Akkoord over principes van regeling voor O-Slavonië

ERDUT, 4 OKT. De Kroatische regering en afgevaardigden van de Kroatische Serviërs zijn het gisteren eens geworden over de “leidende principes” voor een regeling van het probleem-Oost-Slavonië.

Het akkoord werd gisteren bereikt op een bijeenkomst in Erdut, in Oost-Slavonië, het laatste deel van Kroatië dat zich nog in handen van de Kroatische Serviërs bevindt. Het voorziet in de instelling van een bestuursorgaan van de Verenigde Naties, dat Oost-Slavonië tijdens een overgangsperiode bestuurt, de terugkeer van vluchtelingen, demilitarisering van het gebied en het herstel van Kroatische instellingen als een telefoondienst, postkantoren en banken, paspoorten en staatsburgerschapsbureaus en een politiemacht waarin Kroaten en Kroatische Serviërs moeten samenwerken.

De overgangsperiode zou twee jaar moeten duren. De Serviërs hadden aanvankelijk voor een periode van vijf jaar geijverd, terwijl Kroatië streefde naar een overgangsperiode van anderhalf jaar. Volgens de Amerikaanse ambassadeur in Zagreb, Peter Galbraith, die met VN-bemiddelaar Stoltenberg bij het overleg in Erdut aanwezig was, is men het over de termijn nog steeds niet eens.

In het akkoord wordt een beroep gedaan op de internationale gemeenschap om garanties voor de bescherming van de mensenrechten te geven en toe te zien op verkiezingen aan het eind van de overgangsperiode.

Het akkoord van Erdut is nog zeer incompleet, aangezien het wel de principes voor een overgangsregeling, maar niet de toepassing ervan behelst. Ook is nog niet duidelijk wat er na de overgangsregeling met Oost-Slavonië gebeurt. Maar algemeen is het toegejuicht. Thorvald Stoltenberg noemde het “historisch” omdat voor het eerst afgevaardigden van de Kroatische regering en van de separatistische Kroatische Serviërs elkaar direct hebben gesproken en daarbij overeenstemming hebben bereikt. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, sprak van “een belangrijke eerste stap op weg naar vrede”.

De VN hebben Kroatië gisteren beschuldigd van moord op negen bejaarde Kroatische Serviërs in het dorp Varivode, in het gebied van de Kroatische Serviërs dat in augustus werd veroverd. Internationale hulporganisaties en EU-waarnemers hebben de Kroaten na de verovering beschuldigd van wandaden in de vorm van moord, intimidatie, 'etnische zuivering' en de massale vernietiging van bezittingen van de Kroatische Serviërs. Kroatië heeft die beschuldigingen tegengesproken.

Het Bosnische regeringsleger heeft gisteren op diverse fronten de strijd tegen de Bosnische Serviërs voortgezet. Vooral op het front ten zuidoosten van Sarajevo, bij het dorp Trnovo, aan de rand van de voor zware wapens verboden zone van twintig kilometer rondom de Bosnische hoofdstad, werd fel gevochten. Daarbij gebruikte het regeringsleger zware wapens die het binnen de uitsluitingszone niet mag hebben.

De Bosnische premier, Haris Silajdzic, heeft gisteren tijdens een bezoek aan Moskou van zijn Russische ambtgenoot, Tsjernomyrdin, de belofte gekregen dat de Russische gasleveranties aan Sarajevo worden hersteld. Rusland heeft het herstel van de gastoevoer naar Sarajevo vertraagd wegens wanbetaling. Sarajevo staat voor honderd miljoen dollar bij Rusland in het krijt.

Overigens werd de gastoevoer naar Sarajevo door de Bosnische regering zelf gestaakt, omdat de Bosnische Serviërs het gas aftapten en voor zichzelf gebruikten. (Reuter, AP)