Ander kiesstelsel bindt regeringsfracties niet

DEN HAAG, 4 OKT. De regeringsfracties zijn niet gebonden aan een wijziging van het kiesstelsel. Het regeerakkoord dat PvdA, VVD en D66 vorig jaar sloten, verplicht de partijen hier niet toe. Wel zijn de coalitiefracties gehouden aan de invoering van een zogeheten correctief referendum. Minister van binnenlandse zaken Dijkstal (VVD) maakte dit gisteren duidelijk tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer.

De politieke leiders in het kabinet, minister president Kok en de vice-premiers Dijkstal en Van Mierlo, zijn het enkele weken geleden eens geworden over de hoofdlijnen van enkele staatkundige vernieuwingsvoorstellen. Daarbij hebben zij bij de voorgenomen wijziging van het kiesstelsel voor het Duitse model gekozen. Dit houdt in dat de kiezer bij verkiezingen voor de Tweede Kamer twee stemmen kan uitbrengen: een op een landelijke kandidaat en één op een regionale kandidaat.

Om de regionalisering tot stand te brengen zou het land in vijf districten moeten worden opgedeeld. In de praktijk komt dit neer op een kiesdrempel, waardoor het voor kleinere partijen moeilijker zal worden in de Tweede Kamer te komen. Dit is een van de redenen voor de VVD-fractie om tegen deze verandering van het kiesstelsel te zijn. Het CDA en alle kleine fracties spraken zich ook al tegen deze wijziging van het stelsel uit, zodat er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor deze plannen bestaat. Minister Dijkstal zei gisteren naar aanleiding van vragen van het Tweede Kamerlid Schutte dat het regeerakkoord op dit punt ruimte biedt voor afwijkende opvattingen. Er zijn over het kiesstelsel “vagere teksten” opgenomen dan over het correctief referendum.

Op dit laatste punt zijn Kok, Dijkstal en Van Mierlo overeengekomen dat ze kiezen voor de ruime interpretatie. Dit betekent dat zo min mogelijk onderwerpen van een volksraadpleging zullen worden uitgezonderd. De VVD-fractie wil de mogelijkheden voor het referendum zo beperkt mogelijk houden. Dijkstal is het hier niet mee eens. “Ik ga er vanuit dat als je een handtekening zet onder een correctief wetgevingsreferendum, dit wel iets moet omvatten. Als je het daarna stelselmatig gaat afpellen en er niets meer onder valt, dan hoef je het ook niet te doen.”