'Canada is mijn produkt, de wereld is mijn markt'

“Internationalisering en risicospreiding.” Het zijn niet de termen die elke zelfstandig ondernemer met gemak in de mond neemt. Emigratieconsulent F. Buysse bezigt ze echter veelvuldig. “Canada is mijn produkt en de wereld is mijn markt”.

Buysse Immigration Consultancy begeleidt sinds 1993 potentiële emigranten naar Canada. “Kennis van de Canadese wet- en regelgeving en procedures is het verschil tussen succes en afwijzing”, zegt Buysse. Jaarlijks wijst hij ongeveer vijftig mensen de weg naar “een groots, weids en schoon land waar de fysieke ruimte zich vertaalt in sociale ruimte; sociale tolerantie”.

Na studies wiskunde en antropologie, gecombineerd met het leraarschap - “om in de kost te voorzien” - trad Buysse in 1986 als consulent in dienst van de Nederlandse emigratiedienst. Vijf jaar lang informeerde hij emigranten over wonen, werken en leven in een ander land.

Vanaf oktober 1991 zag Buysse ook de andere kant van de medaille. Als 'visa officer' op de Canadese ambassade besliste hij over de visa-aanvragen van emigranten. Toen het Haagse hoofdkantoor van de Canadese immigratiedienst in het kader van een grootscheepse reorganisatie naar Londen werd verplaatst stond Buysse op straat. Het was nu of nooit. “Ik kreeg twee aanbiedingen, maar ik heb altijd al een eigen bedrijf willen beginnen. Ik kende de bronnen, beschikte over een netwerk van contacten en besloot de startersschoenen aan te trekken”.

Op jonge leeftijd kreeg hij het zelfstandig ondernemerschap “met de paplepel” ingegegoten. Zijn ouders hadden in Zeeland een familiebedrijf in de landbouw. “Een zelfstandig bedrijf in de agrarische sector leek me echter een te lastige kwestie. Achteraf gezien heb ik een juiste beslissing genomen.”

Intussen maakt Buysse“met gemak” werkweken van tussen de zestig tot zeventig uur. “Wat dat betreft kan je beter voor de overheid werken. Toch moet je jezelf de tijd gunnen om veranderingen door te voeren die de werkefficiëntie ten goede komen.” Voor de binnenkomende post ontwierp Buysse een archiveringssysteem en hij worstelde enkele weken met een computerprogramma voor de boekhouding. Dezetijdsinvestering heeft echter vruchten afgeworpen. Buysse besteedt nu nog maar een beperkt gedeelte van zijn tijd aan de administratie.

Vorig jaar liet Canada 200.000 emigranten toe, 50.000 minder dan in 1993. “De Canadezen kijken steeds meer naar de bijdrage die immigranten kunnen leveren aan de economie van het land”, zegt hij. De Canadese overheid heeft nieuwe wet- en regelgeving aangekondigd op het gebied van de immigratie, maar Buysse verwacht dat de bevolking van Canada (28 miljoen inwoners) als gevolg van emigratie jaarlijks met ongeveer een procent zal blijven groeien.Per jaar emigrereren ongeveer duizend Nederlanders en duizend buitenlanders vanuit Nederland naar Canada. De concurrentie op de Nederlandse markt voor emigratie-advies is beperkt. Sommige makelaars voorzien Nederlanders die zich in Canada willen huisvesten van advies. “Ze besteden echter een deel van deze activiteiten aan mij uit”, zegt Buysse.Dienstverlening Emigratie Nederland, een overheidsinstantie die in 1993 zelfstandig werd, adviseert emigranten naar Nieuw-Zeeland, Australië en Canada. “Ze zijn commercieel, maar minder gespecialiseerd”, zegt Buysse. “Bovendien heb ik met mijn agrarische achtergrond een voorsprong.”

Twintig procent van de emigranten die bij Buysse aanklopt voor advies is agrariër. “Doorsnee Nederlandse boeren die Canada bezoeken worden gemakkelijk enthousiast”, zegt Buysse. “De landbouwgrond is er prachtig verkaveld. Bovendien is de milieuwetgeving veel minder stringent dan in Nederland. Er bestaat in Canada zelfs een mesttekórt.”

Behalve voor agrariërs liggen er volgens Buysse in Canada goede kansen voor hooggeschoolden, zakenlieden en technici. Aan ingenieurs en informaticadeskundigen bestaat een tekort. Koks, accountants en fysiothearapeuten zijn eveneens welkom. De Canadese immigratiedienst hanteert een lijst met 2200 beroepen. “Als mensen op deze lijst voorkomen neemt de kans op een succesvolle aanvraag aanzienlijk toe”, zegt Buysse.

Ondernemers moeten er binnen twee jaar in slagen een eigen bedrijf op te zetten, anders riskeren zij terugzending naar het land van herkomst. Voor investeerders geldt een minder stringente regeling. Wie 500.000 Canadese dollar (bijna 600.000 gulden) meebrengt en de helft daarvan naar de wens van de Canadese overheid investeert krijgt een permanente verblijfsvergunning.

Ondanks zijn enthousiasme adviseert Buysse sommige klanten van emigratie af te zien. “Een emigrant moet de mentaliteit van een ondernemer hebben, ze komen het succes natuurlijk niet op een bordje naar je toedragen. Je moet goed op jezelf kunnen zijn en toch makkelijk contacten leggen.”

Ondanks zijn betrekkelijk comfortabele positie op de Nederlandse markt zoekt Buysse intensief naar klandizie in het buitenland. “De Nederlandse emigranten vertegenwoordigen minder dan een procent van de markt. Je moet de risico's spreiden. Als plotseling iedereen in Nederland genoeg heeft van Canada wil ik dat mijn bedrijf kan blijven voortbestaan.”

De klantenwerving van Buysse Immigration Consultancy gebeurt vooral met mond-tot-mond reklame. Af en toe plaatst Buysse een advertentie in een agrarisch tijdschrift of een buitenlands dagblad. “Als je eenmaal in beeld bent gaat het balletje vanzelf rollen.”

Buysse praat bijna lyrisch over de rust die Canada uitstraalt en die zo contrasteert met het “jachtige karakter” van het leven in Nederland. Wil hij zelf dan niet emigreren? Buysse: “Dat speelt natuurlijk altijd op de achtergrond, maar dan zou ik mijn bedrijf moeten opgeven. Ik kan mezelf niet in tweeën delen.”