen Valente en CID-chef F. van der Putten van Gooi- en Vechtstreek. Van der Putten zou later vanmiddag door de enquêtecommissie worden gehoord. Het politiekorps sloot over de overname van de informanten een convenant met het korps Kennemerland, dat deel uitmaakte van het IRT. Valente zei vanochtend dat hij erover had moeten doorvragen toen de zaak met hem besproken was, maar het was niet zijn “gewoonte om politiemensen hierover te verhoren”. Verder wilde Valente, inmiddels officier van justitie in Middelburg, geen details geven omwille van de veiligheid van de betrokkenen.

Valente zei voor de commissie dat Van der Putten aan Amsterdamse politiemensen heeft gevraagd “of zij mee wilden doen aan een motie van wantrouwen tegen mijn persoon”. De leiding van het politiekorps Gooi- en Vechtstreek heeft bij de top van het openbaar ministerie in Amsterdam geprobeerd “een handtekeningenactie tegen mij” op te zetten, aldus Valente, waarin zijn functioneren ter discussie zou worden gesteld.