'Bodem Mururoa herbergt een aantal ernstige breuken'

Het atol Mururoa, waar Frankrijk sinds het midden van de jaren zestig kernproeven neemt, vertoont scheuren. Dat schrijft het Franse dagblad Le Monde. Specialisten van het Franse commissariaat voor atoomenergie (CEA) hebben erkend dat de bodem scheuren vertoont, maar bestrijden dat de barsten bij toekomstige kernproeven zullen leiden tot lekkage van radio-actief materiaal in zee. Volgens Le Monde ondersteunen de barsten de hypothese dat het atol wel eens zou kunnen splijten.

Le Monde wist de hand te leggen op een kaart, vervaardigd in 1980, waarop de scheuren zijn aangegeven. Volgens de krant is de kaart gemaakt door het Franse leger. Het Franse ministerie van defensie zegt evenwel dat de kaart is geproduceerd door Greenpeace, de milieu-organisatie die al maanden actie voert tegen de huidige serie kernproeven die in september begon.

Volgens de specialisten van CEA, die spraken op basis van anonimiteit, zitten de scheuren in de bovenste laag van de bodem die bestaat uit koraal. Er zijn geen scheuren geconstateerd in de dieper gelegen basalt-lagen waarin de kernbommen tot ontploffing worden gebracht, aldus de specialisten van het CEA. Bovendien wijzen zij erop dat het basalt ten gevolge van de explosies in glas verandert en het radio-actieve materiaal als het ware in een glazen stolp opsluit.

Wetenschappers wijzen al jaren op het risico dat het atol het begeeft. De ondergrondse explosies laten holtes achter die een doorsnede van 150 meter kunnen bereiken en die onderling met elkaar in verbinding staan. De Franse vulkanoloog Pierre Vincent gaat ervan uit dat de holtes een groot vat radio-actief afval vormen. Vergaande beschadiging van het atol zou daarom een ecologische ramp kunnen betekenen. In juli 1979 deed zich bij een te zware explosie al eens een onderzeese aardverschuiving voor. De onderwaterspecialist Jacques-Yves Cousteau constateerde bij een bezoek aan Mururoa in 1987 diverse scheuren.

Veel onafhankelijk onderzoek hebben de Fransen op het atol overigens niet toegestaan. In 1982 woonde de vulkanoloog Haroun Tazieff een kleine proefexplosie bij, een jaar later mochten deskundigen uit Australië en Nieuw Zeeland (de missie-Atkinson) het atol bezoeken. Greenpeace deed onderzoek in 1990, in 1991 gevolgd door het atoombureau IAEA.

Frankrijk neemt sinds 1966 proeven in Polynesië, nadat men niet meer welkom was voor proeven in de Algerijnse Sahara. Frankrijk brengt de kernwapens tot ontploffing in het vulkanische materiaal dat al op een diepte van zeshonderd meter wordt aangetroffen. Men boort schachten in het koraal of vanaf een schip in de zeebodem in de lagune.